Schijn bedriegt

De schoonheid van dit gebouw is ongrijpbaar. Het lijkt op een stal, maar bevat van binnen kathedrale elementen.

Verbaasd waren ze afgestapt, twee fietsers die dit voorjaar aan een afgelegen weggetje bij het Zeeuws Vlaamse dorp Hengstdijk het bijna afgebouwde boeddhistische retraitecentrum Mette Vihara ontdekten. Ze spraken de bouwers aan: 'Wat een mooie koeienstal! Maar waarom heeft die zo veel ramen?'


Dat verhaal wordt sindsdien met smaak doorverteld aan bezoekers van Mette Vihara ('plaats van liefdevolle vriendelijkheid'). Dat is opmerkelijk: veel mensen zouden beledigd zijn als hun met zorg ontworpen bezinningsoord werd vergeleken met een stal. Zo niet de boeddhisten in Hengstdijk - en terecht.


Die gelijkenis met een stal was precies de bedoeling van 'hun' architect: Peter van Assche (Bureau SLA). Hij wilde het gebouw in zijn omgeving laten passen. Voor een organisatie die zo'n vreemde eend is in dit christelijke gewest, kan zo'n handreiking beslist geen kwaad. En hij deed het geraffineerd, waardoor het ook goed past bij juist deze opdrachtgevers. Immers: haast niemand beter dan aandachtige boeddhisten weten hoezeer uiterlijke schijn bedriegt.


Mette Vihara is gelieerd aan de internationale Triratna-beweging, een in 1967 opgerichte boeddhistische orde die is gericht op westerlingen. De Nederlandse en Vlaamse afdelingen wilden samen zo'n retraitecentrum bouwen, liefst ergens tussen de steden in waar Triratna het actiefst is: Arnhem, Amsterdam en Gent. Zo kwam men op Hengstdijk, waar voor weinig geld een boerenwoning met erf en varkensstal te koop was. De woning bleef staan; op de plaats van de stal staat nu het retraitecentrum.


Het gevelmateriaal doet inderdaad sterk denken aan een stal. Voor Mette Vihara is voornamelijk golfplaat gebruikt, het meest verkochte bouwmateriaal in deze agrarische provincie. Het kan er armoedig uitzien, zeker als het slordig is bevestigd. De manier waarop het in Hengstdijk is toegepast, is echter bijzonder. De gevels zijn ermee bekleed, op de zijgevels na, en dat alleen al geeft een wonderlijk effect. Hierdoor is bijvoorbeeld niet te zien hoeveel verdiepingen het bouwwerk telt, er is zelfs geen onderscheid tussen 'muur' en 'dak'. Ook is weliswaar standaardgolfplaat toegepast, maar dan wel met afwisseling in ribbelgrootte en kleuren. Dat maakt het mooi: een rijk getint geheel dat op het Zeeuws-Vlaamse landschap lijkt, met zijn akkers, weilanden en korenvelden.


De ramen spelen een eigen spel. Die zijn allemaal identiek en lijken willekeurig verspreid over de gevels. In de meeste gebouwen kun je aan de plaats en de grootte van de ramen precies aflezen waar welke ruimten zijn. Bij Mette Vihara blijft dat ongewis.


Dit alles geeft het gebouw een ongrijpbare schoonheid. Die wordt nog versterkt door de zorgvuldigheid waarmee elk onderdeel is gemaakt. Dat geldt al voor het golfplaat, waarvan elk stuk nauwkeurig tussen hardhoutlatjes is ingepast. Beeldschoon zijn ook de zijgevels, bekleed met planken steigerhout. Dankzij een afwisseling van breedtematen is dit verwerkt tot een sierlijk patroon.


Om het retraitecentrum echt te leren kennen, is er maar één manier: deelnemen aan een meerdaags verblijf (ook niet-boeddhisten zijn van harte welkom). Dan pas ervaar je ten volle hoeveel zorg en aandacht in dit centrum is gestoken. Het heeft een perfect gepolijste betonvloer, een schitterende, centrale houten trap. Zelfs de slaapetage heeft allure, dankzij een middengang met bijna kathedrale hoogte. Aan weerszijden zijn dertien kamers (twintig slaapplaatsen) die elk een eigen karakter kregen. Dat laatste komt mede door de ramen, die van buitenaf willekeurig geplaatst lijken te zijn, maar binnen elk iets anders doen. Soms bieden ze uitzicht op ooghoogte, elders alleen op voethoogte. Of ze laten enkel licht door, hoog via het dak.


Beneden is het contact met buiten nog indrukwekkender. Een vondst is de inham in de achtergevel. Daar springt de gevel terug om ruimte te bieden aan een inpandig terras. Direct hierachter ligt, achter glas, een eetzaal waar je van hetzelfde beschutte uitzicht kunt genieten.


De grootste verrassing is de meditatieruimte. De voor- en achtergevel bestaan hier geheel uit deuren die, als het weer het enigszins toelaat, worden opengezet. Daar voel je je, ook binnen zittend, volledig opgenomen in het lege land.


En het allermooiste gaat zelfs op als het te koud is om de deuren open te zetten. Het golfplaat van de deuren is, anders dan de overige golfplaten, doorzeefd met duizenden piepkleine gaatjes. Buiten lijkt het gewoon golfplaat, volkomen ondoorzichtig. Binnen blijkt het geheel transparant. Er dwars doorheen zie je het lage land, het Boeddhabeeld op het erf, de buitenwereld.


Peter van Assche (46) werkte als wiskundige bij het Duitse Aerospace Center in München. Pas daarna besloot hij architect te worden en behaalde zijn diploma aan de Academie van Bouwkunst in Rotterdam. Sinds 2001 geeft hij leiding aan het Amsterdamse Bureau SLA (Stedenbouw, Landschap, Architectuur), dat opvalt door zijn verrassende aanpak van projecten. Zo realiseerde hij vorig jaar in Amsterdam-Noord de Noorderparkbar, een idealistisch ontmoetingsoord dat geheel is gemaakt van tweedehandsmaterialen. In 2010 maakte Bureau SLA furore met het Nationaal Glasmuseum in Leerdam. De opdracht was om het bestaande museum, gevestigd in een oud herenhuis, op te knappen en uit te breiden met een oud buurpand dat kon dienen als depot. Van Assche bedacht iets anders. Hij maakte beide panden tot museum en ontwierp daartussenin vier transparante luchtbruggen waarin de hele depotcollectie nu is uitgestald. Deze combinatie van oud- en nieuwbouw vormt nu als geheel een spannend museum.


Tweedehands verrassing


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden