Schepen in de modernste stad van Nederland

Hang honderdtwintig doeken van Europese kunstenaars naast elkaar, allemaal handelend over hetzelfde onderwerp, maar geschilderd in een tijdsspanne van honderdtwintig jaar en je krijgt vanzelf een overzicht van de Europese schilderkunst....

Maar is het onderwerp van al die schilderijen Rotterdam, en loopt de periode van 1820 tot 1940, dan zijn het niet de kunsthistorische ontwikkelingen die de kijkers interesseren. Nee, dan staan oudere Rotterdammers voor schilderijen en wijzen elkaar bruggetjes aan, steegjes, gebouwen, namen mompelend, met elkaar overleggend: als dat die brug was, was daar die straat, en ging ik daar naar school.

Over de tentoonstelling Meesters aan de Maas 1820-1940 in de Kunsthal in Rotterdam hangt de doem van het Duitse bombardement van 14 mei 1940, dat het hart uit de stad sloeg, zoals de aanslagen op de WTC-torens het hart van Manhattan verwoestte.

Rotterdam werd pas relatief laat door schilders ontdekt. Waar Amsterdam vele malen door Rembrandt werd vereeuwigd, waar Vermeer zijn Gezicht op Delft schilderde, en Jan van Goyen zich liet inspireren door Leiden, Dordrecht en Nijmegen, werd Rotterdam in Hollands Gouden Eeuw veronachtzaamd. Pas na 1820 toen de koopmansstad veranderde in een internationale havenstad, werden kunstenaars aangetrokken door de bedrijvigheid. Veel schepen hangen er in de Kunsthal, veel havengezichten en veel werk van Rotterdammer Johan Hendrik van Mastenbroek (1875-1945).

Mensen zie je weinig op de schilderijen, en als je ze ziet zijn het passanten. Mede daardoor springen de beeldvullende figuren op twee krachtige doeken van Charley Toorop (uit 1926) er zo uit, het ene van twee negers in de haven, het andere met de kuise titel Drie figuren, dat twee prostituées en een pooier toont. Andere Fremdkörper tussen de stadsgezichten zijn Kurt Schwitters collages, die de tentoonstelling haalden vanwege de kaartjes van de Rotterdamsche Electrische Tram Maatschappij die hij erin verwerkte, en een curieus olieverfschilderijtje van Laurens van Kuik uit 1916, waarvan de titel Geïnspireerd op de geluiden en bewegingen van de electrische trams luidt.

En dan, aan het eind van de tentoonstelling slaat het noodlot toe. In een dramatisch-sentimenteel werk bijvoorbeeld van Herbert Fiedler, waarop een vrouw haar handen ten hemel heft, schreiend tussen de doden en het kadaver van een paard. Dolf Henkes tekende een droefstemmend panorama van de verwoeste stad, terwijl op Jan Bakkers Brandende belastinggebouwen aan de Boompjes donkere wolken het beeld nog dreigender maken dan de vlammen die uit de muren slaan.

Dergelijke wolken komen terug op het beklemmende slotakkoord van de tentoonstelling, Hendrik Chabots De brand van Rotterdam, zijn meest geslaagde schilderij. Boven een verlaten landschap in het voorjaar, met boerenwoninkjes op de voorgrond, komt een roodzwarte wolkenlucht op de toeschouwer af - een beeld waarvan een grote dreiging uitgaat.

Op de tentoonstelling Interbellum Rotterdam 1918-1940 in Las Palmas ontbreekt zo'n slotbeeld, maar natuurlijk, ook daar kan een hedendaagse toeschouwer onmogelijk rondlopen zonder zich ervan bewust te zijn dat de Rotterdammers uit die tijd de ramp van 1940 te wachten stond. Het is een vrolijk beeld dat hier van Rotterdam wordt geschetst, het beeld van een stad die - in de jaren twintig en dertig - tot de modernste van Nederland behoorde. De langste tunnel werd gebouwd onder de Maas in Rotterdam, het modernste warenhuis (het streng-zakelijke ontwerp van W.M. Dudok voor de Bijenkorf) stond in Rotterdam, de hoogste hefbrug werd gebouwd in Rotterdam - en Joris Ivens maakte er Nederlands eerste avant-garde film over. 'Amsterdam is onze nationale, maar Rotterdam is onze internationale stad', zegt Dreverhaven in Karakter van Borderwijk, waarvan ook een exemplaar op de tentoonstelling ligt.

In een decor van kratten, kisten en pallets, passend bij het pakhuis dat Las Palmas was, is een scala bijeengebracht van memento's uit het bruisende Rotterdam. Opvallend bij binnenkomst zijn de vier enorme schermen waarop een compilatie is te zien van beelden uit het uitgaansleven, maar ook van arbeidersprotesten en van de opkomst van het nationaal-socialisme. Zes uur zou het kosten om al die beelden te zien, maar door het opgeblazen formaat ervan en de slechte akoestiek in de hal, verworden ze al snel tot een bewegende achtergrond.

Leuker zijn de tastbare voorwerpen. Voorbeelden van de bloeiende industrie: de buisstoelen en de tafels, de lampen en de telefooncel geproduceerd door de firma Gispen of de voorraadblikken van Van Nelle. Voorbeelden ook van moderne architectuur, zoals de maquette van het Bijenkorfgebouw ontworpen door Dudok, tekeningen van de Heinekenbrouwerij, van museum Boijmans, van galerijflats. Er is veel aandacht voor het culturele leven met grammofoonplaten en bladmuziek, boeken (Kruimeltje, Karakter), fotografie, en japonnen.

Hier wordt de bruisende grootstad Rotterdam getoond. Onderbelicht blijft dat het interbellum ook een periode van crisis was - halverwege de jaren dertig waren meer dan vijftigduizend Rotterdammers werkloos. Hen schilderde Marius Richters in De Overbodigen, dat ook in Las Palmas hangt: mannen met petten, heren met hoeden in een treurigmakend lange rij voor het stempellokaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden