Scheiden wordt minder lijden

Met de stofkam door de regels over trouwen en scheiden. Ze zijn ingewikkeld en uit de tijd, vinden de notarissen. Nieuwe wetgeving kan nogal schelen in de kosten.

Tot de dood ons scheidt, luidt de trouwgelofte, maar de realiteit in Nederland is veelal anders. Ruim 33 duizend huwelijken, 37 procent van het totaal, eindigden vorig jaar in een scheiding. Het percentage is een record, het aantal niet; in 2001 gingen meer dan 37 duizend echtparen uit elkaar. In 1950 waren er 'slechts' 6.462 scheidingen, drie per duizend echtparen. Vorig jaar was dat aantal opgelopen tot bijna tien.


Scheiden veroorzaakt niet alleen veel leed bij betrokkenen, het is ook ingewikkeld en duur, voor de echtelieden en voor de samenleving. Staatssecretaris Teeven van Justitie meldde daarom onlangs dat het kabinet het uit elkaar gaan makkelijker wil maken. Stellen zonder minderjarige kinderen die het eens zijn over de scheiding en de voorwaarden, kunnen straks rechtstreeks naar de ambtenaar van de burgerlijke stand. Nu moeten ook deze echtparen langs de rechter voor een toetsing. Dat is merkwaardig, want de toch al overbelaste rechter zal hun niet opdragen bij elkaar te blijven. Bovendien moet er een advocaat worden ingeschakeld. Een relatief simpele 'internetscheiding' komt op zo'n 600 tot 700 euro.


De nieuwe wet scheelt dus nogal in de kosten. Een stel moet straks eerst praten met een ambtenaar van de burgerlijke stand. Die controleert of aan alle voorwaarden is voldaan. Twee weken later volgt een nieuw gesprek: zijn de echtelieden niet van mening veranderd, dan wordt het huwelijk ontbonden. Kosten: de leges, die per gemeente verschillen. Volgens Teevens ministerie zijn bij 14 duizend scheidingen geen minderjarige kinderen in het spel. Verwacht wordt dat zo'n zevenduizend paren voor de ambtenaar zullen kiezen, waardoor de rechter wordt ontlast, en de advocaten wat inkomsten derven. De regeling gaat ook gelden voor geregistreerde partners.


Een eerste stap op weg naar modernisering noemt de Rotterdamse notaris Aniel Autar het voorstel van Teeven, maar het gaat hem nog niet ver genoeg. 'De rechter kan de echtscheiding niet verhinderen, dus hij zit er eigenlijk voor spek en bonen bij', zegt Autar, die voorzitter is van de EPN, de notarissen die zich met vermogensplanning bezighouden. Als het aan Autar ligt, moet het huwelijk ook door opzegging bij de ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen worden beëindigd. Zo worden de kosten van de rechtspraak in de hand gehouden - de rechter wordt ontlast - en hoeft de procedure niet onnodig lang te duren. Als het paar het niet eens is over de verdeling van het vermogen, de omgang met kinderen of de alimentatie, kan het daarover procederen. Wat Autar betreft, moet het ook mogelijk worden vóór het huwelijk af te spreken af te zien van alimentatie in geval van echtscheiding. Nu verhindert de wet dat.


Bij hun vernieuwingsdrift op het gebied van trouwen en scheiden worden de notarissen deels bediend door de PvdA, VVD en D66. De paarse partijen kwamen onlangs met een initiatiefwet om de regels te moderniseren. Het belangrijkste punt is dat mensen straks niet meer automatisch in gemeenschap van goederen trouwen. Dat gebeurt nu wel, tenzij het bij de notaris anders wordt geregeld: de huwelijkse voorwaarden. Maar dat schijnt slechts in een kwart van de gevallen te gebeuren. Het klinkt niet romantisch, trouwen onder voorwaarden, en het kost nog geld ook, voor de notaris en de rechtbank.


Het automatisch in gemeenschap van goederen trouwen is niet meer van deze tijd, vinden de drie partijen. Veel vrouwen hebben een eigen inkomen. Bovendien kan de partner bij scheiding aanspraak maken op het geld van de ander. Net als schuldeisers, bij een faillissement van een van de partners. De hoogste tijd dus voor trouwen in 'beperkte gemeenschap van goederen'. De vermogens en bezittingen van vóór het trouwen blijven in stand. Wat er bij komt tijdens het huwelijk wordt gezamenlijk eigendom. Behalve schenkingen en erfenissen: die zijn van de partner die ze krijgt.


Zo'n verdeling schijnt aan te sluiten bij het rechtvaardigheidsgevoel van de Nederlander. Volgens een enquete van Netwerk Notarissen, een samenwerkingsverband van 160 kantoren, wil 61 procent van de aanstaande echtgenoten de bezittingen van voor het huwelijk niet delen. Nog meer romantische wetenswaardigheden uit de peiling onder drieduizend aanstaande echtelieden: 74 procent wil bij een scheiding niet in elkaars schulden delen en 90 procent ziet een erfenis niet als gezamenlijk bezit.


De christelijke partijen zijn kritisch over de initiatiefwet. Zij vrezen een juridisering van het huwelijk, omdat stellen die in gemeenschap van goederen willen trouwen straks naar de notaris moeten. Ook zien ze een verzakelijking: het huwelijk als een overeenkomst. Drie jaar geleden stak de ChristenUnie een stokje voor de poging de huwelijksregels te moderniseren. Nu de drie paarse partijen een meerderheid in de senaat hebben, ligt een opfrisbeurt binnen handbereik. Dan zijn er nog maar twee landen over waar trouwen in gemeenschap van goederen de norm is: Suriname en Zuid-Afrika, niet toevallig twee landen waarmee Nederland nauwe banden had.


procent van de Nederlanders ziet erfenis niet als gezamenlijk bezit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden