Schapen

Het gezegde luidt: na regen komt zonneschijn. Maar je kunt het ook omdraaien. Dan krijg je: na zonneschijn komt regen....

En dus regent het nu.

Was het gisteren nog 25 graden, nu is het 10 graden. Boven nul, dat wel. En vannacht regende het zo hard dat de pannen op het dak leken te dansen. Nu miezert het, maar soms lijken de druppels op de natte sneeuw. Er hangen dikke wolken tussen de heuvels.

Daar is de boerin.

Ze draagt een lange blauwe stofjas, rubberlaarzen en een hoed van haar man. De hoed is te groot, hij zakt zowat over haar bril heen. Ze klapt in haar handen en roept onverstaanbare kreten naar de schapen in de wei. De dieren staan vuil en nat op een kluitje, een paar lammeren in hun midden. Ze begrijpen heus wel wat de boerin bedoelt, maar ze doen net alsof ze haar niet horen.

Wijsneuzen.

De boer en de boerin hebben twee honden. Eentje is wit en zwart en een lafaard, eentje wit en bruin met een varkensneus. Die laatste komt er nu aan. Zij buikhaar is zo lang dat het bijna over de grond sleept. De boerin opent het hek van het weiland en de hond holt blaffend naar de schapen die traag, en met tegenzin, op de vlucht lijken te slaan. Onmiddellijk zet de hond een tandje bij, en in volle draf cirkelt hij nu om de schapen heen, zodat een veilige vlucht ook niet meer mogelijk is. Intussen slaakt de boerin haar schelle kreten.

De schapen aarzelen.

En komen dan haar kant op, in een sloom sukkeldrafje, gevolgd door de hond met kwispelende staart. Als het laatste schaap gepasseerd is, schurkt de hond even tegen de blauwe jaspanden van de boerin. Ze sluit het hek en legt een hand op de natte hondenkop. Daarna roept ze weer wat, en de hond zet zijn werkzaamheden voort, de schapen moeten naar een andere wei, achter het oude kippenhok waar de boer onlangs met een ei een marter zo groot als een volwassen snoek heeft gevangen.

De wei die de schapen hebben achtergelaten, is egaal als een voetbalveld, al staat hier en daar een eiland van opschietende brandnetels. Schapen zijn beter dan welke grasmaaier dan ook. Het helpt ook dat het zo miezerend regent, het lijkt alsof miljoenen druppels een spiegelende film over het groene tapijt leggen.

Daar is de boer.

Hij draagt niet meer het oude legerjack van weleer, maar een modern, donkerblauw windjack en een bijpassende pet. Hij ziet er gezonder uit dan ooit. Weer lijkt hem niet te deren; of het nu warm is of koud, of het nu regent of niet – de boer heeft altijd dezelfde, wat trage, zuinige, gebogen motoriek. Zijn hele lichaam is erop ingesteld altijd maar door te gaan.

Op zijn rug heeft hij een grote, witte tank en in zijn hand een lange spuit. Terwijl het schelle kakelen van zijn vrouw in de verte versterft, stapt hij het land in waar daarnet de schapen nog waren. Met zijn klotsende, trage tred loopt hij langs de eilanden van brandnetels en hij besproeit ze met gif dat in vrolijke stralen uit de spuit komt. Hoog in een tamme kastanje zit een buizerd toe te kijken.

Na een minuut of tien is de boer klaar met zijn werk. Hj recht de rug en kijkt om zich heen. De wei ligt er mooi bij, zal hij beslist vaststellen. Over een paar weken is het gras weer hoog genoeg. Dan kunnen de schapen weer komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.