Schelden met respect

Overlast veroorzakende Marokkaanse jongens zijn weer in het nieuws. In het Amsterdamse Slotervaart kregen buurtvaders en hulpverleners gezelschap van straatcoaches, vaak kickboksers, die de taal van de straat spreken: ‘Jullie zijn allemaal flikkers.’ Door Weert Schenk..

Dit is een warzone, daarover wil Marvin Irion duidelijk zijn. ‘Wij gaan naar een gebied waar de politie weinig heeft te vertellen. Die Marokkaanse jongens rulen op straat. Niemand anders. De ellende speelt zich gewoon naast het politiebureau af. Wij moeten doen wat de politie niet kan en niet durft.’

De directeur van het beveiligingsbureau To Serve and Protect (TSAP) richt zich tot tien bijna vierkant gebouwde kerels. Ze zitten aan een lange tafel in een kelder vol fietsen, met een steile trap en laaghangende buizen waartegen iedereen zijn hoofd blijft stoten. Op tafel staan koffie en cake. Ufuk, een Turkse reus, eet een bak vruchtenyoghurt leeg.

Deze mannen moeten in de meest besproken wijk van Amsterdam, de Piet Mondriaanbuurt in het stadsdeel Slotervaart, de overlast van vooral Marokkaanse jongens aanpakken. De jongeren hangen er in groepen tot soms diep in de nacht rond, vaak voor de pizzeria en de shoarmatent op het verloederde August Allebé-plein.

Volgens de buurtregisseur Mustapha Rahali van de Amsterdamse politie is de groep het enige wat ze hebben. ‘Daaruit halen ze hun kracht. Op de groep kun je vertrouwen, dag en nacht. Maar het zijn geen bendes. Er is geen gemeenschappelijk doel.’

De jongens, in de leeftijd van 12 tot 23 jaar, intimideren en bedreigen, vallen vrouwen lastig. Antisemitisme, homohaat, verkeersgeweld en openlijke geweldpleging horen ook bij hun gedrag. Wie ergens iets van zegt, krijgt klappen. Veel jongens gaan niet naar school, hebben geen werk en geen toekomstperspectief. Een aantal houdt zich bezig met inbraken, berovingen en het kraken van auto’s. Wijkagent Rahali weet waar de gestolen goederen worden verhandeld.

De mannen die de confrontatie met de Marokkaanse raddraaiers aangaan, dragen bordeauxrode truien en grijze jassen. Op de kleding staat ‘Straatcoach’ rond een embleem met een adelaar. Jongeren die overlast veroorzaken, moeten zij wegsturen op basis van verbale kracht en fysieke uitstraling.

De inzet van Marokkaanse buurtvaders en tientallen andere, miljoenen euro’s kostende projecten hebben niet geleid tot rust in ‘de Piet’. Om die reden heeft de Amsterdamse burgemeester Job Cohen gekozen voor een onorthodoxe aanpak.

De straatcoach is een, vaak in kickboksen, karate of een andere vechtsport getrainde medewerker van TSAP. Het zijn mannetjesputters uit onder meer Marokko, Egypte, Turkije, Irak en Suriname. Zij spreken de taal van de straat. Het draait om respect: wie is een man?

‘Hé, kale homo’. Het gescheld komt bij de snackbar vandaan. Ze kunnen niemand anders bedoelen dan Ufuk, de Turkse straatcoach. Ufuk en zijn Marokkaanse collega Fouad keren hun fiets. ‘Wees een man, zeg het recht in ons gezicht’ , zegt Fouad. Zeven opgeschoten Marokkaanse jongens zwijgen. Ze dragen petjes of capuchons, om hun konten hangen te ruime broeken.

‘Oké’, zegt Fouad met een weids gebaar , ‘Als jullie mij geen goede reden geven voor het schelden, zeg ik: jullie zijn allemaal flikkers.’ Homo is een ernstig scheldwoord voor Marokkanen. Ufuk en Fouad blijven pal voor de groep staan. Er wordt gemord, maar er gebeurt niets. ‘Ik ben een man’, zegt Fouad, ‘ik durf het recht in jullie gezicht te zeggen.’

Dan vertrekken de straatcoaches op hun fiets. ‘Af en toe moet je je tanden laten zien’, zegt Fouad, ‘anders hebben ze geen respect en lachen ze je uit.’ ‘Het zijn geen mannen’, smaalt Ufuk.

Sinds november 2006 zijn de straatcoaches actief in de relatief rustige buurten van het stadsdeel Slotervaart, waar een kwart van alle Amsterdamse jongeren woont. Ze hebben er al moeten vechten. Een keer trok zelfs een Marokkaanse buurtvader zijn jas uit om met een straatcoach op de vuist te gaan. De man was aangesproken op het gedrag van zijn zoon, die op de politielijst van probleemjongeren staat.

En nu moeten de straatcoaches de Piet Mondriaanbuurt in. De Marokkaanse jeugd heeft laten weten dat ze daar niet welkom zijn. Zij zijn harder dan die jongens in de andere buurten. Het wordt oorlog.

‘In de Piet zijn overlast en criminaliteit veel meer met elkaar verweven’, zegt TSAP-teamleider Patrick Bakker. ‘We zijn er voor de overlast, niet voor de criminaliteit. Maar met onze aanwezigheid verstoren we hun criminele activiteiten. Dat zal weerstand geven.’

Tijdens een werkbespreking in de kelder van ‘de keet’, de uitvalbasis van de straatcoaches, hangt eind februari een gespannen sfeer. Een van de straatcoaches begint over kogelvrije vesten. Een ander wil weten hoe snel de politie komt als het tot een uitbarsting komt.

TSAP-directeur Marvin Irion, oud-kampioen kickboksen van Nederland, betwijfelt of de politie snel komt. De politie is ernstig onderbezet. Politiechef Gerard Kuijn heeft grote moeite de roosters in te vullen. Overdag zijn er soms maar vier of vijf agenten. Hij heeft beloofd de straatcoaches zonodig meteen te hulp te schieten.

‘Ik schrok toen ik hoorde dat er voor de noodhulp maar één autootje rondrijdt’, zegt Irion tegen de straatcoaches. ‘Jullie zijn op jezelf aangewezen. Maar wij hebben streetcredibility. Daarmee kunnen we meer bereiken dan de politie.’

Niet alleen de Marokkaanse jongeren hebben moeite met de straatcoaches, die elke dag onafgebroken aanwezig zijn. De welzijnsorganisaties staan ook niet te springen.

Daags voordat op 1 maart de straatcoaches de Piet intrekken, licht directeur Jack van Midden van de stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA) de buurtvaders en het moskeebestuur in. De SAOA huurt de straatcoaches in. Op een ander spoor stuurt de stichting de ‘interventiemedewerker gezinsaanpak’ aan, die de ouders van extreem lastige jongeren aan huis bezoeken.

Van Midden heeft nog maar net gezegd dat ‘vanwege het uitblijven van een passende aanpak’ de burgemeester opdracht heeft gegeven om met straatcoaches de overlast te stoppen, of coördinator M. Farjani van de buurtvaders onderbreekt hem. Volgens Farjani zijn de problemen in de buurt niet op te lossen met ‘mensen van buiten’. Hij wil niet dat straatcoaches de buurt intrekken. In bijna onverstaanbaar Nederlands eist hij een gesprek met burgemeester Cohen. ‘We worden met de handen geboeid en dan wordt tegen ons gezegd: je doet het niet goed. Maar ik woon in Amsterdam, niet in Palestina.’

Buurtvaders

Buurtvaders
Maar de buurtvaders, die na een relletje in 1998 vrijwillig op straat gingen patrouilleren om hun zonen in de gaten te houden, hebben hun beste tijd gehad. De huidige generatie Marokkaanse jongeren heeft geen respect voor hen, zeggen politiemensen. Ze worden uitgescholden voor ‘shekkam’, verraders. De buurtvaders zouden uit angst crimineel gedrag afdekken. Daarom werkt Cohen nu liever met betaalde krachten, die ook in de onaangename nachtelijke uren in touw zijn.

Buurtvaders
De met subsidiegeld betaalde jongerenwerkers in Slotervaart staan ook argwanend tegenover de straatcoaches. Ze willen beslist niet met het initiatief worden geassocieerd. Een verzoek van de SAOA-directeur Van Midden om een gesprek tussen de Marokkaanse jongeren en de straatcoaches te arrangeren, wordt afgewezen.

Buurtvaders
Van Midden vindt dat de jongerenwerkers te veel vriendjes willen zijn met hun doelgroep, hoewel ze misschien ook wel bang zijn. Hij vertelt dat een van hen niet ingreep, toen de straatcoaches werden geprovoceerd. De jongerenwerker bleef op afstand, maar klaagde later wel bij de stadsdeelvoorzitter over het ‘onprofessionele’ gedrag van de straatcoaches. ‘Fok mijn baan’, had een van de straatcoaches geroepen, ‘kom maar op’. Dat was niet helemaal goed gegaan, erkent Jack van Midden. Alleen voorzitter M. Adardour van het moskeebestuur is positief. ‘We moeten alles proberen in deze moeilijke buurt.’

Buurtvaders
In de eerste dagen van maart fietsen de straatcoaches gespannen door sector D, zoals de Piet Mondriaanbuurt voor TSAP heet. Vooralsnog worden ze op alleen op afstand uitgescholden. Een groepje oudere Marokkanen dat net de moskee verlaat, maakt hen uit voor ‘verraders’. Straatcoach Ufuk is verbijsterd. ‘Dat geloof je toch niet?’

Buurtvaders
Niemand weet welke kant het opgaat. Op de vraag van Ufuk hoever hij mag gaan om zich te verdedigen, heeft teamleider Bakker gezegd. ‘Zover als nodig.’ ‘En als ze met messen komen?’ ‘Dan helemaal. Maar ik zou geen risico’s nemen, want wij zijn niet gewapend.’

Buurtvaders
Soms lukt het de straatcoaches met de jongens een praatje te maken en uit te leggen wat hun werk inhoudt. Dan zeggen ze dat ze geen ‘skotoe’ (politie) zijn, dat ze niets kunnen doen als de jongens van plan zouden zijn Albert Heijn te beroven, maar dat ze hen wel kunnen aanhouden als ze het zien gebeuren. Voor de rest zijn het gescheiden werelden, die soms op tien meter afstand naar elkaar staan te kijken. De ene dag wordt de straatcoach gedag gezegd, de volgende is hij een homo, een snitch (verrader) of een bledder (een blablamannetje dat stoer denkt te zijn). De ene dag praat de jongen tegen de straatcoach, de volgende dag spuugt ie voor hem op de grond.

Buurtvaders
‘Als ik bevoegdheden had, zou ik die jongens harder aanpakken, veel harder’, zegt Fouad. ‘Agenten die worden uitgescholden, lopen gewoon door. Laat de Marokkaanse politie hier vier weken rondlopen en de problemen zijn over.’

Buurtvaders
Zo gaan een paar weken voorbij. De verwachte machtsstrijd blijft uit. Het is niet normaal, zo rustig het is in de Piet, zeggen ze bij de stichting Aanpak Overlast. De doelgroep gaat de confrontatie niet aan en laat zich gedwee wegsturen als de straatcoaches het nodig vinden. Is dit nu de brandhaard die iedereen zo vreesde?

Buurtvaders
‘Ze zijn slim, die jongens, zó slim’, zegt Ufuk. ‘Ze wachten rustig totdat wij weg zijn en gaan dan hun ding doen.’ Teamleider Patrick Bakker: ‘Ze vermijden de confrontatie, omdat er anders gedoe met de politie komt. Die tijd gebruiken ze liever om in te breken of auto’s te kraken.’

Buurtvaders
De straatcoaches zien soms rijtjes van drie of negen opengebroken auto’s. De politie houdt veel verdachten aan, wekelijks rond de dertig, maar het aantal delicten neemt niet wezenlijk af.

Buurtvaders
Op 20 maart arresteert de politie zestien verdachten van een serie gewelddadige inbraken in bedrijven door het hele land. Het zijn jongens die het stadium van de overlast en de kleine criminaliteit voorbij zijn. Zij zijn volgens de politie hard op weg zware criminelen te worden.

Buurtvaders
De volgende dag stapt burgemeester Cohen de keet binnen. Hij noemt de aanpak met de straatcoaches ‘spannend’, omdat hij hiermee ook een nieuwe stijl van besturen heeft geïntroduceerd. De burgemeester wil niet meer dat eindeloos over een goed plan wordt vergaderd. ‘Snel beginnen en gaandeweg hindernissen afbreken en beleid maken’ is soms een betere strategie.

Buurtvaders
Niemand weet of het zonder alle miljoenen kostende projecten voor de jeugd nog erger was geweest. In elk geval gaf Cohen in 2002 toe dat het beleid sinds 1998 had gefaald. Hij kondigde een andere, hardere aanpak aan van criminele Marokkaanse jongeren. Daarvoor had hij met allerlei instellingen ‘waterdichte’ afspraken gemaakt.

Buurtvaders
Vorig jaar vond Cohen het hoog tijd worden om ook de probleemjongeren aan te pakken. Een groot aantal zou aan het begin van een criminele carrière staan. Vandaar het experiment met de straatcoach in combinatie met huisbezoeken aan ouders. Voor het stadsdeel Slotervaart is hiervoor tot 2010 een bedrag van anderhalf miljoen euro per jaar beschikbaar. Inmiddels is de proef uitgebreid met Osdorp.

Buurtvaders
De materie blijkt hardnekkig, vooral omdat welzijnsinstellingen niet willen samenwerken, volgens gemeentelijke topambtenaren uit angst klanten en omzet te verliezen. In de keet wordt Cohen met de neus op de feiten gedrukt.

Buurtvaders
Zonder informatie van politie, justitie, scholen en welzijnsorganisaties, heeft het nauwelijks zin huisbezoeken af te leggen. ‘Deze jongeren zijn zo gehaaid en manipulatief, daar kunnen we niet blanco heen’, zegt Mourad Taimounti, die de ‘interventiemedewerker gezinsaanpak’ aanstuurt. ‘De organisaties beloven medewerking, maar er komt weinig.’

Buurtvaders
Tijdens de huisbezoeken wordt van de ouders geëist dat ze hun verantwoordelijkheid nemen. Als ze daarbij hulp nodig hebben, krijgen ze die. Taimounti: ‘Om geloofwaardig te blijven moet die hulp er bij wijze van spreken de volgende dag zijn. Maar de hulpverleners lopen niet in hetzelfde tempo. Vaak houden ze mensen maandenlang aan het lijntje.’

Buurtvaders
Hij verhaalt over multiprobleemgezinnen, waarin zoveel hulp zit dat de instanties in feite elkaar tegenwerken. ‘Niemand neemt de regie.’ SAOA-directeur Van Midden drukt Cohen op het hart: ‘Er moet veel meer power op.’

Buurtvaders
Zonder de interventiemedewerker gezinsaanpak (img’ers) zou de straatcoach het zoveelste loze project zijn, zegt Van Midden. De img’ers moeten de ouders betrokken maken, zodat hun zonen een goede dagbesteding accepteren.

Buurtvaders
De img’ers zijn van Marokkaanse afkomst. Ze spreken alle talen van Marokko en kunnen beter dan Nederlanders het vertrouwen winnen van de ouders, meent Van Midden.

Prada-schoenen

Prada-schoenen
Volgens img’er Hafid weten de meeste ouders niet wat hun kinderen buitenshuis doen. ‘Ze weten niet of ze wel naar school gaan, waar ze ’s avonds uithangen, of hoe ze aan die Prada-schoenen komen of aan die dure scooter. En als ze wel vragen stellen, worden ze voorgelogen. Ze laten zich gemakkelijk inpakken met de verhalen van hun zonen, hun prinsjes.’

Prada-schoenen
Een huisbezoek bij gezinnen waar de criminele zoon de baas is of het hele gezin crimineel is, is hopeloos. Maar de meeste andere ouders zijn bereid meer toezicht te houden. ‘Onze boodschap is: dit is de laatste kans voor je kind’, zegt Hafid. ‘Er worden simpele opvoedkundige afspraken gemaakt. Wij controleren dat ook.’

Prada-schoenen
Hafid zegt dat sommige ouders ten einde raad zijn. Er zijn jongens die geen opleiding volgen, geen werk hebben en de hele dag op bed. Er zijn er die spijbelen, slechte schoolresultaten hebben en de hele dag blowen en drinken.’

Prada-schoenen
‘Voor die huisbezoeken is de jeugd het meest beducht,’ zegt Taimounti. ‘Dat bleek in de andere buurten. Sommigen jongens zeiden dat de hete olie klaar stond.’ Als er bij ouders onaangekondigd wordt aangebeld, staan er voor hun veiligheid straatcoaches in de buurt. Tot vechtpartijen kwam het niet, ook al scheelde het in andere buurten soms een haartje.

Prada-schoenen
Met Pasen gaat het wél mis. Zaterdagavond ontstaat er een gevecht tussen een straatcoach en drie jongens op het Allebé-plein. Onder het roepen van ‘verrader’ valt een van de jongens een straatcoach van achteren aan en neemt hem in de wurggreep. De twee anderen springen erbij. De straatcoach weet zich te bevrijden door een harde stomp uit te delen. Naast het politiebureau ontstaat veel tumult, maar geen agent laat zich zien.

Prada-schoenen
De volgende dag wordt het knokken tussen vier straatcoaches en een klein groepje jongens dat snel uitgroeit tot een man of dertig. Een straatcoach wordt met traangas bespoten. Het gaat er hard aan toe. TSAP-teamleider Bakker is woedend dat de politie pas na ruim een kwartier te hulp kwam. ‘Het gebeurde verdomme vlak naast het politiebureau. Als we geen steun krijgen, zijn we vogelvrij.’

Prada-schoenen
Politiechef Kuijn zegt dat na de melding de agenten binnen een minuut buiten waren. Ze hadden dus eerder moeten worden gewaarschuwd. De recherche onderzoekt de vechtpartij. Volgens Kuijn heeft hij te maken met de frustraties over de huisbezoeken. Dat bleek uit het geschreeuw van die jongens, zegt Kuijn. De afgelopen dagen was het er rustig. Maar de temperaturen stijgen, het straatleven barst los en de huisbezoeken gaan door. De Piet staat op scherp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden