Schiet die beesten af of laat ze gewoon maar sterven

Hevige emoties laaien op als mensen de kadavers zien van dieren in de Oostvaardersplassen. Zijn er niet te veel en moeten ze niet worden uitgedund?...

De Oostvaardersplassen worden steeds beroemder. Het natuurgebied staat model voor de nieuwe natuurparken die Engeland wil aanleggen in streken waar boeren geen droog brood meer kunnen verdienen. ‘Wilde kuddes kunnen dwars door Groot-Brittannië rennen in het plan voor uitgestrekte reservaten’, schreef The Guardian, verwijzend naar de 5600 hectare tussen Almere en Lelystad.

Op de foto galopperen de konikpaarden van de Oostvaardersplassen de pagina uit. Al eerder had het Duitse weekblad Der Spiegel de Oostvaardersplassen ontdekt als de Serengeti achter de dijken.

Het buitenland mag dan euforisch zijn over het stukje ‘wilde’ natuur, maar enkele omwonenden, CDA-politici, Dierenbescherming, de Vereniging Het Veluws Hert en andere deskundigen vragen zich af of er voor die 3100 runderen, koniks en edelherten genoeg te eten valt in de winter.

‘Er woedt een onderhuidse oorlog’, zegt Jan Kuiper van Staatsbosbeheer, dat het gebied beheert. Moet het enige natuurgebied van Nederland waar de beesten grotendeels de regie voeren, worden opgegeven en gaan mensen bepalen hoe het in de Oostvaardersplassen moet toegaan?

René Robijn woont in Almere praktisch naast de Oostvaardersplassen. ‘Vorige winter stierven de dieren bij bosjes. Het was één grote modderpoel, de bomen waren afgeschild, er viel niets meer te eten. De dieren stonden tegen de omheining gedrongen omdat het gras aan de andere kant nog groen was. Daar stonden ze apatisch, ijzingwekkend stil, bewegingsloos. Totdat ze omvielen. Staatsbosbeheer sleepte de kadavers weg van de hekken om te voorkomen dat het publiek de dode dieren zou zien.’

Suffen

Dit verhaal maakt weinig indruk op Jan Kuiper, maar het drukt hem wel met de neus op het belang van voorlichting. ‘Apatisch aandoende edelherten zijn geen afwijkend patroon als het vriest. De dieren laten hun lichaam afkoelen om zo weinig mogelijk energie te gebruiken. Ze staan te suffen, kunnen uren stilstaan. Dat moet je niet verstoren en daarom wilden we in het Fluitbos geen mensen hebben.’

Vorig jaar gingen 700 van de 3100 dieren dood. De tegenstanders van vrije natuur vinden Nederland te klein voor een groot natuurgebied met vrij levende kuddes. Het moet net als op de Veluwe, waar de mens bepaalt hoeveel edelherten er mogen leven.

In het debat dat Het Veluws Hert onlangs organiseerde, stelde Piet Zijlstra, lid van de CDA-fractie in Provinciale Staten van Flevoland, dat Staatsbosbeheer verantwoordelijkheid moet nemen. ‘We moeten af van het wetenschappelijke gelul en wetenschapscommissies.’

De uitval was ook bedoeld aan het adres van CDA-minister Cees Veerman, die een (internationale) adviesgroep wil oprichten, die hem een bindend advies moeten aanreiken. Veerman zal dat dus opvolgen. De voorzitter wordt oud-staatssecretaris Dzsingisz Gabor (CDA) van Natuurbeheer. Gezocht wordt nog naar mensen die ervaring hebben met internationale parken, zoals het Krugerpark in Zuid-Afrika.

‘Staatsbosbeheer wil de dieren zo wild mogelijk laten leven. Het is onvermijdelijk dat ze met goede en slechte tijden te maken krijgen. En dat werkt, ondanks alle tegenstand’, zegt dr. Frans Vera, geestelijk vader van de Oostvaardersplassen. ‘Een sterfte onder de dieren, zoals vorig jaar, is onder kuddes in het wild niet ongebruikelijk. Zo blijven de sterke over.’

In de emoties wordt vaak vergeten dat de Oostvaardersplassen een geslaagd experiment is, zegt prof. dr. Maarten Frankenhuis, ex-directeur van Artis. ‘Niet zomaar geslaagd, ontzettend geslaagd.’

Frankenhuis ziet het als volgt: ‘Eerst moet de beschikbare hoeveelheid voedsel in de Oostvaardersplassen worden berekend en daarop moet de populatie worden afgestemd. Het kan zijn dat je dan maar 1500 dieren kunt overhouden. Afschot, met geluiddemper om zo min mogelijk te verstoren, moet niet aan het eind van de winter gebeuren, maar het hele jaar door. Zo kunnen dieren die niet kunnen meekomen, worden geselecteerd voor afschot. Kadavers gaan naar de dierentuinen.’

Dat is het slechtste wat je kunt doen, beweert ecoloog dr. Theo Vulink, die de kuddes in de Oostvaardersplassen monitort. ‘Vaste aantallen dieren zijn funest in een jong ecosysteem zoals de Oostvaardersplassen. De hoge biodiversiteit ontstaat doordat er tussen gras en riet ook verruigend rietland is, waar muizen en hun predatoren, zoals kiekendieven en buizerds, op afkomen.’

Mes

Als de samenleving de vrije natuur in de Oostvaardersplassen niet kan accepteren, is de één na beste oplossing om er rigoureus het mes in te zetten, oordeelt Vulink. Eens in de vijf of tien jaar ingrijpen en dertig procent van de dieren overhouden. Dan heb je niet elk jaar onrust en dat komt de biodiversiteit ten goede.

De ecoloog vraagt zich af of al die adviseurs van de minister ooit de moeite nemen de jongste inzichten over grote grazers te lezen. ‘Ze denken dat de beschikbaarheid van voedsel in de winter het hoofdmotief is voor sterfte, maar de conditie waarin de beesten de winter ingaan, is veel bepalender voor hun overlevingskans. Vooral het vet rond de organen is belangrijk, maar dat kun je aan de buitenkant niet zien. Daarom is het selecteren op uiterlijk zo’n hachelijke onderneming’, zegt Vulink.

Met Frans Vera is hij het erover eens dat afschot geen goede manier is om stabiele kudden te krijgen. Dieren werken toe naar optimale aantallen die passen bij hun habitat. Ze krijgen bijvoorbeeld minder jongen als er te weinig voedsel is. Natuurlijk reageren op omstandigheden kan niet als de mens de omvang van de kudden bepaalt. De overblijvers gaan dan harder werken aan voortplanting omdat er weer genoeg te halen valt. Gevolg: de mens moet jaar in jaar uit ingrijpen.

Vera vindt dat veel mensen te zeer gericht zijn op de dood van de dieren en niet zien hoe fantastisch vrij hun leven was. Vergeleken met de bioindustrie hebben de dieren het geweldig goed. ‘De fout is dat mensen de dieren in de Oostvaardersplassen beoordelen als landbouwdieren. Ze kunnen niet accepteren dat dieren een zachte dood sterven. Die lijden niet.’

Maar Frankenhuis vindt een schot beter dan welke manier van versterven ook. ‘Mensen hebben de dieren daar neergezet met een hek eromheen. In de Oostvaardersplassen is er geen ontsnappen aan. Daarom móet de mens zich wel als roofdier gedragen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden