Column

'Schande, die geschiedenis. Maar vroeger was ik er nog niet'

'Als je deze geschiedenis niet kent, ontken je mij', zei een Buitenkamper in de documentaire Buitenkampers over het Indische verleden. 'Ons verleden blijkt steeds opnieuw eindeloos veel langer dan onze toekomst', schrijft Lidy Nicolasen.

'Vroeger was ik er nog niet', zei laatst een piepjonge collega toen de vraag opkwam of vroeger alles beter was. We herhaalden die zin. Het voelde comfortabel en geruststellend aan. Vroeger, toen mijn voorouders Afrikaanse slaven kochten, verkochten en verscheepten, was ik er nog niet. De slaven vergingen nog net niet op zee, maar veel beter dan de drenkelingen voor de kust van Lampedusa deze week, hadden ze het niet getroffen.

Schande, natuurlijk, maar vroeger was ik er nog niet.

Toch kijk je met kromme tenen en gêne naar een film als 'Hoe duur was de suiker?' over de slavernij op Suriname. Geen Amerikaans verhaal, maar een mooi aangeklede versie van onze eigen geschiedenis drie, vier generaties geleden.

Ik moest daaraan denken toen in de documentaire Buitenkampers een vrouw zei dat 'de keien van haar ouders in haar rugzakje' zitten. Ouders vullen met hun zwijgen het rugzakje van hun kind, verklaarde ze haar stelling nader. Buitenkampers gaat over ons Indische verleden, iets minder lang geleden.

Onvoldoende onderzocht
Het verleden duurt het langst, dichtte Herman de Coninck ooit. Eerste, tweede, derde generatie, ons verleden blijkt steeds opnieuw eindeloos veel langer dan onze toekomst, hoe oud of jong we ook zijn. Buitenkampers werd op het Nederlands Filmfestival Utrecht vertoond en is een documentaire van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich. Een 'vergeten geschiedenis' zegt de pr-bijsluiter. Niet helemaal waar, hoewel de groep zelden onderwerp van een studie, laat staan een roman, was in de nog altijd onvoldoende onderzochte Nederlandse oorlog in Indië.

Kort na de bezetting van Nederlands-Indië registreerde Japan alle Nederlanders. De volbloed Nederlanders, ongeveer 100 duizend, werden opgesloten in concentratiekampen, de beruchte Jappenkampen. De overigen, dubbel zoveel, werden beschouwd als niet-Nederlands, ze moesten loyaal zijn aan Japan, geloven en strijden voor een groot Oost-Azië en Oranje, blanje, bleu snel vergeten. Ze waren tweederangsburgers, die een asal oesoel nodig hadden, een bewijs om aan te tonen dat ze van gemengd bloed waren.

Ziedaar de Buitenkampers. Nederlandse gezinnen, waarvan de mannen afwezig waren vanwege krijgsgevangenschap of omdat ze als volbloeds in de kampen zaten. Bij razzia's werden de jonge jongens opgepakt en naar werkkampen gebracht en onder streng regime geplaatst. De Japanners waren bevreesd voor verzet van de Indo-gemeenschap, die immers niets van de Japanse bezetter moest weten en stomverbaasd had toegezien hoe de 'inheemsen' de Japanse bezetter met gejuich hadden onthaald.

Moeders hielden met kunst en vliegwerk de boel bij elkaar. Het inkomen was weggevallen. Ze leden honger, droegen schamele kleding en moesten zich wapenen tegen de wreedheid van de Japanse politie. Ze hadden het, zeggen de kinderen van toen, slechter dan de mensen in de kampen. Hun hoop op terugkeer naar vorst en vaderland verdampte op 17 augustus 1945 toen Soekarno Indonesië onafhankelijk verklaarde. Zij waren nu ieders vijand.

Plunderende troepen
Die eerste maanden na de bevrijding van Japan heerste er chaos en geweld. De Permoeda's, door Japan opgeleide jonge en fanatieke strijders, gingen achter de Indo's aan. De volbloed Nederlander zat veilig achter de hekken van de kampen, waar ze nu de bescherming genoten van de vroegere bezetter, de Japanner. Veel Buitenkampers hadden geen schijn van kans tegen de plunderende troepen. Besiap, was hun strijdkreet en daarnaar is deze periode genoemd.

Uiteindelijk zijn er ongeveer 300 duizend Indo's naar Nederland gerepatrieerd, waar ze niet echt gewenst waren. Van hen zijn er in de loop der jaren 50 duizend geëmigreerd naar de Verenigde Staten, Canada en onder andere Australië. De kinderen van toen figureren nu in de integere documentaire Buitenkampers. Aan de hand van - prachtige - filmbeelden en documenten praten ze, soms voor het eerst, over hun zwijgende ouders, hun verdwenen broers of gemartelde zussen.

Naast hen zitten hun kinderen en kleinkinderen, minstens zo ontzet en geroerd. 'Als je deze geschiedenis niet kent, ontken je dat het is gebeurd en dan ontken je mij', zegt een Buitenkamper tegen de interviewer. Het is een zin die herhaald en herhaald zal worden. Geschiedenis gaat nooit voorbij.

Lidy Nicolasen is verslaggeefster van de Volkskrant. Ze schrijft wekelijks een column voor Volkskrant.nl.

 
In de documentaire Buitenkampers zei een vrouw dat 'de keien van haar ouders in haar rugzakje' zitten. Zwijgende ouders vullen met hun zwijgen het rugzakje van hun kind, verklaarde ze haar stelling nader
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden