Scheurtjes in de japanse droon

Ook in Japan groeien de bomen niet meer tot in de hemel. De economie zit in duikvlucht. De gevolgen zijn ingrijpend....

YOSHIMI'S werkdag tot voor kort: opstaan om half zes, als ze hard doorpeest, krijgt ze ontbijt en lunch voor haar twee tienerzonen net op tijd klaar. De jongens vertrekken om acht uur, pa iets later. Dan schiet er een half uurtje over om het huis aan kant te krijgen, voor ze zelf om negen uur vertrekt.

Ze werkt van half tien tot vijf. De uitgeverij vindt het goed dat ze iets minder uren maakt, omdat ze kundig wis- en scheikundeboeken kan redigeren. Ze heeft de naam dat ze alle fouten uit teksten haalt en dat verschaft haar een ijzersterke positie in het bedrijf.

Na het werk perst ze zich in de metro. De zonen zitten als ze thuis komt al aan het huiswerk. Zij kookt eten voor de kinderen. Als Shinichi thuiskomt kookt ze opnieuw. Dan hoopt ze dat hij geen gasten meebrengt. Gemiddeld twee maal per week moet ze 's avonds laat nog diners in elkaar draaien. Voor twaalven ligt ze niet in bed. In drukke tijden heeft de baas haar meer nodig. Dan zit ze 's zondags al om half zes 's morgens achter het beeldscherm.

Yoshimi Masakado (43) gruwt als ze terugdenkt aan die tijd. Ze is blij dat ze last kreeg van haar schouder. De hele zomer tobde ze op de uitgeverij. De pijn ging niet weg en de dokter keurde haar in augustus af. 'Als mijn bovenarm niet had opgespeeld, was mijn hele lijf kapot gegaan.'

Tot die bevrijdende dag in augustus leidde ze het doorsnee zware bestaan van de Japanse werkende moeder. Haar man, Shinichi, heeft een hoge functie bij een Duits-Amerikaanse fabrikant van medische apparatuur. Die maatschappelijke voorspoed heeft zijn prijs: haar man is nooit voor negen uur thuis.

Yoshimi: 'Ze zeggen dat Japanners zich wegcijferen in het belang van de groep. Maar ik vind ze egoïstisch. Ze denken alleen maar aan geld.' De economische recessie, die al vier jaar duurt, ervaart Yoshimi als een bevrijding. 'Vroeger was de economie goed, maar waren wij knettergek. Nu het slecht gaat, komen we eindelijk tot bezinning.'

Het diepe geloof dat Japanners in eigen kunnen hadden, wordt zwaar op de proef gesteld. Het begon in 1990 met het doorprikken van de zeepbel-economie. Opeens bleken de bomen niet tot in de hemel te groeien. Zelfs Japan kon in een economische recessie belanden die tot overmaat van ramp maar niet voorbijging. De onroerend-goedprijzen kwamen in een duikvlucht terecht die tot op heden doorgaat.

De aardbeving in Kobe begin dit jaar ondermijnde het zelfvertrouwen verder. Er vielen 5.500 doden en het werd pijnlijk duidelijk dat natuurrampen ook Japan zwaar kunnen treffen. De gifgasaanval van de sekte Aum Shinrikyo in de Tokyose metro wierp Japanners terug op zichzelf. 'Hoe is het mogelijk dat zo'n verwerpeljke sekte in ons midden kan floreren?'

Afgelopen zomer kreeg de economie een nieuwe schok met Endaka, de enorme koersstijging van de yen, die Japanse produkten uit de markt prijsde. Overplaatsing van produktie naar landen met lage lonen werd voor Japanse bedrijven erg aanlokkelijk.

Japan zit op een breukvlak. Oude zekerheden beginnen af te kalven terwijl niet duidelijk is welke nieuwe ervoor in de plaats komen. De oude waarden en systemen hebben in de ogen van de naoorlogse generaties hun legitimiteit verloren. Maar nieuwe zijn niet ontwikkeld. Voor Yoshimi en haar leeftijdgenoten, die jarenlang keihard gewerkt hebben, is de recessie een ontnuchtering: 'Het lijkt op wat mijn vader vertelde over de oorlog: ze moesten almaar wachten op een overwinning die nooit kwam. Nu wachten we op een beter en gemakkelijker leven. Ook dat komt maar niet.'

In een tien dagen geleden gepubliceerd onderzoek van het Economisch Planbureau (EPA) in Tokyo staat dat de gemiddelde Japanner veel ontevredener is over de kwaliteit van zijn bestaan dan de Duitser, Brit, Fransman of Amerikaan. Gebrek aan woonruimte, extreem hoge huren, lange werkdagen, peperdure levensmiddelen en gebrekkige openbare voorzieningen zijn de meest gehoorde klachten.

De Japanner betaalt het meest voor zijn huisvesting maar woont het kleinst. Omdat alles zo duur is, consumeert hij het minst, terwijl zijn loon het hoogst is. Ontevredenheid met het eigen bestaan constateerde het EPA het eerst in 1974. Het neemt sindsdien elk jaar toe.

Het reclamebureau Hakuhodo komt elk jaar met een groots onderzoek naar de Japanse ziel. De respondenten krijgen honderden uiteenlopende vragen voorgelegd. Een voorbeeld: 'Welk deel van het lichaam zou u, indien mogelijk, het liefst vervangen?' Antwoord van bijna vijftig procent: de hersenen. De algemene trend is ook hier onmiskenbaar: de Japanner wordt onzekerder. Slechts een kwart van de ondervraagden vindt dat het land stabiel is en de helft gelooft dat het in verval is.

Het vertrouwen in politici en ambtenaren is op een historisch dieptepunt beland. Bij jongeren is het geloof in hard werken en de traditionele loopbaan tanende. Ze zijn ontevreden over het gezinsleven en willen een andere toekomst.

Ook de tienerzonen van Yoshimi Masakado willen geen salarymen worden, de employés die van negen uur 's ochtends tot laat in de avond op kantoor werken. Zij doet hen bewust niet naar de school die leerlingen na schooltijd klaarstoomt voor de zware toelatingsexamens van de universiteiten. Yoshimi wil dat ze een zinniger leven krijgen met meer vrije tijd en geestelijke verdieping. Zij is bereid het risico te nemen dat ze niet toegelaten worden tot de juiste universiteit en daarom moeilijk een leuke baan zullen vinden.

Het werkloosheidspercentage in Japan is opgelopen tot 3,2 procent. Voor Westeuropese begrippen is dat bespottelijk laag, maar Japanners maken zich er grote zorgen over. Want het is een vertekend cijfer. Onder de pas afgestudeerden is het zeven procent. Veel bedrijven ontslaan vrouwen van middelbare leeftijd. Zij zijn niet in de officiële statistieken opgenomen.

De Japanners reageren op deze rampspoed met een koopstaking. Mensen geven hun geld niet meer uit, maar zetten het op de bank. Het gevolg is dat de verkopen tegenvallen en de omzet van het bedrijfsleven terugloopt.

De aanhoudende recessie maakt wel korte metten met de nationale ziekte van het overwerken. Wat in de jaren tachtig met grote regeringscampagnes niet wilde lukken, gebeurt nu geruisloos. De eenvoudigste manier voor bedrijven om op de loonkosten te bezuiginigen, is het verbieden van overwerk.

Dat is voor de salaryman een hele klap, want deze haalde eenvijfde van zijn totale loon uit overwerk. Zo'n grote korting op het huishoudgeld maakt die hoge prijzen extra vervelend. Dat schept het juiste klimaat voor prijsafbraak.

Zelfs McDonald's ontkwam er niet aan in de strijd om de gunst van de klant de hamburgers met een kwart in prijs te laten zakken. De tot voor kort erg kieskeurige Japanse consument vindt de weg naar de discountmarkt. De voordeelmarkten van Daiei schieten als paddestoelen uit de grond, terwijl de grote gevestigde warenhuizen met hun vele personeel de omzet maand na maand zien teruglopen.

Invoerprodukten maakten tot voor kort weinig kans op de Japanse markt. De dure yen brengt hier ook revolutionair verandering in. Zo snel zelfs dat buitenlandse bedrijven die in Japan produceren hun eigen produkten goedkoper uit het buitenland kunnen halen.

0ENERAL Electric, het Amerikaanse elektronicabedrijf, had met veel moeite via een joint venture een plekje op de Japanse koelkastenmarkt veroverd. Maar afgelopen zomer kochten Japanse discountwarenhuizen de koelkasten rechtstreeks in de Verenigde Staten en brachten ze goedkoper op de Japanse markt dan de in Japan gemaakte koelkasten. Heineken brouwt zijn bier in een joint venture met het Japanse bedrijf Kirin. Maar geïmporteerd Heineken is nu goedkoper dan 'made in Japan'.

Kakaku-Hakai, prijsvernietiging, noemt de Japanse zakenman de prijsdalingen en hij kijkt verdrietig bij het uitspreken van dit woord. De sinds jaren vaststaande winsten smelten opeens weg doordat supermarktketens het ingewikkelde distributiesysteem omzeilen. De leverantie van fabriek naar winkel loopt in Japan van oudsher over veel schijven. Produkten wisselen wel vijf keer van eigenaar voor ze in de winkel op de hoek liggen. Elke tussenhandelaar rekent een percentage, zodat de winkelprijs kan oplopen tot het dubbele van die in de supermarkt.

Vroeger dicteerde de machtige Japanse industrie deze praktijk. Maar de goedkope supermarkten eisen nu de hoofdrol op. Zij dwingen forse kortingen af. Het cosmeticaconcern Shiseido kreeg de geschillencommissie over zich heen omdat het zijn prijzige crèmes en luchtjes weigerde te verkopen aan voordeelmarkten. De winst van Shiseido loopt al twee jaar lelijk terug door de prijsvernietiging en door goedkopere buitenlandse concurrentie.

Ook op de moordend concurrerende automarkt wint het Westen terrein. Europese merken, BMW voorop, lopen beter na investeringen in dealernetwerken. Zelfs de Amerikaanse autofabrieken hebben nu eindelijk ontdekt dat Japan links rijdt. Nieuwe modellen met het stuur rechts zijn dit jaar geïntroduceerd.

Sommige grote bedrijven denken dat het einde van de recessie in zicht is. In enkele belangrijke takken van de industrie, zoals de chemie, de computers en de halfgeleiders, stijgen de winsten. Met autogigant Nissan gaat het weer uitstekend. Maar onderzoeken onder werkgevers tonen onveranderd een somber beeld.

'Het eind van de recessie is al te vaak voorspeld', zegt een econoom bij een buitenlandse bank. Japanners mogen somber zijn over hun toekomst, maar de meeste buitenlandse kenners verwachten dat Japan versterkt uit de recessie zal komen. 'Japanners cultiveren het underdoggevoel. Het zit een beetje in hun aard', zegt de econoom.

Maar het malaisegevoel wordt nog het meest in de hand gewerkt door het gebrek aan politieke vooruitgang. Japan heeft al geen traditie van sterke regeringen, maar de huidige coalitie onder de socialist Tomiichi Murayma slaat alles. Twee jaar geleden had iedereen de mond vol van politieke hervormingen. De kiezers maakten een einde aan de alleenheerschappij van de Liberaal-Democratische Partij (LDP), die het land vanaf 1955 onafgebroken had bestuurd.

De onafzienbare reeks schandalen was zelfs de doorgaans stoïcijnse LDP-aanhang te gortig geworden. Die liep over naar de partijen die een eerlijke, doorzichtige politiek beloofden. Maar nu zit de vermaledijde LDP weer op het regeringspluche. Met de socialisten nog wel, de vroegere aartsvijanden, die niet eerder in het kabinet kwamen. Wat is er gebeurd?

De hervormers, onder leiding van de gedeserteerde LDP'ers Ichiro Ozawa en Morihiro Hosokawa, kwamen met een vereenvoudigd kiesstelsel en bezweken vervolgens onder interne geschillen. De socialisten, wier aanhang sterk afkalfde, liepen over van het hervormingskamp naar de LDP. En zo zitten nu de anti-hervormers weer in de regering en de hervormers in de oppositie. Tot afgrijzen van de laatste echte gelovigen, bleek de hervormingscoalitie (Shinshinto) niet vies van handjeklap met de regering.

Japan gaat waarschijnlijk voor eind volgend jaar naar de stembus onder het nieuwe stelsel. 'Alles wijst erop dat de LDP de verkiezingen gaat winnen. De mensen zijn gedesillusioneerd en geloven niet meer in hervormingen. Ze keren terug naar de LDP in de verwachting dat die in ieder geval de economie weer op orde krijgt', denkt hoogleraar politicologie Rei Shiratori van de Tokai-universiteit in Tokyo. Hij sluit niet uit dat Japan weer terugkeert naar het 'anderhalfpartijstelsel', waarbij een partij langdurig de regering beheerst en een andere zwak in de oppositie blijft.

Shiratori heeft zelf het vertrouwen in de vernieuwers verloren sinds die in zee zijn gegaan met het boeddhistische Komeito. 'Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Ozawa doet het alleen om de macht en ziet niet dat Komeito heel gevaarlijke tendensen in zich bergt.' Hij doelt op de invloed van de snel groeiende boeddhistische sekte Soka Gakkai in die partij.

Oud-leden van deze sekte vinden dat de leider, Daisaku Ikeda, dictatoriale en militaristische neigingen heeft. Enkelen zeggen te zijn mishandeld of bedreigd. Desondanks kan Ikeda (67) rekenen op onvoorwaardelijke trouw van zijn acht miljoen aanhangers. Afgelopen juli, bij de senaatsverkiezingen, was bijna de helft van de 12,5 miljoen stemmen op Shinshinto afkomstig van de Soka Gakkai-aanhang, gaf de partij zelf toe.

Ikeda streeft politieke macht na om te voorkomen dat de regering de vrijheid van sektes inperkt. Als reactie op het optreden van Aum Shinrikyo ligt nu wetgeving in het parlement die meer controle op de activiteit van sektes mogelijk moet maken.

Osamu Komatsuzaki heeft onderdak gevonden bij Soka Gakkai. Hij deelt in de drukke metro van Tokyo Japanse en Engelse boekjes over het boeddhisme uit. De 32-jarige Komatsuzaki moet lachen als de totalitaire tendensen ter sprake komen. 'Dat bestaat niet. Ikeda is fantastisch. Iedere keer als ik hem hoor, voel ik me geïnspireerd.'

Komatsuzaki is een drop out. Hij kwam vijf jaar geleden zijn geluk beproeven in Tokyo, maar vond geen goede baan. Dorpsgenoten die eerder naar de grote stad waren getrokken, brachten hem in contact met Soka Gakkai. 'Sindsdien heeft het leven zin. Het bestaan van een salaryman is zo leeg.'

Niet alleen mislukte plattelanders zijn lid van Ikeda's sekte. Ook succesvolle bankiers en zakenlieden zoeken hun heil bij Ikeda's gedachtengoed, dat teruggrijpt op het militante boeddhisme van de dertiende-eeuwse monnik Nichiren. Prof. Shiratori maakt zich zorgen over de opkomst van sektes. 'Ze zijn middeleeuws, maar ze springen in op de behoefte aan meer inhoud.'

Dat de samenleving zo weinig houvast biedt en lijdt onder een groot gebrek aan richtinggevende ideeën, is een veelgehoorde klacht. Shiratori zoekt het in oude Japanse waarden: 'Het enige wat ik hoor, is een hartstochtelijk pleidooi voor deregulering. Het zakenleven wil dat we de Verenigde Staten achterna gaan. Maar ze zien het grote gevaar van werkloosheid niet. We moeten het gezin niet laten onttakelen, zoals in de Verenigde Staten. Bedrijven mogen niet overgaan tot massa-ontslagen. Het is hun verantwoordelijkheid om nieuwe produkten te ontwikkelen die mensen aan het werk houden.' Het is een visie die op de terugtocht is. De jeugd ziet steeds minder in de oude waarden en wil minder offers brengen.

Het Japanse bedrijfsleven wil economisch moderniseren. Door de hoge kosten lekt steeds meer produktie weg naar China en Zuidoost-Azïe. De garantie van een levenslange baan staat onder druk. Hoewel massa-ontslagen als in het Westen nog ondenkbaar zijn, durven sommige bedrijven het aan om hun personeelsbestand fors in te krimpen.

Nippon Telegraph & Telephone ontslaat de komende vijf jaar 45 duizend van zijn 195 duizend werknemers via vervroegd pensioen of overplaatsing naar geaffilieerde bedrijven. NTT kan alleen op deze manier concurrerend blijven.

0N EEN laag met lampionnen verlicht eethuisje in Tokyo's zakenwijk Shinjuku zitten groepjes salarymen luidruchtig te dineren. Ze eten verschillende soorten geroosterd vlees op stokjes met sojasaus, de specialiteit van kok Toru Takahashi. Bier en saké vloeien rijkelijk. Het is goed gebruik dat een kantoorklerk een of twee keer per week met zijn collega's gaat eten en laat thuiskomt.

Kok Takahashi was vroeger docent Engels. Hij had genoeg van lesgeven en maakte van zijn spaargeld grote reizen in Azië en Europa. Niet in groepen, zoals de meeste van zijn landgenoten, maar alleen. Nu is hij neergestreken in Shinjuku om een nieuwe reis bij elkaar te verdienen. Maar het geld rolt niet meer als vroeger in dit dure stukje Tokyo, waar de meeste wolkenkrabbers staan.

Takahashi weet waarom: de recessie. Eten op rekening van het bedrijf is aan banden gelegd. Vroeger spendeerden mensen rustig een paar duizend gulden op een avond aan dure drank en exotische gerechten. Dat hoorde bij goed zakendoen. Nu drinken ze bier en eten ze goedkoper, want ze moeten het zelf betalen.

Maar de salaryman houdt nog wel van een avondje uit met collega's. Een zestal verzekeringsemployés moet eerst lachen als Takahashi hun vraagt wat de grootste verandering was op hun werk de afgelopen vier jaar. Na druk overleg zijn ze het eens: het is niet het verlies aan declaratiemogelijkheden. Nee, ze zijn bang voor ontslag en promotie is minder vanzelfsprekend. Niet dat er al ontslagen zijn gevallen. Maar je hoort er zo veel over. De oude hiërarchie staat onder druk. En een van hen weet van een chef op een afdelingskantoor die veel jonger is dan zijn ondergeschikten. Dat is nieuw, want normaal heeft de oudste het meest te vertellen.

Takahashi kijkt als vrijgevochten levensgenieter neer op de salarymen. Maar hij denkt niet dat zijn manier van leven veel navolging zal vinden. 'Ze nemen misschien iets meer vakantie op, ze kleden zich iets minder formeel, ze maken iets minder lange dagen. Het is allemaal ''iets''. De Japanse geest kan niet snel veranderen, dat gaat heel langzaam.'

Ook de sinds augustus afgekeurde Yoshimi Masakado denkt dat ze een buitenbeentje is. Overal in de uitgeverswereld vallen ontslagen door automatisering. Ze heeft vrienden die hun kinderen van dure privé-scholen moesten halen. Ze beseft dat ze zelf bevoorrecht is, omdat haar man een goede baan heeft en omdat ze in centraal-Tokyo woont. Dat laatste spaart uren reistijd.

Yoshimi doet nu vrijwilligerswerk in een ziekenhuis. Ze zou eigenlijk wel maatschappelijk werk willen doen, maar dat betekent vier jaar studeren. Ze weet niet of het betaalbaar is. Haar oudste zoon wil naar de gerenommeerde technische universiteit van Tokyo. 'Als hij het toelatingsexamen haalt, blijft er geen geld meer over voor mij. Dan moet ik misschien wel weer gaan werken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden