'Schande': Israël eert omstreden kolonist met prijs

De hoogste onderscheiding van Israël gaat vandaag naar David Be'eri, die in Arabische buurten huizen opkoopt om er Joodse Israëli's te vestigen. Kunstenaars zien er het zoveelste bewijs in dat de regering-Netanyahu het culturele klimaat vergiftigt.

Belaagde kunstenaars: Denis Mashkevich (rechts) met Lars Sergel en Marscha Zuzmann van de met sluiting bedreigde galerie Barbur in Jeruzalem. Beeld Cigdem Yuksel

De belangrijkste Israëlische prijs gaat vandaag niet naar een schrijver, wetenschapper of staatsman, maar wordt toegekend aan een kolonistenleider. David Be'eri, die in het Arabische oostelijk deel van Jeruzalem onroerend goed opkoopt om er Joodse Israëli's te huisvesten, schaart zich in het rijtje van beroemde landgenoten als oud-premier Golda Meir en schrijver Amos Oz.

'Een absolute schande', noemt de Israëlisch hoogleraar literatuur Haim Weiss de toekenning van de staatsprijs 'aan een man die banden heeft met Joodse extremisten'. Het is voor Weiss 'het zoveelste bewijs' dat uiterst rechtse partijen het politieke en culturele klimaat in het land 'vergiftigen'.

Minister van Onderwijs Naftali Bennett, leider van de ultranationalistische partij Joods Huis, maakte onlangs bekend dat Be'eri de prestigieuze Israël Prijs krijgt wegens zijn 'levenslange inspanningen en buitengewone bijdrage' aan het land en Jeruzalem in het bijzonder.

Be'eri is ook in het buitenland omstreden. De regering-Obama verweet hem de spanningen in Jeruzalem te vergroten met de aanschaf van woningen in Arabische buurten, ten gunste van kolonisten.

In het westelijk deel van Jeruzalem doen kunstenaars hun beklag over de vijandige houding van de regering-Netanyahu 'tegen alles wat links is'. 'We dragen geen keppeltje, we zijn geen kolonisten, dus vormen we een doelwit', zegt Denis Mashkevich, mede-oprichter van de met sluiting bedreigde galerie Barbur (Zwaan) in een volkswijk.

Minister van Cultuur en Sport Miri Regev ontstak begin dit jaar in woede toen Barbur een bijeenkomst organiseerde met Breaking the Silence, een groepering van (ex)-militairen die uit eigen ervaring vertellen over geweld tegen Palestijnen. In rechtse kringen is het een van de meest gehate Israëlische organisaties, overladen met termen als 'nestvervuilers' en 'landverraders'. Regev, een partijgenote van premier Benjamin Netanyahu, deed een dringend beroep op de burgemeester van Jeruzalem om de manifestatie (' vuilspuiterij over onze soldaten') te verbieden en de galerie te sluiten.

Zover kwam het niet. De bijeenkomst ging door, al moest de politie eraan te pas komen om rechtse demonstranten te scheiden van bezoekers en linkse sympathisanten. De burgemeester kortte weliswaar op de subsidie, 'maar we gaan gewoon verder', zegt beeldend kunstenaar Mashkevich.

David Be'eri

'Trends van geweld en haat'

'De strijd om Barbur is onderdeel van de strijd om het karakter van de Israëlische maatschappij', stelt Barbur in een verklaring die na alle commotie werd verspreid. 'Er zijn trends van racisme, geweld en haat die de samenleving binnendringen. De vrijheid van meningsuiting, de democratie en de burgerrechten worden aangetast.'

Grote woorden, maar ze hadden uitgesproken kunnen zijn door menig kunstenaar die zich belaagd voelt door de regering. Zoals Itay Zalait, die eind vorig jaar wereldnieuws werd met een goudkleurig standbeeld van premier Benjamin Netanyahu dat hij in het centrum van Tel Aviv plaatste. Het 4 meter hoge gevaarte werd omvergetrokken door personen die het beschouwden als een belediging van hun 'Koning Bibi' (de koosnaam van de premier, tevens de naam op de sokkel, red.)

Weer was het minister Regev die de aanzet had gegeven; ze sprak via Facebook over 'een uiting van haat' jegens de premier. Zalait: 'Twee uur later was er een Facebookgroep van vijfduizend lieden die het beeld wilden neerhalen. Ik zaai geen haat, dat doet de minister.'

In zijn atelier in Bnei Brak, een voorstad van Tel Aviv, blikt Zalait terug op alle heisa. 'Het beeld was niet bedoeld als pure provocatie. Ik wilde dat mensen zich afvroegen: is het een eerbetoon of een belediging? Op het plein gingen honderden mensen daarover in discussie. Sommigen werden emotioneel. Wat wil een kunstenaar nog meer? Het was part of the art', zegt Zalait, die de taferelen geamuseerd gadesloeg.

Itay Zalait in zijn atelier in Bnei Brak, een voorstad van Tel Aviv. Beeld Cigdem Yuksel

'Pure intimidatie'

Kunstenaars als Mashkevich en Zalait hebben er moeite mee minister Regev serieus te nemen. Mashkevich: 'Ze is een voormalige woordvoerster van het leger. Wat weet ze van cultuur? Ze speelt een politiek spel, ze wil zich laten gelden als een rechtse mevrouw.' Zalait: 'Ze doet er niet echt toe, ze wil alleen maar aandacht trekken.'

Beide kunstenaars hebben weinig van Regev te duchten, omdat ze financieel niet van haar afhankelijk zijn. Anders ligt het bij gesubsidieerde instellingen, zoals het gerenommeerde Habima-theater in Tel Aviv. Onder druk van de minister trad het gezelschap vorig jaar op in Kirjat Arba, een Joodse nederzetting in bezet Palestijns gebied. Regev had gedreigd subsidieverlening aan Habima te staken als het gezelschap zou weigeren voor kolonisten te spelen. Ook andere theater- en dansgroepen en orkesten dreigen subsidie kwijt te raken als ze, zoals Regev het noemt, 'niet loyaal zijn aan de staat Israël'.

'Pure intimidatie', zegt hoogleraar literatuur Haim Weiss, een van de felste criticasters van de bewindsvrouw. Hij heeft geen goed woord over voor het optreden van Habima in Kirjat Arba, 'een symbool van haat en racisme'. In de nederzetting bevindt zich het graf van Baruch Goldstein, een inwoner die in 1995 een bloedbad aanrichtte onder Palestijnen tijdens een gebedsdienst in de nabijgelegen stad Hebron. Kirjat Arba geldt sindsdien als een bedevaartplaats voor ultranationalistische Israëli's. Minister Regev was demonstratief aanwezig bij de voorstelling van Habima.

Even demonstratief liep ze vorig jaar weg bij de Ophir Awards-ceremonie, de Israëlische tegenhanger van de Oscar-uitreiking. Een rapversie van een gedicht van de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish had haar toorn gewekt. 'Ik heb geen greintje tolerantie voor iemand die mijn volk en mijn land wil vernietigen.'

Regev deinst er niet voor terug persoonlijk in te grijpen als een optreden haar niet bevalt. Zo maande ze vorig jaar de burgemeester van de stad Haifa de Palestijnse rapper Tamer Nafar geen podium te geven, omdat deze terrorisme zou 'legitimeren'. Het optreden ging toch door. Op zijn Facebookpagina laakte Nafar 'de druk die wordt uitgeoefend door de minister van Cultuur en haar bende van racisten'.

De minister greep wel succesvol in bij de Israëlische legerradio. Ze regelde het vertrek van een journalist door wie ze zich beledigd voelde. Het liefst wil ze totale controle over de staatsmedia. In het kabinet-Netanyahu heersen spanningen over de oprichting van een nieuwe publieke omroep. In een hoogoplopende discussie daarover noemde Regev het 'ondenkbaar' dat die onafhankelijk zou kunnen opereren. Het ging zelfs een collega-minister en partijgenoot te ver: 'Wil je elk stuk van Habima controleren omdat er overheidsgeld naar het theater toe gaat? '

Regev weet zich gesteund door Netanyahu, die zich net als de Amerikaanse president Donald Trump steevast tekortgedaan voelt door de media. Om zijn zin te krijgen, heeft Netanyahu zelfs gezinspeeld op een kabinetscrisis en vervroegde verkiezingen - in het besef dat de meeste partijen daarvoor terugdeinzen. In de 'culturele oorlog' is het rechtse kamp aan de winnende hand.

David Be'eri reed in 2010 in Oost-Jeruzalem Palestijnse jongeren die stenen hadden gegooid omver. Beeld getty

Be'eri reed Palestijnen aan

David Be'eri, die vandaag de Israel Prijs in ontvangst neemt, reed in 2010 twee jonge Palestijnen aan die zijn auto met stenen bekogelden. Het incident vond plaats in de wijk Silwan, nabij de Oude Stad van Jeruzalem. Be'eri zei dat hij in een hinderlaag gelokt was. De politie hield hem aan, maar stelde hem op vrije voeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.