Scheldend in de achtervolging

'Trainspotting' was bepaald geen reclame voor Edinburgh. Maar het succes van boek en film mondt nu uit in een wandeling door de wijk die als decor diende....

De Schotse gevangenispredikant Tim Bell zegt dat hij geen obscener woord kent dan cunt. In de woordenboeken heet cunt een trut of een klootzak te zijn, maar dat is Bell bij lange na niet obsceen genoeg. Nee, dan Ton Heuvelmans in zijn vertaling van Trainspotting, het heftige boek van Irvine Welsh. Een cunt wordt bij hem een klaplul of een spuuglul en dat is nog maar de helft van de mensheid.

Obsceen of niet, dankzij Tim Bell schallen de cunts op deze vrijdagavond door heel Edinburgh, in alle soorten en maten. Bell is niet alleen gevangenispredikant, hij leidt ook toeristen rond in de hoofdstad van Schotland.

Met Trainspotting opengeslagen staan wij te wachten op bus 32 en voor deze gelegenheid zijn wij vanavond Mark Renton, hoofdpersoon in Trainspotting. Bus 32 speelt gewoon zichzelf en moet ons, Mark Renton dus, afleveren bij drugsdealer Mike Forrester.

Renton stapt uit op Pennywell Road, steekt de vierbaansweg over en loopt door het winkelcentrum naar de flat van Forrester. Pagina 25, achtste druk: 'Langs de met stalen luiken afgesloten panden die nooit verhuurd zijn en over het parkeerterrein waar nog nooit iemand een auto heeft geparkeerd.'

Die fuckin' cunt van een Forrester heeft alleen maar opiumzetpillen in de aanbieding. Wat moet Renton daar nou mee? Pagina 29: 'Ik heb nog nooit een vinger in mijn reet gestopt en een vaag gevoel van misselijkheid bevangt me.'

Op de terugweg loopt het Renton dun door de broek. Pagina 32: 'Ik denk erover terug te gaan naar Forrester, maar met die kloot hommel wil ik voorlopig niets meer te maken hebben. Ik herinner me dat er achter in de goktent in het winkelcentrum een wc is.'

(Volgt de smerigste-toiletsc-uit-de-literaire-geschiedenis, misschien nog wel bekender van de verfilming, waarin Renton tot aan zijn elleboog moet dreggen in het bruine water om de verloren schat terug te vinden. Gelukkig is deze treurige vestiging van Ladbrokes vanavond gesloten en kan het rollenspel eindigen.)

Edinburgh staat vooral bekend als de stad van sir Walter Scott, Robert Burns en Robert Louis Stevenson, schrijvers van naam en faam. Ze worden uitgebreid ged in het Writer's Museum op de Royal Mile, de statige verbinding tussen kasteel en paleis.

Het Edinburgh van Irvine Welsh speelt zich ergens anders af, in de koortsachtige wereld van junkies. De slecht beveiligde haven van Edinburgh speelde in de jaren tachtg een belangrijke rol in het drugstransport, en dat liet zijn sporen na op de bevolking. Het is een onaangename wereld, die van Welsh, maar zo onbarmhartig en humoristisch beschreven in een zo rijk scheldidioom dat Trainspotting een internationaal succes werd, zeker nadat er in 1996 een film van was gemaakt.

V

oor een stad die zich presenteert als het 'Athene van het noorden' was Trainspotting natuurlijk slecht nieuws, en nog steeds is Welsh geen toeristische attractie. 'Charles Dickens kreeg in zijn tijd ook weinig erkenning', zegt Tim Bell, en die vergelijking maakt meteen duidelijk hoe hoog hij Welsh heeft zitten.

De predikant heeft zijn nevenactiviteiten ondergebracht in Leith Walks en beleeft zelf zichtbaar plezier aan het Edinburgh van Irvine Welsh dat rond de haven is gesitueerd. Bells exempaar van Trainspotting staat vol met gearceerde alinea's waarin de fictie een levensecht decor kreeg.

Gelukkig heeft Tim Bell vrijdagavond zijn bril vergeten en moeten stadgenoten deze alinea's hardop voorlezen. Ze doen dat met groot enthousiasme, zoals een man bij de bushalte. Hij is degene die de cunts vrolijk laat schallen door Edinburgh. Maar een vrouw op Pennywell Street voelt zich in de maling genomen en opeens schallen de cunts een stuk minder vrolijk. Scheldend zet ze de achtervolging in, en Leith Walks verandert even in Leith Running.

Irvine Welsh werd 42 jaar geleden geboren in Leith en veel van zijn werk is gefantaseerde werkelijkheid. Vandaar dat het zich zo goed in een rondleiding laat vangen. Leith en Edinburgh verhouden zich tot elkaar als de werkman tot de burgerij. Tot in de twintigste eeuw was Leith zelfstandig. In 1920 wezen de inwoners bij referendum samenvoeging met Edinburgh nog massaal af, maar hogere economische machten besloten anders.

De wrok daarover is nog steeds niet helemaal verdwenen, maar is deels verhuisd naar aanpalende wijken als Granton en Newmarket. Het stadbestuur ontdekte in de jaren negentig de potentie van Leith. De woonkazernes langs de kust werden afgebroken en de oorspronkelijke bevolking moest plaatsmaken voor jonge welgestelden die nu uitzicht op zee wordt geboden in tot lofts omgebouwde opslagloodsen.

Irvine Welsh heeft dat proces nauwkeurig beschreven in Porno. Pagina 56 van de vorig jaar verschenen vertaling: 'Ik loop het nieuwe Leith in: de QE2, het Scottish Office, het Scotsman Building, de gerestaureerde havens, bodega's restaurants en yuppiebehuizingen.'

Sick Boy, de andere hoofdpersoon uit Trainspotting, keert in Porno terug naar Leith om het cafan zijn tante over te nemen. Hij gokt erop dat de yuppies ook verder zullen doordringen in Leith. 'Hier ligt de toekomst, slechts twee straten verderop, over een jaar of twee nog maar straat. En dan is het bingo.'

Het cafan Sick Boy heet Port Sunshine, een vrolijke verwijzing naar Sunny Leith, een uitspraak van Mary Stuart, de tragische Queen of Scots. Ze keerde in 1561 terug van haar asiel in Frankrijk en zei bij die historische gebeurtenis iets beleefds over zonnig Leith. Voor een bevolking die is gewend aan regen en mis is dat al eeuwenlang een bron van zelfspot.

Het tweede deel van de rondleiding eindigt zaterdagmorgen in Port O'Leith, een cafaarvan Tim Bell zeker weet dat het model stond voor Port Sunshine. In de tijd dat hij Trainspotting schreef, woonde Welsh om de hoek, en als erkend innemer moet hij er geregeld geweest zijn. De eigenaresse kan zich hem niet herinneren, maar weet wel dat haar zaak in de jaren negentig werd gefrequenteerd door kunstenaars. Mary Moriarty is zo'n vrouw bij wie het grijze haar alleen maar bijdraagt aan haar schoonheid, een koningin-moeder in een verschoten bontjas. De yuppies hebben Constitution Street nog niet ontdekt.

Het is al ruimschoots koffietijd, maar in Port O'Leith is de zaterdag nog niet eens begonnen. Een plukje bezoekers valt van de drank en de vermoeidheid in elkaars armen. De een vertrouwt de ander toe dat hij een good old cunt is. Mary Moriarty en Irvine Welsh kijken toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden