Schetterende herauten van de moderne poëzie

Op Van Ostaijens Music-Hall passen trompetten, aldus Arjan Peters, die ook nog een trompetminnende olifant vond.

Arjan Peters
null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Bijna niet voorstelbaar dat de bundel Music-Hall van de 20-jarige Paul van Ostaijen die honderd jaar geleden verscheen in een oplage van 206 exemplaren zó zuinig werd verkocht dat de eerste druk nog leverbaar was toen de dichter twaalf jaar later stierf.

Natuurlijk, het was in 1916 oorlogstijd in Antwerpen, maar in deze verzen klonk een ander geluid - dat van de stad ('Juffer Lola doet naar nieuwe wetten/ Klepperen de kastanjetten'), met de ritmen van dansorkesten in tingeltangels, de uitgaansgelegenheden waar de dichter zich in onderdompelde, om even te vergeten dat hij overdag klerk was op het stadhuis. En in de valavond verzamelde de 'sterrevende zon' haar gouden praal 'in een glaze tremportaal'.

Ter gelegenheid van het eeuwfeest verschijnt overmorgen een jubileumeditie van Music-Hall (Polis; euro 19,95), met op het omslag van Stijn Dams twee trotse trompetten waarvan de klanken ervoor zorgden 'dat ik weer eens de ware wereld buiten/ Treed; dat ik weer eens wone/ In illuzie's hogere regionen.' Op eerdere drukken stonden nog geen trompetten. Een vondst, deze schetterende herauten van de moderne poëzie.

Waar is dat begonnen, dat een trompet om aandacht verzoekt? Toetanchamon had ze al, maar die waren primitief, en de farao had nog geen Chet Baker of Eric Vloeimans onder zijn rekruten. Toevallig kwam ik deze week nog een historische trompet tegen, in Rembrandts olifant van Michiel Roscam Abbing. Die beschrijft hoe de show-olifant Hansken in de zeventiende eeuw jaren door Europa werd gesjouwd (Leporello uitgevers; euro 19,90). Vondel verwees naar haar, Rembrandt etste en tekende haar, Hansken beheerste kunstjes: met haar slurf diepte ze muntstukken uit broekzakken op en ze slurpte rustig veertig liter brandewijn naar binnen. Daarna moest ze dan wel even gaan liggen.

Niet alles liet Hansje zich welgevallen. In Rijswijk werd er een muzikant op haar rug gezet die viool ging spelen. Roscam Abbing: 'Zij pakte de muzikant met haar slurf op en smeet hem hard op de grond, waarbij de viool in stukken brak.' Adieu André Rieu uit Rijswijk. En dan komt het citaat: 'Van trompetmuziek daarentegen had Hansken geen last, ze danste er zelfs enkele pasjes op.'

Zou ze haar eigen trompetteren hebben herkend? 'Tred na tred,/ Danseresjeswet,/ Tred na tred,/ Voetjes zet.' Van Ostaijen kende Hansken niet. Maar op de trompet reageerde hij krek hetzelfde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden