Scheidend staatshoofd wijzigde niets aan instituten Vijfde Republiek Mitterrand, De Gaulle's ware erfgenaam

In de hoge, goudgestucte salon Murat van het Elysée-paleis hing woensdag een emotionele atmosfeer bij de laatste door president Mitterrand voorgezeten vergadering van de ministerraad....

SJOERD VENEMA

Van onze correspondent

Sjoerd Venema

PARIJS

De aan de langwerpige mahoniehouten tafel verzamelde rechtse ministers beseften licht aangedaan door het historische moment dat met Mitterrands opvolging komende zondag een bladzijde van een halve eeuw in Frankrijks politieke geschiedenis wordt omgeslagen.

In de Franse kranten werd uitgerekend dat Mitterrand in zijn carrière ongeveer 1300 maal de ministerraad bijwoonde, waarvan een kleine achthonderd keer als president. Elf maal bekleedde Mitterrand het ministerschap tijdens de Vierde Republiek. Veertien jaar was hij president in de door Charles de Gaulle in 1958 gestichtte Vijfde Republiek, die hij als oppositieleider 'een permanente staatsgreep' noemde.

Geen van De Gaulle's opvolgers bleek echter de op maat van de grote generaal gesneden Franse presidentiële functie zo goed te passen als de kleine Mitterrand. Hij heeft aan de grondwettelijke instituten, ondanks zijn vroegere felle kritiek, dan ook niets veranderd. Als enige president zal Mitterrand zondag met twee ambtstermijnen een record-regeerperiode van veertien jaar volmaken.

François Mauriac schreef ooit dat Mitterrand reeds als kind 'zijn vuistjes tot pijn toe balde uit de behoefte in zijn leven te domineren. Hij heeft ervoor gekozen om aan die overheersing alles op te offeren'. De raadselachtige en vaak paradoxale kant van Mitterrands karakter wordt iets begrijpelijker door Mauriacs opmerking.

Het verklaart deels de virulente oppositie van Mitterrand tegen De Gaulle, maar ook zijn onverholen fascinatie voor de generaal. Het maakt de veerkracht begrijpelijk waarmee Mitterrand een aantal hinderlijke schandalen in zijn carrière heeft weten te overwinnen. Zoals de in scène gezette mislukte aanslag op zijn leven bij het Parijse Observatorium in 1959. Mitterrands duistere rol daarin werd nooit opgelost.

De allesoverheersende drang naar de macht blijkt ook uit Mitterrands uithoudingsvermogen om het hoogste ambt te bereiken. Net als het gemak waarmee hij, eenmaal in 1981 in het in Elysée gekozen, de macht in alle richtingen heeft weten aan te wenden en desondanks na veertien jaar nog altijd een ongekende populariteit onder de Fransen bezit.

De in 1916 in een bourgeoisgezin in het zuidwestelijke plaatsje Jarnac geboren François Mitterrand leek in geen enkel opzicht voorbestemd om het later tot eerste linkse president in de Vijfde Republiek te brengen. Behalve dan door die obsessieve machtshonger en wilskracht.

De rol van onbetwiste oppositieleider tegenover Charles de Gaulle wist Mitterrand pas in 1965 naar zich toe te trekken. Nadat Gaston Defferre en Pierre Mendès France van hun kandidatuur afzagen, dook Mitterrand ijlings in de open gevallen plaats bij de eerste door De Gaulle uitgeschreven presidentsverkiezingen. Hij wist de generaal onverwacht tot een vernederende tweede ronde te dwingen. Die de De Gaulle met een bescheiden score van 55 procent tegen 45 procent won. De versnipperde partij-oorlog uit de Vierde Republiek was dankzij Mitterrand definitief omgebogen in een meedogenloze tweestrijd tussen links en rechts.

Aan de zijlijn in de roerige meidagen van 1968 en na een mislukte poging De Gaulle uit het zadel te stoten, stond Mitterrand een nieuwe tocht door de woestijn te wachten. In 1969 werd Defferre verkozen als linkse tegenstander van Pompidou. Pas in 1972 wist Mitterrand op het congres van Epinay definitief de hand te leggen op de socialistische partij. Waarna hij door het listig uitspelen van de communisten in de Linkse Unie uiteindelijk in 1981 het hoogste ambt wist te bereiken.

De verkiezing tot president van François Mitterrand op 10 mei 1981 staat bij vrijwel alle toen levende Fransen in het geheugen gegrift. Vergelijkbaar met de dag waarop president Kennedy in Dallas werd vermoord. Voor de ene helft van Frankrijk kwam met een uitbundig en licht wraakzuchtig volksfeest de verbeelding eindelijk aan de macht. De andere helft vreesde nerveus een bijltjesdag en de gevolgen voor hun spaarcenten.

In Washington werd ongerust rekening gehouden met een half communistische machtsovername. Buitenlanders deden ijlings hun vakantievilla's van de hand en een aanzienlijk stroom Frans kapitaal verdween over de grens naar Zwitserse banken.

De '110 revolutionaire voorstellen' waarmee Mitterrand zich had laten verkiezen werden in hoog tempo uitgevoerd. Na de linkse zege bij de nieuwe parlementsverkiezingen werden ook vier communistische ministers, zij het op ondergeschikte posten, in de regering-Mauroy opgenomen.

Aan symbolen ontbrak het niet. Op de wapenbeurs bij Parijs eiste Mitterrand dat tijdens zijn bezoek de raketten van de vleugels van de Mirages werden afgehaald. Maar de vrees dat het republikeinse ceremonieel de nek zou worden omgedraaid door Mitterrand, bleek ongegrond. De recepties en ontvangsten op het Elysée waren grootser dan ooit. De keukens van het paleis draaiden plotseling 24 uur per dag om de hongerige linkse magen te voeden.

Op het politieke vlak zette het linkse kabinet de veranderingen in hoog tempo in. Zoals de afschaffing van de doodstraf, het invoeren van de decentralisatie en het afschaffen van de staatscontrole op de radio. Een stroom van nationalisaties van industriebedrijven, banken en verzekeringsmaatschappijen kwam op gang. De lage lonen en sociale uitkeringen werden fors verhoogd, en het overheidsbudget werd opgevoerd om banen te scheppen en de consumptie te stimuleren.

Maar nog voor het einde van 1981 kwam de eerste twijfel over de houdbaarheid van de gevolgde koers in de wereldeconomie. De verantwoordelijke minister van Economische Zaken, Delors, maakte zich in het linkse kamp uiterst impopulair met zijn oproep tot 'een pauze in aangekondigde hervormingen'.

Binnen één jaar stond de Franse economie op springen. De franc werd verschillende malen gedevalueerd. En met de bevriezing van de salarissen en prijzen werd in juni 1982 een eerste stap gezet naar de onafwendbare bezuinigingspolitiek. De verbeelding brokkelde snel af.

Rechts maakte dankbaar gebruik van de socialistische blunders. De schoolstrijd laaide opnieuw op na een linkse wet tegen particulier onderwijs. Na de voor links rampzalig verlopen Europese verkiezingen van juni 1984 en de oplopende onenigheid over het bezuinigingsbeleid, was de scheiding met de communisten en het einde van het kabinet-Mauroy onvermijdelijk.

De 37-jarige Laurent Fabius kreeg als jonge premier de taak om de socialistische neergang met jeugdig elan te stuiten. Tevergeefs. Bij de parlementsverkiezingen in 1986 werd links weggevaagd. De linkse president Mitterrand moest zich schikken in het staatrechtelijke nieuwtje van een gedwongen samenwerking met een rechtse regering onder leiding van premier Chirac. De eerste 'cohabitation' was geboren en de eerste staatbedrijven werden weer geprivatiseerd.

Het werd een gedwongen huwelijk met slaande ruzies, waarna het linkse staatshoofd en zijn conservatieve premier uiteindelijk in het slotduel bij de presidentsverkiezingen van 1988 met getrokken messen tegenover elkaar stonden.

'Chirac verloor de strijd vooral door zijn middelmatige verkiezingscampagne', sprak de socialist Michel Rocard onlangs rancuneus. In de 'open brief aan alle Fransen', die Mitterrand als hooggestemd verkiezingsprogramma presenteerde, stond volgens Rocard weinig concreets.

Rocard, de vertegenwoordiger van het 'andere links' en vroegere rivaal van Mitterrand, werd verzoenend door het herkozen staatshoofd tot premier benoemd, met als opdracht een linkse regering met een opening naar het centrum te formeren. Die opening naar het centrum beperkte zich tot het ronselen van enkele rechtse politici en persoonlijkheden uit de burgermaatschappij.

In feite kreeg Rocard nauwelijks speelruimte om een nieuwe linkse politiek gestalte te geven. 'Ik had vrijwel geen invloed op de keuze van de ministers. Terwijl Mitterrands vertrouweling Roland Dumas mij binnen de regering waar mogelijk dwarszat', onthulde Rocard ten overvloede.

De afgebrande potentiële opvolger van Mitterrand heeft de president nimmer vergeven dat hij in mei 1991 zonder overleg zijn ontslag als premier moest indienen. Mitterrand gaf later als enige reden dat drie jaar ongeveer de gemiddeld ambstermijn was voor eerste ministers in de Vijfde Republiek. Zijn dalende populariteit dacht de president te herstellen met de onverwachte benoeming van Edith Cresson als eerste vrouwelijke premier van Frankrijk.

Het was een schok, maar vooral een negatieve. Cresson kreeg onvoldoende steun in de door mannen gedomineerde politiek, en stapelde daarnaast blunder op blunder. Nog geen jaar later nam Mitterrands vertrouweling Pierre Bérégovoy het premierschap over in een laatste poging de socialistische erfenis te redden. Van een links beleid was op dat moment al jaren geen sprake meer. Het ging nog slechts om het beheren van de economie en daarmee van de macht.

In het laatste socialistische regeringsjaar onder Bérégovoy begon ook de linkse moraal af te brokkelen. Zo werd de populist Tapie benoemd tot minister. Deze moest even snel zijn zetel ontruimen wegens een duister financieel schandaal. Zo werd ook de renteloze lening bekend die de onkreukbare Bérégovoy zou hebben ontvangen van de louche zakenman en oude vriend van Mitterrand, Roger-Patrice Pelat.

Bérégovoy sloeg op 1 mei 1993 de hand aan zichzelf, nog geen maand na de rampzalige verkiezingsnederlaag van de socialisten. Mitterrand ging een nieuwe, maar verzwakte 'cohabitation' aan met de conservatieve regering onder leiding van premier Balladur.

De tragische dood van Bérégovoy leidde het fin de règne in van Mitterrand. Schandalen volgden elkaar snel op. Daarnaast waren er onthullingen waarin de president vaak zelf de hand had, gebrand als hij was op het polijsten van zijn nagedachtenis.

Er volgde een nieuw drama met de zelfmoord - dit maal in het Elyséepaleis - van zijn vroegere rechterhand François de Grossouvre. Er waren onthullingen over zijn dubieuze houding onder het collaborerende Vichy-regime, over zijn latere vriendschap met de oorlogsmisdadiger René Bousquet en over zijn buitenechtelijke dochter Mazarine.

Het laatste jaar van Mitterrands presidentschap heeft vooral in het teken van zijn naderende einde gestaan, sinds bekend is dat hij ongeneeslijk aan prostaatkanker lijdt. De president heeft meerdere malen openhartig, zelfs op de televisie, over zijn ziekte en de naderende dood gesproken.

Het eindoordeel over veertien jaar Mitterrand zal niet eenvoudig zijn. Europa heeft dankzij Mitterrand zeker een extra impuls gekregen, maar in Frankrijk is de economische crisis met 3,3 miljoen werklozen onder socialistisch bestuur sterk uit de hand gelopen. De verbeelding is van zijn voetstuk gevallen.

Mitterrand zelf noemt de afschaffing van de doodstraf een van zijn belangrijkste daden. Hij ziet in de miljarden verslindende architectonische projecten in Parijs zijn culturele nalatenschap. Zijn persoonlijke voorkeur heeft de glazen piramide bij het Grand Louvre. Het is een voor Mitterrands persoonlijkheid symbolisch monument. Een schijnbaar doorzichtig bouwwerk naar een Egyptisch raadsel, waarover al generaties geleerden zich vruchteloos het hoofd breken.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden