Schaken op verzoek van het Witte Huis

Boris Spasski en Bobby Fischer schaken om de wereldtitel.

Reykjavik, 17 juli 1972

Tot stomme verbazing van iedereen verscheen Robert Fischer gisteravond even over vijven plaatselijke tijd aan het bord om de derde partij van zijn tweekamp met Spasski te spelen. Zoals bekend verloor hij de eerste partij door een stommiteit op de 29ste zet en de tweede wegens niet opkomen.

Met zijn protesten tegen de filmcamera's in de toernooizaal had hij bereikt dat de derde partij gespeeld werd in een kamertje achter het toneel, zonder publiek, alleen in de aanwezigheid van enkele officials.

De wedstrijdleider Lothar Schmid had besloten in afzondering te laten spelen zolang Fischers protest (tegen tv-camera's, red.) aanhangig was. Er is in de loop van de dag van gisteren geen reactie van hem vernomen en het bleek dat hij geboekt had voor een vliegtuig naar New York, maar dit toestel vertrok ten slotte zonder hem. Om vijf uur geloofde niemand dat hij zou komen, maar hij kwam en hij speelde een partij... (Spasski gaf na 41 zetten op, red.)

Enige weken later onthulde Fischer, dat het vooral een verzoek van het Witte Huis was geweest, dat hem ertoe gebracht had toch maar te spelen. Tussen de 14de en 15de van de maand juli was hij opgebeld door de presidentiële adviseur Henry Kissinger. 'Ik ben zelf een van de tien zwakste schakers ter wereld', zou deze gezegd hebben, 'maar ik wijs u erop dat het een nationaal belang is, dat u de match voortzet.'

J.H. Donner (1927-1988), Nederlandse schaakgrootmeester en schrijver. Uit Dagboek van een tweekamp. Het Spectrum, 1972.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden