Schermen, maagden en nietsnutten

Het dichtst dat ik in de buurt van schermen ben gekomen, was in het Australische Sydney. Dat klinkt nogal parmantig en suggereert van alles, maar dat is niet de bedoeling.


Laten we beginnen met Sydney. Daar werden in 2000 de Olympische Spelen gehouden. Op 21 september was het plaatselijke Exhibition Centre toneel van de beslissende fase in het schermtoernooi, afdeling mannen, sectie sabel. Na afloop werd winnaar Mihal Covaliu volgens traditie gejonast, aldus beweerde de verslaggever van de Volkskrant de volgende dag met veel te grote stelligheid.


Elf jaar geleden kon dit dagblad zich nog permitteren een nietsnut te sturen naar het grootste sportevenement ter wereld, ook al was dat in het uiterste puntje van Australië. Deze nietsnut had zichzelf uitgeroepen tot redacteur malle sporten. Terwijl Nederlandse sporters elders in Sydney de successen aaneenregen, zat hij bij gewichtheffen en synchroonzwemmen. En schermen dus. Deze nietsnut, die twee weken lang de tijd van zijn leven had, was ik.


Maar malle sporten bestaan natuurlijk niet. Onbestaanbare sporten bestaan daarentegen wel. Schermen is zo'n sport.


Met een beetje goede wil is er in de familie of vriendenkring vast wel een gewichtheffer of synchroonzwemster te vinden. Maar schermen speelt zich elders af. Schermen wordt beoefend door baronnnen, gravinnen en hoofdredacteuren. Schermers hebben sierlijke namen. Ze komen uit Italië of Frankrijk of ze zijn van halfvergane adel uit Oost-Europa of ze spelen Darth Vader in Star Wars.


Om deze redenen kwamen al die malle sporten, uitgezonderd schermen dus, wel tot leven in Sydney. Hun hoofdpersonen werden karakters. Hun belang, hoe tijdelijk ook, was onmiskenbaar.


De schermsport bleef magie, het werk van illusionisten. Zelfs die olympische finale was een schouwspel. Covaliu en de Fransman Gourdain waren nepridders in witte overalls, verwikkeld in een schijngevecht.


In Kees de Jongen, de kinderbijbel van opgegroeide jongens, zit ook zo'n schijngevecht. Hoofdpersoon Kees Bakels, die onverbeterlijke fantast, slaat weer eens compleet op hol als hij met die eeuwige zwembadpas van hem schermspullen moet afleveren bij de gymnastiekleraar.


Die goeie ouwe Kees ziet het natuurlijk al weer helemaal weer gebeuren. Dat de meester vraagt of-ie niet wil binnenkomen. Dat-ie Kees uitdaagt om een potje te schermen. Dat Kees antwoordt dat-ie het nog nooit heeft gedaan, maar dat-ie de meester daarna versteld doet staan. 'Je hebt me maar wat wijsgemaakt, Bakels, je hebt het méér gedaan. Ik heb m'n handen vol an je.'


Maar natuurlijk eindigt het hoofdstuk er mee dat Kees zichzelf staat te verwensen. 'Wat was-ie stom geweest. Wat was-ie weer stom geweest!'


Met de pet in z'n hand had Kees Bakels zich als de eerste de beste sul laten wegsturen. Schermen zou voor Kees de Jongen altijd een ver-van-z'n-bed-show blijven en voor mij dus ook. Zo gaat dat met kinderbijbels. Dat zijn houvasten voor een heel leven.


Om toch iets nader tot de materie van het schermen te komen, heb ik deze week De Nederlandse Maagd gelezen. Met deze roman won schrijfster Marente de Moor een paar weken geleden de AKO Literatuurprijs.


De Moor heeft zelf geschermd en plaatst haar expertise in het Duitsland van de jaren dertig waarin Hitler het langzaam maar zeker voor het zeggen krijgt. Zwaarmoedig decor voor een sport van edelmannen en dito vrouwen.


Marente de Moor kan mooi schrijven en de 'kunst van het niet geraakt worden' is een mooi vehikel voor haar verhaal. Lees op pagina 47 de erotische toenadering tussen de Limburgse maagd en haar Duitse leermeester.


'Hij tikte met zijn floret tegen mijn achterste. Een frivool gebaar, billen horen niet geraakt te worden. Het trefvlak van een florettist begint onder zijn keel en eindigt in zijn kruis, dat is het stuk lijf waarmee hij het moet doen, als een slordig opgegraven Griekse god.'


Het is bewonderenswaardige, maar ijle kunst die De Moor bedrijft. De Nederlandse Maagd is een roman als een schouwspel. Zal wel met dat schermen te maken hebben.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden