Schaken tegen de teleurstelling

Dit jaar overleed Doeschka Meijsing. Als eerbetoon zijn haar verhalen verzameld, waaronder het allerlaatste.

Familieverhalen was Doeschka Meijsing van plan te schrijven: hard, kaal, genadeloos. Ze had een paar verhalen inmiddels gereed voor de bundel die als Het kauwgomkind was aangekondigd door haar uitgever, toen ze op 30 januari van dit jaar overleed, 64 jaar oud.


Van het titelverhaal had ze nog maar drie pagina's geschreven, en dat fragment is nu het open einde geworden van haar verzamelde verhalen, welk boek als eerbetoon alsnog die verbeide titel heeft gekregen. In het nawoord legt Meijsings voormalige partner Xandra Schutte uit waar 'het kauwgomkind' naar verwijst, want daar was Doeschka in haar verhaal zelf nog niet aan toegekomen: een gedicht uit 1965 van Jac. van Hattum ('Het kauwgumkind weet nog niet goed/ hoe of het zich gedragen moet').


Een familieverhaal dus, dicht bij huis, zoals de laatste boeken van Doeschka Meijsing (100 % chemie uit 2002 en Over de liefde uit 2008) dat ook waren. In het titelverhaal 'Het kauwgomkind' verhuist een meisje begin jaren vijftig van Eindhoven naar Haarlem, ziet hoe haar aanbiddelijke kleine broertje tussen de mannen van de verhuiswagen mee mag, en is gelukkig in de nieuwe omgeving. Nóg wel, kun je niet nalaten te denken, want de kans is klein dat de rest van het verhaal dat geluk heel zou laten.


'Van haar moeder mág ze helemaal geen kauwgom kauwen', licht Schutte toe, 'en dus ontwikkelt ze de stiekeme gewoonte uitgespuugde kauwgom van de stoep te pulken en in haar mond te stoppen.'


Voor nadere informatie zijn we aangewezen op het tijdschrift Tirade (het nieuwe nummer 443), waarin de schrijvende broer Geerten (hij was het die, anderhalf jaar oud, in de cabine van de verhuiswagen werd getild) Doeschka gedenkt. Snoep en kauwgum waren in hun jeugd verboden, en zakgeld ook, herinnert Geerten zich nog goed. Slechts één keer per jaar kregen ze een kauwgumpje: wanneer ze met vakantie in de auto de Alpen overstaken. Tegen de oorpijn vanwege het hoogteverschil.


Om thuis in Haarlem niet onder te doen voor haar leeftijdgenoten, bedacht Doeschka de strategie om platgetrapte kauwgoms weer soepel te krijgen, 'waarna wij van haar gulle gaven mochten meegenieten', aldus Geerten.


Al was het zo niet gepland, het lijkt meer dan toeval dat Doeschka Meijsing haar schrijverschap in 1969 begon met een verhaal over haar verlamde Duitse grootmoeder met de antieke speeldoos ('Zelfs het melodietje was gebarsten'), en in 2012 eindigde bij haar eigen kindertijd en de complexe relatie met haar moeder. Je kunt nog zo veel denken en uitzoeken, en het schrijverschap beschouwen als een vorm van ingenieus schaken, maar in de momenten die je uiteindelijk sturen legt de ratio het tegen de emotie af, en daar sta je betrekkelijk machteloos tegenover. 'Ik ben tot de conclusie gekomen dat teleurstelling het doel van de mensen is en zorgvuldigheid het enige middel om het doel niet al te snel te bereiken', merkt de vertelster op in 'Verhaal voor de regen uit geschreven' uit 1994.


Het Goede bestaat niet, bekent de jonge theoloog in 'De hanen' (uit 1974) die hoopt op een aanstelling in een Fries dorpje, en dat er dan tussen de boeren in zijn kerk eens in de vijf jaar een jongetje zit dat zijn leugens doorprikt. 'Dat jongetje zal mijn ware leerling zijn.'


Van het begin af aan schreef Doeschka Meijsing zelfverzekerd, haar zinnen buigen nooit door onder de zwaarte, en al strooit ze daarin soms met Plato, Aristoteles, Nabokov en Borges, ze kan alle abstractie en vertoon weer terzijde schuiven wanneer ze terugdenkt aan haar eerste 'verschrikkelijke verliefdheid': die op de gymnastieklerares op het Haarlemse lyceum van de Heilige Maagd Maria. 'Nu lijkt het of dat jaar in de eerste klas uit één seizoen bestond, de zomer, die het een herfst en winter uithield. Maar misschien is elk seizoen van de eerste verliefdheid de zomer.' Uit het verhaal 'Temporis acti' uit 1974, een scène die uitgebreider terug zou keren in Over de liefde, waar de lerares Buri Vermeer heet, die met de blonde haren en helderblauwe ogen: 'Kom me niet te na, zeiden die ogen en ik zou niet durven, ik adoreerde uit de verte, ik brandde op afstand.'


In haar laatste verhalen onderzocht ze de twisten tussen haar ouders, en de rol van de vader die meer gesteld was op zijn zoontjes dan op zijn echtgenote. Met de toewijding van de zorgvuldige heeft Doeschka Meijsing een leven lang eenzaamheid in kaart gebracht.


Doeschka Meijsing: Het kauwgomkind. De verhalen.

Querido; 272 pagina's; € 18,95.


ISBN 978 90 214 4168 9.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden