Schijnheiliger kan het niet

Dittrichs pleidooi om 'de lessen van Fortuyn' serieus te nemen, is van een enorme hypocrisie, zo niet een schoolvoorbeeld van oude politiek, vindt Bart Jan Spruyt....

Aan de vooravond van het tweede parlementaire jaar van het tweede kabinet-Balkenende heeft D66-leider Boris Dittrich in een interview met de Volkskrant (7 augustus) een soort analyse van het politieke klimaat in Den Haag willen geven. Dittrich heeft zo zijn zorgen. 'Ik heb het gevoel dat het veranderingsgezinde elan dat Pim Fortuyn ons in 2002 heeft gebracht, wegebt. Er ontstaat een sfeer van zo dat hebben we gehad, terug naar business as usual.'

Ik ben bang dat het gevoel van opluchting dat Dittrich hier beschrijft, zich ook van Dittrich zelf meester heeft gemaakt, al beweert hij het tegendeel.

In de eerste plaats is het volstrekt ongeloofwaardig wanneer een D66'er zich opwerpt als behoeder van de erfenis van Fortuyn. Dittrichs voorganger Thom de Graaf wapperde in februari 2002 nog met het Dagboek van Anne Frank om duidelijk te maken dat een racist als Fortuyn niet in de Nederlandse politiek thuishoorde. Een daad zum Kotzen van uiterste politieke correctheid waarvoor D66 zich nooit heeft verontschuldigd. Natuurlijk weet ik ook dat D66 ooit heeft overwogen campagne te gaan voeren met de slogan 'D66 staat voor niets'. Maar dit opportunisme is wel erg schaamteloos.

In de tweede plaats zegt Dittrich wel dat hij 'de lessen van Fortuyn' serieus wil nemen, maar de manier waarop hij dat wil doen, is in feite een absolute ontkenning van die lessen. Die lessen zouden bestaan (want meer weet Dittrich blijkbaar niet te noemen) uit de invoering van een nieuw kiesstelsel en een gekozen burgemeester.

En natuurlijk: het zou heel goed zijn wanneer de bevolking de burgemeester kon aanspreken op de verhogingen van lokale lasten. Maar dat nieuwe kiesstelsel zoals Dittrichs partijgenoot Thom de Graaf dat als minister van Binnenlandse Zaken heeft voorgesteld, is van een tweeslachtigheid die zeker geen bijdrage levert aan de overbrugging van de kloof tussen politiek en burger. En juist daar ging het Pim Fortuyn om.

Het voorstel van De Graaf is een hybride geheel, waarin de zogeheten representativiteit van het huidige stelsel en iets van een districtenstelsel worden gecombineerd. Dat systeem is niet alleen hopeloos ingewikkeld (en zal om die reden vooral tot verdere onverschilligheid onder de bevolking leiden), maar is vooral een symbool van de nieuwe oude politiek. Doe net alsof je iets leert van Fortuyn, maar doe het zo dat alles bij het oude blijft. Verander iets, maar zorg er (in dit geval) vooral voor dat de bestaande partijen weinig tot niets te vrezen hebben, en dat gekozenen niet gedwongen zullen zijn direct verantwoording af te leggen aan degenen die hen hebben gekozen.

In de derde plaats mist Dittrich 'het grote verhaal'. Inderdaad, Balkenende slaagt er maar niet in om tegenover de bevolking duidelijk te maken vanuit welke maatschappijvisie de hervormingen in de economie en de sociale zekerheid worden doorgevoerd. Maar wat zou dat 'grote verhaal' in het geval van Dittrich in vredesnaam kunnen betekenen?

D66 heeft zichzelf gedefinieerd als 'sociaal-liberaal'. Maar dat is bijna iedereen tegenwoordig: Femke Halsema (GroenLinks) is het, Wouter Bos van de PvdA is het, en het grootste deel van de VVD is het ook. Met deze opsomming zijn natuurlijk gelijk de contouren van een nieuwe progressieve partij getekend. Maar wat is sociaal-liberaal eigenlijk? Sociaal-liberalen zijn mensen die weten dat de sociaal-democratie niet werkt, maar zich er toch een beetje voor schamen om zich liberaal te noemen. De abjecte opvatting over 'solidariteit' die de afgelopen decennia in Nederland een nieuwe vanzelfsprekendheid is geworden (en daarmee een groot taboe), noopt hen ertoe overheidsinterventies en -reguleringen te propageren, hoge belastingen in stand te houden, en alles wat niet levensvatbaar is via subsidies te laten overleven. Een onsje meer of een onsje minder is het enige verschil tussen genoemde groeperingen.

Dit alles staat haaks op wat Fortuyn voorstond. Waar hij zich tegen keerde, heeft hij zelf in vier woorden briljant samengevat: 'Slechte overheid, slechte burgers'. De overheid moest zich weer gaan bezig houden met haar kerntaken en aan de burgers ruimte laten voor initiatief en verantwoordelijkheid. (Of het programma van Fortuyn de maatregelen bevatte die nodig zijn om de hiertoe vereiste mentaliteitsomslag te bewerken, is overigens weer een andere vraag.) Dittrich is bang dat het 'weer allemaal pot nat op het Binnenhof' wordt. Daar hoeft hij niet bang voor te zijn, want dat is een feit. En natuurlijk zijn politici in Den Haag bang (hun pleidooien voor openheid ten spijt) voor het grote 'gevaar', het gevaar dat 'er buiten de gevestigde partijen weer iemand opstaat die de hele politiek op een hoop gooit en heel veel mensen achter zich krijgt'.

Met zijn opmerkingen roept Dittrich dit 'gevaar' alleen maar op. Het wachten is op het moment dat de bevolking meer nog dan nu doorkrijgt dat al die partijen die zich de agenda van Fortuyn hebben toegeend een heel sinister spel spelen. Eerst gaan reppen van een nieuw soort politieke correctheid op rechts, en dan je zo van die agenda meester maken dat het lijkt alsof je die uitvoert, maar die in feite om zeep helpt.

Het is inderdaad slechts wachten op de aansprekende man of vrouw die dit articuleert, die geen prooi zal zijn van de spraakverwarring die in het verkeer tussen politiek en bevolking nu meer dan ooit heerst, en een werkelijke aardverschuiving in het politieke landschap zal veroorzaken. Dat zal een zegen voor ons land zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden