SCHILDERIJ

Leo Morsman is aan het begin van de Week van de Geschiedenis benoemd tot Schilder des Vaderlands. In die hoedanigheid heeft hij van hogerhand de opdracht gekregen om het Nationale Schilderij te schilderen....

Het schilderij is natuurlijk nog niet af, maar toch besluiten we eens bij Morsman langs te gaan in zijn atelier - om te kijken hoe het ermee staat.

'Ja, ja, ik kom', roept de schilder vanuit het bovenraam van een pakhuis, vlak naast het Centraal Station, met uitzicht op het stilgelegde treinverkeer. 'Godverdomme. . .' horen we hem binnensmonds mompelen. 'Kan een mens nooit eens een keer uitslapen?'

Het is halftwaalf 's ochtends. Leo Morsman is duidelijk een kunstschilder van het oude stempel: lui, levend op kosten van de belastingbetaler, en met geld van de gemeenschap, waarmee ook de fietspaden opnieuw betegeld zouden kunnen worden, een gat in de dag slapend. Een eenvoudige berekening leert dat van het bedrag dat een luie kunstschilder 's avonds in het café aan goedkope koppijnwijn omzet, een gezin in Noord-Pakistan een half jaar zou kunnen leven.

'Kom binnen, godverdomme', gromt Morsman, nadat hij met een vies touw de slechtsluitende deur naar een gammele trap heeft opengetrokken. Het haar van de schilder zit in de war, hij heeft een baard, of hij heeft zich al twee maanden niet geschoren, het verschil is niet goed te zien. Onder zijn vuile nagels zit verf, of iets anders waar we liever niet aan willen denken.

'Ik heb gisteren tot nogal laat doorgewerkt', verontschuldigt hij zich, terwijl hij de in een koffiekopje drijvende peuken in een kapotte pedaalemmer gooit. Wij geven een knipoog aan de lezer. Doorgewerkt!... op kosten van ons allemaal doorgezakt aan de stamtafel zal hij bedoelen!, willen we met deze knipoog zeggen.

Het eerste dat aan het schilderij opvalt is de omvang: die is gigantisch. Het tweede punt is een minpunt: het is nog lang niet af.

'Ik ben ervan uitgegaan dat ik met de hoeveelheid in Nederland levende meningen een groot doek nodig had', zegt de schilder. 'Ik ben linksonder begonnen met de herdenkingen, alle herdenkingen, alle verschillende herdenkingen moet ik zeggen. Vroeger had je 4 mei, de trams stonden stil, je kon de vogels horen fluiten. Maar het herdenken heeft zich geïndividualiseerd, en stil is het al helemaal niet meer. De een herdenkt iedere dag, de ander komt één jaar te laat. Dat wil ik schilderen.'

Het is een beetje flauw om nu al te zeggen, maar wat er wel af is van het schilderij is niet zo goed. Slecht geschilderd. Een kind van vijf zou die Halloween-maskers herkenbaarder hebben gemaakt. Nu hebben we de uitleg van de schilder nodig.

'Ik moet rekening houden met de allerdomsten. Maar ook met VARA-cabaretiers. Met mensen die het recht op een eigen mening opeisen. Die moeten meteen kunnen zeggen: Hé, die ken ik!'

Morsman werkt daarom veel met tekstballonnetjes. Rechts op het schilderij onderscheiden we een berg. '2007' lezen we aan de voet, en op de top staat de winnaar van de verkiezingen in dat bewuste jaar. Zo te zien heeft hij ons DNA al binnen. 'U kunt natuurlijk ook altijd de politie in uw woonplaats bellen', zegt hij tot het volk dat hem tot premier gekozen heeft.

Waarom is het Nationale Schilderij eigenlijk zo groot? Dat krijgen ze straks toch nooit dit atelier uit?

'Het is te groot voor Nederland, godverdomme', antwoordt de schilder.

We voelen ons opeens een beetje dom. Omdat we eindelijk begrijpen wat de kunstenaar heeft bedoeld - op kosten van alle Nederlanders.

Om het goed te maken vragen we of hij misschien nog iets anders onder de kurk heeft staan dan oude koffie van gisteren.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden