'Schapen slachten? We worden zelf geslacht'

Op de eerste dag van het Offerfeest gaat in Syrië een staakt-het-vuren in dat is gedoemd te mislukken. In het verwoeste Aleppo is de woede overal voelbaar.

Aleppo ontwaakt met tegenzin op de eerste dag van het Offerfeest. Terwijl het blauwgrijze ochtendlicht de mist wegduwt, rijdt een kleine pick-up met drie strijders door een verwoeste stad. In de vroege morgen kaatst het geratel van geweerschoten nog altijd tegen de betonnen overblijfselen van stukgeschoten gebouwen, terwijl flarden van de ochtendpreek over de ontwakende bevolking drijven.


'Onze stad is verwoest, maar we kunnen haar herbouwen', klinkt het vanuit een moskee in het oosten van de stad, die grotendeels in handen van rebellen is. 'God zal ons bijstaan. Maar jullie moeten ook helpen: breng de armen voedsel, help de zieken, verzorg de gewonden.' De moskeegangers luisteren in stilte, oude heren in lange gewaden tussen jongemannen in camouflagebroeken, hun kalasjnikovs tegen een pilaar geparkeerd.


Het zou een dag van viering moeten zijn. Het hoogtepunt van de jaarlijkse bedevaart naar Mekka is voor thuisblijvers een moment om de zorgen van alledag te vergeten en tijd met familie door te brengen. Maar overal in de stad overal staart de oorlog je in het gezicht.


Ophopend vuilnis verspreidt een misselijkmakende stank. De wegen liggen bezaaid met de brokstukken van huizen - het resultaat van maanden van granaatinslagen. Bij een eerstehulppost in een wijk nabij de frontlinie herinneren twee bebloede brancards aan de tol die de strijd de nacht ervoor eiste. Aleppo is een stad in oorlog en de bevolking lijdt.


Op zoek naar de lammeren die normaal tijdens de feestdagen geduldig hun dood afwachten op de pleinen, vinden we niemand in feeststemming - de paar mensen op straat steken schichtig de kruispunten over. Bij een kerkhof, waar grafdelvers de komst van het nieuwste slachtoffer voorbereiden, duikt een groepje weeklagende vrouwen ineen als vlakbij een geweersalvo klinkt.


'Feest? Hoe bedoel je feest? Moeten wij vandaag schapen slachten?', roept een van, terwijl ze zich uit de voeten maakt. 'We worden zelf geslacht!'


Het zijn de laatste schoten voordat beide kanten even de wapens neer lijken te leggen, in lijn met een staakt-het-vuren dat gedoemd is te mislukken. 'Uit respect voor de bevolking, tijdens de feestdagen', zegt de bevelhebber van een militie bij het betwiste stadscentrum - om er in een adem aan toe te voegen dat hij zo snel mogelijk weer wil vechten.


De Syrische burgeroorlog stormde drie maanden geleden Aleppo binnen, toen rebellen - misschien overmoedig na successen in Damascus de weken ervoor - met enkele duizenden de stad binnentrokken en haar aanstaande bevrijding verkondigden. Sindsdien heeft de strijd zich ontwikkeld tot dezelfde patstelling als elders in het land. Donderdag veroverden rebellen enkele noordelijke delen van de stad die het momentum aan hun zijde kunnen brengen, maar daarmee dreigt ook een potentieel conflict met de Koerdische inwoners van die wijken, wier loyaliteit vooral aan henzelf is.


Ondertussen woedt in Aleppo een slepende stadsoorlog, waarbij schutters van beide zijden elkaar langs verschillende frontlinies bestoken en iedere dag tientallen doden vallen.


Maar in Aleppo heeft het regime voor het eerst vliegtuigen een vast onderdeel van de strijd gemaakt. In gebieden waar rebellen zitten, een halve maan langs het oosten en zuiden van de stad, zucht de bevolking onder constante aanvallen met vliegtuigbommen, aangevuld met artillerie en mortieren. De beschietingen zijn lukraak, zeggen mensen hier: terreur als straf omdat de rebellen in hun wijken zitten.


Het maakt regime noch rebellen er populair op. In de oostelijke wijk Shahaar stuiten we voor het eerst op twintig schapen die onrustig toekijken hoe AboAbdo zorgvuldig zijn mes slijpt, één bebloede laars ferm op de kop van een spartelend exemplaar dat hij net de keel heeft afgesneden. Dit zijn de dagen dat hij zijn geld moet verdienen. Maar hij heeft pas één lam verkocht en rond zijn zaak staan meer schapen dan klanten.


In Shahaar, waar geen gebouw de gevechten anderhalve maand geleden heelhuids heeft doorstaan, is de bevolking op zijn best neutraal. 'Iedereen hier is het spuugzat', zegt een groenteman buiten hoorafstand van het gezelschap bij de slager. 'Mensen zeggen het niet, omdat ze bang zijn voor beide kanten - leger en rebellen. Maar 90 procent van de mensen hier werkte vroeger voor de staat. Waar moeten die nu van leven? Ik wil gewoon dat het schieten ophoudt - Bashar of geen Bashar, het zal me worst wezen.'


Terwijl de groenteman zijn verhaal doet, trekt een voorbijganger ons een zijstraat in. Daar staat zijn zwager in een klein busje te wachten, achterin een vrouw, vier kinderen, enkele potten en een fles cola. Ze zijn op weg naar een tijdelijke woning in Nieuw Aleppo, nadat hun huis eerder deze maand door een vliegtuigbom werd getroffen. Dat die wijk onder controle staat van het regime dat de bom lanceerde, maakt ze niets uit. 'Wat moet ik dan? Hier sterven?'


De verwoesting van Aleppo heeft soms iets weg van de Libische hoofdstad Tripoli in de zomer van vorig jaar - maar zonder het enthousiasme van de bewoners. Bijna niemand lacht. De nachtelijke geweerschoten zijn hier geen teken van de aanstaande overwinning, maar herinneren aan de uitzichtloos voortslepende strijd die nog veel levens zal eisen. De woede is overal voelbaar.


'Het verschil is dat mensen hier geen hulp krijgen,' zegt Aref, een jonge inwoner van Aleppo die vandaag als gids dienst doet. Zoals bij ieder bezoek aan Syrië het afgelopen jaar, vragen strijders vertwijfeld waarom het Westen ze geen hulp biedt. Maar waar die vraag in januari nog open werd gesteld, wordt nu vaak het antwoord meegeleverd: omdat jullie een hekel aan ons hebben. Omdat jullie denken dat wij allemaal Al Qaida zijn. Omdat jullie bang zijn dat wij na de val van Bashar Assad Israël aanvallen als we wapens krijgen.


Tegen het vallen van de avond rennen gewapende rebellen weer langs de rolluiken van de verlaten wijk Karam al-Jabal, terwijl sluipschutters van het regime ze onder vuur nemen. Als een tankgranaat inslaat op 30 meter van een betwiste brug, maakt Yahya Abu Mohammed een brede zwaai met zijn arm in de richting van de stofwolk.


'Nu zie je het met eigen ogen', zegt de potige veertiger van onder zijn zwarte hoofddoek. 'Niets staakt-het-vuren. Of Offerfeest. Het enige wat wij vandaag slachten, zijn de honden van Assad. Dat is gratis.'


Fragiel bestand

Het tijdelijk staakt-het-vuren in Syrië is vrijdag op de eerste dag fragiel gebleken. Het leger en de rebellen beschuldigden elkaar ervan het bestand te schenden. Al snel kwamen berichten over zware gevechten, onder meer bij een militaire basis op de weg tussen hoofdstad Damascus en Aleppo. In Damascus ontplofte een autobom, waardoor zeker vijf doden en 32 gewonden vielen. Volgens het Syrische Observatorium voor Mensenrechten kwamen er vrijdag zeker 47 personen om.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.