Schatten uit Syrisch verleden vogelvrij

De burgeroorlog in Syrië bedreigt ook het cultureel erfgoed van het land. Bescherming is hoognodig. Experts hopen in Genève iets te bereiken.

AMSTERDAM - Het was een beeld dat de wereld schokte: de beroemde minaret van de grote 8ste-eeuwse Ommayadenmoskee in Aleppo, een Unesco-werelderfgoedsite, stortte maart vorig jaar na zware beschietingen in. Een puinhoop bleef over. Regeringsleger en rebellen gaven elkaar de schuld.


Het is maar een side show in de burgeroorlog in Syrië, met inmiddels meer dan 130.000 doden en miljoenen mensen op de vlucht. Maar ook het cultureel erfgoed van het land, dat met opgravingen en monumenten uit meer dan zeven millennia een van de rijkste ter wereld is, lijdt onder het geweld.


Dat geweld is afgelopen jaar onverminderd doorgegaan, blijkt uit een zojuist gepubliceerde inventarisatie van de Syrische autoriteiten en westerse erfgoedorganisaties. In Aleppo, in 2012 al zwaar getroffen met de brand in de middeleeuwse souks, werd naast de minaret ook de bibliotheek van de grote moskee verwoest. In de oude stad gingen honderden huizen verloren. De citadel raakte zwaar beschadigd.


Ook elders in Syrië was de schade enorm. Het grootste kruisvaarderskasteel Crac des Chevaliers kreeg veertien luchtaanvallen te verwerken; de zuidmuur staat op instorten. De mozaïekgevel van de Ommayadenmoskee in Damascus kreeg een voltreffer. Christelijke kerken en kloosters in Maaloula werden beschadigd en leeggeroofd, kostbare ikonen worden op internet te koop aangeboden. De Romeinse ruïnes van Apamea en Palmyra werden beschoten. En grote opgravingen als die in Dura-Europos zijn door gewapende bendes compleet leeggeroofd.


Het is duidelijk dat internationale verdragen voor de bescherming van cultureel erfgoed in Syrië niet werken. Internationale organisaties luiden daarom de noodklok. Unesco classificeerde de zes Syrische werelderfgoedsites vorig jaar als bedreigd (ze werden niettemin alle zes beschadigd of geplunderd). De internationale museumvereniging ICOM publiceerde een Rode Lijst van door roof bedreigde kunstvoorwerpen. Maar organisaties als Unesco zitten in een lastige positie. Ze mogen alleen met vertegenwoordigers van natiestaten praten. Is dat het regime van Assad of de oppositie, die ook nog eens hopeloos verdeeld is?


Heritage for Peace

De jonge organisatie Heritage for Peace, opgericht door erfgoedspecialisten, heeft daarom besloten met alle partijen te spreken. 'We zijn strikt neutraal, net zoals het Rode Kruis', zegt mede-oprichter René Teijgeler, die eerder als adviseur actief was in Irak en Afghanistan. 'We hebben contact met de Syrische autoriteiten, niet de regering, maar het Directoraat-Generaal voor Oudheden en Musea (DGAM), en met de oppositie, met name de Syrische Nationale Coalitie, het Vrije Syrische Leger en burgers, onder meer in Aleppo.'


Dat moet allemaal wel in alle discretie, zegt Teijgeler. 'Ik deed een seminar voor DGAM in Beiroet, maar zonder politieke onderwerpen of foto's, want dan krijg je het Karremanseffect en ben je meteen uit de gratie bij de rest.'


Heritage for Peace probeert het Syrische erfgoed niet alleen te redden, maar ook in te zetten als middel voor vredesopbouw. 'Cultureel erfgoed staat nu niet hoog op de agenda, maar het is onmisbaar voor elke vorm van collectieve identiteit. Die zal na de oorlog toch weer opgebouwd moeten worden.' Het is ook een middel om mensen bij elkaar te brengen, zeker in een land als Syrië, dat een lange geschiedenis heeft van vreedzaam samenleven van religieuze en etnische groepen.


Het Syrische erfgoed heeft volgens Teijgeler veel waar iedere Syriër trots op kan zijn: het eerste alfabet (in spijkerschrift), de vroegste genoteerde muziek (op een meer dan 3000 jaar oud kleitablet), antieke steden. Dat erfgoed kan in de toekomst ook een belangrijke bron van inkomsten zijn: voor de burgeroorlog stond toerisme garant voor 12 procent van het BNP.


Opvallend is niettemin hoe vaak religieus erfgoed in Syrië doelwit is. Meer dan 1.400 moskeeën, kerken en synagogen zijn beschadigd. In hoeverre dat doelbewust gebeurt, is onduidelijk. 'Zeker is dat het regeringsleger en jihadisten als Al Nusra en ISIS weinig onderscheid maken bij het vernietigen van erfgoed. Maar ook het Vrije Syrische Leger schiet erfgoed kapot, hebben ze tegenover ons erkend. Wij zeiden: als je dat doet, kom je voor het Internationaal Strafhof in Den Haag.'


Evacuatie van kunst

Heritage for Peace gelooft daarom in voorlichting en opleiding. Ze gaat officieren van het Vrije Syrische Leger trainen over de bescherming van erfgoed, maar ook specialisten. Dat is nodig, zegt Teijgeler. 'Neem Aleppo. Daar hebben ze het puin van de ingestorte minaret gewoon opgeruimd. Wij hadden nog zo gezegd: laat dat liggen en zet er een hek omheen, dan hou je de mogelijkheid van restauratie open.'


Ook de Syrische musea kunnen ondersteuning gebruiken. De meeste musea, althans in het door het regime gecontroleerde gebied, hebben hun collecties veilig opgeborgen in depots, wijs geworden door de catastrofale plundering van het Iraakse Nationaal Museum na de val van Bagdad in 2003. 'Maar de kunstschatten zijn niet goed opgeslagen', zegt Teijgeler. 'Daarom hebben wij een cursus ontwikkeld.'


Via contacten met de Syrische Nationale Coalitie proberen Teijgeler en zijn collega's een ontwerpresolutie over de noodzaak tot het beschermen van cultureel erfgoed bij de vredesonderhandelingen in Genève op tafel te krijgen. Of dat succes zal hebben is onzeker, want de kwestie is een mijnenveld.


Teijgeler: 'Met wie moet je praten bij de oppositie? De schaduwminister van Cultuur met wie wij contact hadden blijkt ineens niet aan tafel te zitten. Veel Syriërs in Genève zijn al tientallen jaren niet meer in Syrië geweest. En westerse landen zijn heel voorzichtig. Ze zijn bang om de onderhandelingen te verstoren, ook Nederland. Het is voor iedereen enorm op eieren lopen.'


Intussen worden in Syrië zelf in alle stilte talloze kunstschatten in veiligheid gebracht, vaak met gevaar voor eigen leven. Daarbij is onder meer ook het Prins Claus Fonds actief, met zijn culturele noodhulpprogramma, dat in 2012 in Mali de evacuatie van de beroemde middeleeuwse manuscripten van Timboektoe mogelijk maakte.


Het Fonds ondersteunt in Syrië waar mogelijk de evacuatie van collecties uit gebieden waar de gevechten het hevigst zijn, laat directeur Christa Meindersma weten. 'Maar gezien de precaire situatie kunnen we geen details geven over onze activiteiten of onze lokale partners, om mensen en collecties niet verder in gevaar te brengen.'


ZEVEN MILLENNIA

Syrië is bezaaid met de overblijfselen van grote beschavingen uit zeven millennia. Het land telt Ugaritische, Hittitische, Babylonische, Fenicische, Romeinse, Byzantijnse, Arabische en Ottomaanse oudheden. Hieronder zijn zes Unesco-werelderfgoederen (de steden Damascus en Aleppo, de antieke woestijnsteden Palmyra en Bosra, de kruisvaardersburchten Crac des Chevaliers en Qal'at Salah el-Din, en de laat-antieke dorpen van Noord-Syrië) en tien kandidaat-erfgoederen.


Veel van deze monumenten en opgravingen hebben zwaar te lijden onder de burgeroorlog, door beschietingen, ingebruikname als militair steunpunt of plundering ten behoeve van de zwarte markt. Kunstschatten in musea zijn niet veilig. Onder meer in Raqqa en Hama zijn musea geplunderd.


De schade is moeilijk vast te stellen doordat de meeste locaties sinds het begin van de vijandelijkheden niet meer toegankelijk zijn voor onafhankelijke waarnemers. Veel informatie is afkomstig van aan de oppositie gelieerde burgerjournalisten of vertegenwoordigers van het regime van Assad. De mogelijkheid dat partijen elkaar uit propagandaoverwegingen de schuld geven van verwoestingen kan niet worden uitgesloten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden