SCHAKEN Openingsvarianten die niet deugen

Met de aanschaf van The Big Book of Busts dacht ik me een goede dienst te hebben bewezen. De schrijvers Eric Schiller en John Watson kondigen aan dat zij de weerleggingen hebben verzameld van al die obscure openingsvariantjes waarvan je weet dat ze niet kunnen deugen maar die je toch...

Een lange rij vreemde namen komt voorbij. Niet allemaal zijn ze belangrijk. Op de weerlegging van het Gibbins-Wiedenhagen Gambiet (1. d4 Pf6 2. g4) of de Mokele Mbebe (1. e4 Pf6 2. e5 Pe4) zit de lezer niet te wachten. Nauwelijks nuttiger is een bespreking van de Gebakken Lever variant die ontstaat na 1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lc4 Pf6 4. Pg5 d5 5. exd5 Pxd5 6. Pxf7. Zwarts vijfde zet krijgt meestal een vraagteken maar in dit boek wordt beweerd dat zwart zich zowel na 6. Pxf7 als na het sterkere 6. d4 kan handhaven.

Handig zou een definitieve oplossing zijn voor het Blackmar Diemer Gambiet (1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3) of het Siciliaanse Morra Gambiet (1. e4 c5 2. d4 cxd4 3. c3). Hier wacht de eerste teleurstelling. Schiller en Watson voegen weinig toe aan wat we al wisten: wit heeft niet genoeg compensatie voor de geofferde pion maar zwart moet oppassen.

Onlangs deed zich een goede gelegenheid voor om de betrouwbaarheid van een van de besproken weerleggingen aan de praktijk te toetsen. Het Groninger Schaakgezelschap Staunton Helpman organiseerde het jaarlijkse Gambiettoernooi waarin ditmaal de volgende zetten waren voorgeschreven: 1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pg8-f6 3. Pf3xe5 d7-d6 4. Pe5xf7 Ke8xf7. Het Cochrane-gambiet, ongetwijfeld niet correct maar in de praktijk hebben de witspelers er aardige resultaten mee geboekt.

Zij die hebben deelgenomen aan het Gambiet-toernooi mogen blij zijn dat The Big Book of Busts nog niet in Nederland te koop was. Wat Schiller en Watson over het Cochrane Gambiet te zeggen hebben, kan gevoegelijk naar de vuilnisbak worden verwezen. Zij vinden dat zwart na 1. e4 e5 2. Pf3 Pf6 3. Pxe5 d6 4. Pxf7 Kxf7 5. d4 De8! (inderdaad de sterkste zet) 6. Pc3 twee goede mogelijkheden heeft:

1) 6 . . . c6 7. Ld3 Lg4. In lange analyses wordt uitgelegd dat zwart niets te vrezen heeft. Misschien is voor deze aanpak iets te zeggen maar de analyses zijn weinig overtuigend en kunnen op vele punten worden verbeterd.

2) 6 . . . Pxe4 'Een goede praktische keus om het stuk terug te geven voor het initiatief', zeggen Schiller en Watson. Hier schiet mijn begrip te kort. Niemand kan mij wijsmaken dat zwart na 7. Dh5+ g6 8. Dd5+ Le6 9. Dxe4 genoeg compensatie heeft voor de verloren pion.

Hoe zwart het wel moet aanpakken, bleek in de invitatievierkamp van het Gambiet-toernooi. In de eerste ronde zette Dimitri Reinderman de toon in de volgende partij waarvan ik alleen de eerste zetten geef:

Brenninkmeijer - Reinderman

Groningen 1995

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pg8-f6 3. Pf3xe5 d7-d6 4. Pe5xf7 Ke8xf7 5. d2-d4 Dd8-e8 6. Pb1-c3 d6-d5!

Dit is pas een echte weerleggingspoging. Zwart laat zijn passieve loper aan het spel meedoen.

7. e4-e5 Lf8-b4 8. Dd1-f3 Kf7-g8 9. a2-a3 Lb4xc3+ 10. Df3xc3 Pb8-c6 11. Lf1-e2 Pf6-d7 12. Lc1-e3 Pd7-b6 13. 0-0-0 h7-h5 14. g2-g3 Lc8-f5 15. h2-h3 De8-e6

Zie diagram 1

Zwart heeft groot voordeel: zijn koning staat veilig en de witte pionnenmeerderheid is geblokkeerd. In het vervolg van de partij deed Reinderman het niet al te nauwkeurig maar hij won ten slotte bij de 72ste zet.

Deze aanpak maakte terecht indruk op de andere deelnemers. In de volgende ronden werd Reindermans idee vaker getest en steeds kreeg zwart een goede stelling. Toch bleek er onderweg iets mis te kunnen gaan.

Bosboom - Brenninkmeijer

Groningen 1995

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pg8-f6 3. Pf3xe5 d7-d6 4. Pe5xf7 Ke8xf7 5. Pb1-c3 Dd8-e8 6. d2-d4 d6-d5 7. e4-e5 Lf8-b4 8. Lf1-d3 Pf6-e4 9. 0-0

In ieder geval in rechtgeaarde gambietstijl gespeeld. Wit offert er nog twee pionnen bij.

9 . . . Pe4xc3 10. b2xc3 Lb4xc3 11. Ta1-b1 Kf7-g8 12. Tb1-b3 Lc3xd4 13. Ld3-b5 c7-c6 14. Dd1xd4 c6xb5 15. Lc1-h6

Zie diagram 2

Wit heeft met bewonderenswaardige inventiviteit gespeeld. Zwart mag de loper niet nemen want na 15 . . . gxh6 16. Tg3+ Kf8 17. e6 Ke7 18. Dh4+ wint wit. Toch zou volgens Brenninkmeijer wits aanval onvoldoende sterk zijn geweest als zwart nu was verder gegaan met 15 . . . Pc6 16. Tg3 g6 17. Dxd5 Le6.

15 . . . Lc8-e6? 16. Tb3-g3 g7-g6 17. f2-f4 Pb8-c6 18. Dd4-d3

Nu heeft zwart geen goede verdediging tegen de dreiging f4-f5.

18 . . . d5-d4 19. Dd3-e4 Le6-d7 20. f4-f5 De8xe5 21. De4-d3 Pc6-b4 22. Dd3-b3+ Pb4-d5 23. f5xg6 h7xg6 24. Tg3xg6+ Kg8-h7 25. Db3-d3 . . .

Zwart geeft op.

Ook in de volgende partij blijkt dat zwart altijd alert moet blijven in deze variant. De aantekeningen zijn gebaseerd op aanwijzingen van de witspeler.

Brenninkmeijer - Hoeksema

Groningen 1995

1. e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pg8-f6 3. Pf3xe5 d7-d6 4. Pe5xf7 Ke8xf7 5. d2-d4 Dd8-e8 6. Pb1-c3 d6-d5 7. e4-e5 Lf8-b4 8. Lf1-d3 Pf6-e4 9. Ld3xe4

Brenninkmeijer had geen zin om een verbeterde versie van zijn eigen verdediging in de vorige partij te bestrijden.

9 . . . d5xe4 10. 0-0 Lb4xc3 11. b2xc3 h7-h5

Sterker was 11 . . . Lf5! 12. f3 e3.

12. f2-f3 e4-e3 13. Dd1-d3!

Verhindert . . . Lc8-f5.

13 . . . c7-c6 14. c3-c4 De8-e6 15. Lc1-b2

Beter is 15. Lxe3.

15 . . . De6-f5

Het juiste idee in de verkeerde uitvoering. Beter was 15 . . . Dg6! zodat zwart 16. Db3 kan beantwoorden met 16 . . . Lh3 en 16. Dxe3 met 16 . . . Dxc2.

16. Dd3-b3 Pb8-d7 17. Tf1-e1 Pd7-b6 18. d4-d5 Th8-d8 19. Ta1-d1

Zie diagram 3

Het is duidelijk dat wit inmiddels uitstekende compensatie heeft voor het geofferde stuk maar zwart hoeft nog niet te wanhopen. Hij had kunnen vechten met 19 . . Kg8! 20. a4 (20. Txe3 Le6!) 20 . . . Pxc4 21. Dxc4 cxd5 22. Db3 Le6 23. Ld4 Tac8 waarna wit beter staat maar nog niets is beslist.

19 . . . Df5-f4? 20. e5-e6+ Kf7-e8

Beter was 20 . . . Kg8, waarna wit twee goede mogelijkheden heeft:

1) 21. Txe3 Dxc4 22. d6 Dxb3 23. axb3 Pd5 24. Te5 Txd6 25. e7 Ld7 26. c4 Te8 27. cxd5 Txd5 28. Tdxd5 cxd5 29. La3.

2) 21. Td4! (nog sterker) 21 . . . Df5 22. Dxe3 cxd5 23. e7 Te8 24. Tf4 Dg6 25. Tf8+ Txf8 26. exf8D+ Kxf8 27. De7+ Kg8 28. Dd8+ Kh7 29. Te8 Df5 30. Th8+ Kg6 31. Dg8 en wit wint.

21. Db3-d3 Lc8xe6 22. Te1xe3 Ke8-f8 23. Te3xe6 . . .

Zwart geeft op.

Uit mijn editie van The Big Book of Busts zal ik het hoofdstuk over de Cochrane-variant verwijderen en vervangen door Brenninkmeijers aantekeningen.

John Watson en Eric Schiller: The Big Book of Busts.

Hypermodern Press; 22,95 dollar.

ISBN 1 886040 13 3

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.