'Schilder me', roept de stad

Venetië is op zijn mooist in de winter. Wandel zonder gedrang langs groene kanalen, deel de restaurants met louter Venetianen en bewonder in je eentje meesterwerken uit de Renaissance.

Een hevig opgemaakte vrouw in bontjas stapt op de vaporetto, met op haar arm een in een jasje gehuld hondje. De Venetiaanse stadsbus in bootvorm vaart langs grote witte kerken en indrukwekkende statige panden, maar de passagiers kijken niet op of om. Zij spelen met hun mobiele telefoon, vragen naar de gezondheid van elkaars moeders of aaien het witte hondje.

Hoe anders dan Venetië in de zomer. Dan manoeuvreren zwetende passagiers op de vaporetto moeizaam hun camera tussen rugzakken, schouders en ledematen om een stukje brug of gondel vast te leggen. Tegelijk verlaten ze de boot bij het San Marcoplein, de Accademia of bij welke halte dan ook. Met twintig miljoen toeristen die jaarlijks door de acht vierkante kilometer grote stad stromen, is loskomen uit de toeristengolf haast onmogelijk.

Behalve in de winter dus. Ineens staan de souvenirkraampjes er verlaten bij. Kleumend voor hun gondels rollen gondeliers een sjekkie. Het kan gaan regenen, vriezen, sneeuwen. En juist daarom moet je in de winter naar Venetië.

Het is alleen al leuk omdat je zelfs een dag voor vertrek nog een kamer kunt boeken met uitzicht op dat zeegroene water. Wie er in de zomer zou willen slapen, is nu eigenlijk al te laat met reserveren, maar in de winter word je zomaar wakker in hartje Venetië. Kerkklokken beieren, het water klotst zachtjes tegen de kade en de zon legt een gouden glans over de in mist gehulde stad.

'Dat winterse licht in deze stad!', jubelde Joseph Brodsky in Kade der Ongeneeslijken, zijn aanstekelijke lofzang op Venetië in 'het verkeerde seizoen'. Iedere winter vloog hij vanuit Amerika naar de dogenstad, vooral voor dat licht.

'Met zijn lange stralen krast het - als een wilde jongen die met een stok tegen het hekwerk van een tuin of park slaat - tegen gewelven, galerijen, schoorstenen van rood baksteen, heiligen en leeuwen', schreef Brodsky. ''Schilder, schilder, schilder!', schreeuwt het tegen je, je aanziend voor een Canaletto, een Carpaccio, een Guardi.'

In dat licht loop je 's ochtends langs een parcours van bruggetjes en groene kanaaltjes naar de Galleria dell'Accademia, waar de echte Carpaccio's en Guardi's hangen en je zonder te wachten naar binnen mag. In je eentje sta je voor de werken van Gentile Bellini en Tintoretto, die een Venetië tonen met mannen in rode mantels en gondeliers met leggings. Weer buiten lijkt het alsof Venetië - zonder auto's, flatgebouwen of medetoeristen - ergens in dat verleden van Bellini is blijven hangen.

Op het San Marcoplein staat hier en daar een toerist duiven te voeren en af en toe staat er een op een brug te fotograferen. Vaker zijn het andere details die de Venetiaanse betovering verbreken. De Umbro-schoenen van een gondelier, een vrouw met een plastic boodschappentas van de Coop gevuld met wasmiddel, een man met een grote hond aan de lijn. Verrek, denk je dan. Niks Bellini of Tintoretto, dit is nog steeds een stad. In dit decor van gotische gewelven en groene kanalen wonen mensen die hun hond uitlaten, boodschappen doen en de was doen.

Hoe kun je leven in deze stad van water? Kun je er haast hebben? Het ondoorzichtige groene water kruist keer op keer je pad. Er zijn een paar punten waar je voor 50 cent mag oversteken met een gondel, maar ook dan moet je rustig op je beurt wachten. Het ritmische geronk van de vaporetti en het zachte geklots dat je overal achtervolgt, geven de stad sowieso iets looms. Vallen de Venetianen in het water als ze dronken zijn? Hoe overleven ze de zomer, wanneer hun stad in een soort Disneyland Parijs verandert?

's Winters zijn de rijen verdwenen. Flierefluitend wandel je de San Marcobasiliek binnen, waar elke dag om half 12 het licht even aan gaat en de gouden mozaïeken van Jezus, monsters en San Marco glanzend op je afkomen. De kleine galerieën op de dok van de Giudecca gaan pas in het voorjaar open, maar zonder rijen kun je eindelijk in alle rust de grotere musea bekijken. Het huis van de excentrieke Peggy Guggenheim bijvoorbeeld, die omringd door werken van Max Ernst, Pablo Picasso, Wassily Kandinsky en Piet Mondriaan in haar salon over de Canale Grande tuurde. Voor het dogenpaleis laten ze je toch vijf minuten wachten. Binnen klampt een suppoost zich vast aan een verwarming op wieltjes.

De koude wind duwt je af en toe een café of restaurant in voor warme chocolademelk of een lange lunch. Ze serveren er prosecco en sarde saor, een lokaal gerecht van sardines, en schenken voor 2,50 een spritz voor je in.

Aan het eind van de middag spiegelt het water rood en kruipen stelletjes tegen elkaar aan op de kade. 'Dit is een uitstekende plek voor huwelijksnachten', schreef Brodsky.

Bijna iedere hoek van Venetië is fotogeniek. Zonder de zomerse loomheid wandel je zo van de Venetiaanse haven naar de met kunstwerken beladen Basilica dei Frari. Eindelijk zijn de in toeristenboekjes aanbevolen wandeltochten in de voetsporen van Dickens, James of Dante fysiek haalbaar.

Als je niet verdwaalt tenminste. Zodra het groene water 's avonds zwart kleurt, krijgt de stad iets sinisters. Je hoeft maar een zijstraatje van het San Marcoplein in te slaan of je belandt in een spinneweb van donkere, smalle straten. Het zijn steegjes waar je voeten vanzelf hun pas versnellen. Geen ramen om naar binnen te gluren, enkel gesloten deuren en luiken. Hier moet Casanova hebben gelopen toen hij uit de gevangenis van het dogenpaleis ontsnapte. Een steeg loopt dood op een muur, een andere op water. Terug dus. Een bordje met de naam Calle della Morte. Hoeveel moorden zullen er in dit labyrint zijn gepleegd? Geheimen uitgewisseld? Ook Google weet niet meer waar je bent. Het enige dat je kunt doen is doorlopen. Dan eens naar links, dan eens naar rechts. Tot je ineens uitkomt op een brede straat, vol met winkelende mensen. Ja, Venetië is gewoon een stad.

JONGEN MET KIKKER

Vanaf 18 maart moet de witte blote jongen die met een kikker in zijn hand uitkijkt over het open water bij de Punta della Dogana definitief weg. Het beeld Ragazzo con la Rana van kunstenaar Charles Ray is al sinds de plaatsing in 2009 controversieel. Puristen halen opgelucht adem nu op de plaats van de dag en nacht bewaakte jongen weer gewoon de lantaarnpaal uit het jaar 800 komt, net als vroeger. Venetië blijft zoals het was.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden