schaken: De machtige 'vuist' van wit: 36/31/27

In de eerste twee beschouwingen over dìe speelwijze die zo beel-..

GERT LIGTERINK

dend het 'Tsjizjov-kanon' genoemd wordt en die zich in een steeds grotere populariteit mag verheugen, liet ik twee relatief oude partijen uit de jaren zestig en (begin) zeventig zien. Vandaag leg ik de lezer twee hedendaagse partijen voor. Die duels, afkomstig uit respectievelijk het WK 1990 en de afgelopen hoofdklassecompetitie, vertonen onderling een sterke gelijkenis. Beide witspelers slagen er namelijk glansrijk in de aanvallende kracht die van de 'vuist' 36/31/27 kàn uitgaan, aanschouwelijk te maken.

Eerst de overwinning die de toenmalige wereldkampioen Alexeï Tsjizjov in het titeltoernooi van Groningen 1990 op Geert van Aalten boekte. Voor een (veel) uitvoeriger bespreking van deze instructieve partij verwijs ik naar de analyse van Johan Krajenbrink in het desbetreffende toernooiboek.

Tsjizjov-Van Aalten

(WK 1990)

1.32-28 17-22 2.28x17 12x21 3.31-26 7-12 4.26x17 12x21 5.36-31 21-26 6.31-27 11-17 7.41-36 6-11 8.37-31 26x37 9.42x31 8-12 10.46-41 2-8 11.41-37 19-23 12.38-32 1-6 13.43-38 14-19 14.49-43 10-14 15.34-29 23x34 16.39x30

Nu links het 'kanon' in stelling is gebracht, brandt het gevecht om het initiatief aan de andere bordrand los.

16...19-23 17.47-42 14-19 18.30-25 4-10 19.25x14 9x20

Van Aalten probeert zo actief mogelijk te opponeren. Dat kon niet goed met 18...17-22?! 19.25x14 9x20(?) wegens 20.33-29! 23x34 21.40x29 en altijd 29-23 enz.

20.44-39 10-14 21.35-30 20-25 22.50-44 25x34 23.40x29 23x34 24.39x30 19-23 25.43-39 15-20 26.30-25 14-19(?)

Maar als gevolg van dit passieve terugruiltje raakt zwart de controle over het centrumveld 23 kwijt en komt hij onder druk te staan. Na 26...20-24(!) 27.33-28 14-19 28.39-33 17-21 29.31-26 5-10 30.26x17 11x31 31.36x27 10-14(!) 32.44-39/40 12-17(!) enz. was er mijns inziens niets te bewijzen geweest, in weerwil van het feit dat Tsjizjov in zijn annoties voor het toernooiboek van 'groot voordeel voor wit' rept.

27.25x14 19x10 28.33-28! 10-15 29.28x19 13x24 30.45-40 3-9 31.40-34 9-13 32.39-33 13-19 33.44-40 17-21

Hoewel dit volgens de witspeler 'niet het juiste moment' was, kan men zich levendig voorstellen dat de vuist 36/31/27 inmiddels zo'n hevige pressie op de zwarte stelling uitoefent dat de tocht naar het randveld 26 vroeg of laat onvermijdelijk is.

34.33-28 18-23 35.38-33 21-26 36.40-35

Zie diagram volgende kolom

36...15-20?

Evenals op de vorige zet laat Van Aalten de bezetting van veld 18 angstvallig achterwege. Nu is het waar dat zwart na 35...21-26 36.31-26(!!) nog lang niet veilig was ge- (........) weest. Maar in de gegeven situatie had hij na 36...12-18(!) weinig te vrezen gehad, óók niet na 37.42-38 8-13 38.34-30 5-10 gevolgd door 39...10-14 en 40...11-17.

37.48-43! 5-10

Met 15 al op 20 was 37...12-18? 38.34-30! enz. wel degelijk hoogst bezwaarlijk geweest.

38.33-29! 24x22 39.27x29

Door de stelling, die heel even gesloten is geweest, weer radicaal open te breken, trekt Tsjizjov groot voordeel naar zich toe.

39...8-13 40.31-27!

Ondanks de 2x2 ruil die zojuist heeft plaatsgevonden, blijft wit het strategische veld 27 controleren. In feite is zijn stelling er door de 'opschoning' van het kanon alleen maar economischer op geworden.

Overigens: dat zwart in de slotfase niet meer de hardnekkigste verdediging vindt (zie opnieuw het toernooiboek), is een detail dat we hier verder laten rusten.

40...10-14 41.43-38 20-25 42.32-28 14-20 43.38-32 20-24 44.29x20 25x14 45.34-29! 12-17 46.36-31!! 17-21 47.35-30!

En zonder 47...11-17 48.29-24! + af te wachten, gaf zwart het op.

De partij die Alexander Baljakin (Huissen) in de clubcompetitie van DAVO-speler Theo Schippers won, is in meerdere opzichten verwant aan Tsjizjov-Van Aalten. Ook hier wordt zwart met behulp van de

karakteristieke wending 33-29 (24x22) en 27x29 van het centrum verjaagd. En hoewel Baljakin eigenlijk geen moment de vijandelijke bordhelft betreedt, waaiert ook hier de witte aanval, met schijven op 27, 28, 29 en 30, als het ware over het hele front uit.

Maar oordeelt u zelf.

Baljakin-Th. Schippers

(Clubcompetitie 1994/'95)

1.32-28 18-23 2.33-29 23x32 3.37x28 13-18 4.39-33

Tegenwoordig is 4.38-32 niet meer de enige optie voor spelers die op het volle pond uit zijn!

4...18-23 5.29x18 12x32 6.38x27

Waarmee een bekend spelbeeld uit de 1.34-29 19-23 opening is ontstaan, alleen met dìt verschil dat zwart zijn linker vleugel nu niet zo harmonieus kan ontplooien.

6...7-12 7.41-37 1-7 8.42-38 19-23 9.46-41 14-19 10.47-42 19-24

Zonder vrees voor 11.34-30 16-21 enz. Toch zal de witspeler nauwelijks bezwaar hebben gehad tegen de komende vereenvoudiging.

11.44-39 23-29 12.34x23 24-30 13.35x24 20x18 14.40-34 10-14 15.37-32 5-10 16.41-37 8-13 17.49-44 2-8 18.45-40 13-19 19.34-30 9-13 20.30-25 4-9 21.39-34 19-23 22.43-39(!)

Evenals Wiersma in zijn partij tegen Okrogelnik, NK 1967 (of Scholma in diens partij met Koeperman uit het WK 1984), streeft Baljakin naar een optimale verdeling van zijn materiaal over de diverse bordvlakken.

22...14-19 23.48-43 10-14

Voor wat er na 23...9-14 24.50-45 allemaal had kunnen gebeuren, verwijs ik bij voorbaat naar de rubriek van volgende week.

24.50-45 14-20 25.25x14 9x20 26.34-29! 23x34 27.40x29! 17-21

Ook Schippers wordt, evenals Van Aalten vier jaar vóór hem, naar de rand gedreven.

28.39-34 3-9 29.43-39 18-23 30.29x18 12x23

En evenals Van Aalten probeert Schippers de stand klassiek te maken - tevergeefs, zoals binnen enkele zetten blijken zal:

31.45-40 9-14 32.33-28! 20-24 33.38-33!

(........)

33...15-20(?)

Inderdaad faalde 33...13-18? op 34.28-22! 8-13 35.31-26 +. Maar 33...7-12(!) was beslist beter geweest: na 34.33-29 (wat anders?) 24x22 35.27x20 15x24 is geen sluitende winst voor wit te zien.

Na de tekstzet neemt wit definitief het heft in handen:

34.33-29! 24x22 35.27x29 7-12 36.39-33 21-26 37.40-35 20-25 38.31-27!

Zie de aantekening bij wits 40ste zet in Tsjizjov-Van Aalten.

38...11-17 39.33-28 13-18 40.44-39

Zo schakelt wit 40...17-22? 41.28x17 12x21 uit door de damzet 42.37-31! enz.

40...14-20 41.35-30(?)

Wellicht opgejaagd door de klok begaat Baljakin de eerste van een tweetal onnauwkeurigheden. Aangewezen was 41.42-38! De manoeuvre 17-22x21? blijft dan verhinderd door 43.37-31! enz., en op andere zetten wint wit met groot vertoon van macht. Een enkel voorbeeld: 41...8-13 42.35-30! (nu wèl) 17-21 43.38-33! 20-24 (op 43...12-17 beslist 44.28-23!, 45.32x12!, 46.36x47! en 47.30-24 enz.) 44.29x20 25x14 45.34-29 12-17 46.30-25 17-22 47.28x17 21x12 48.33-28 6-11 49.39-34 11-17 50.25-20! en 51.28-22 +.

Het bezwaar van de tekstzet is dat zwart nu, ondanks de aanvankelijke schijn van het tegendeel, tòch 41...17-22! 42.28x17 12x21 kan doen. Immers: de damzet 43.30-24 en 44.39-33 enz. levert na het laconieke antwoord 46...6-11!! niet meer dan remise op. Maar ook de zwartspeler zal deze verdedigende finesse ontgaan:

41...20-24(?) 42.29x20 25x14 43.42-38! 17-21 44.38-33?!

Hiermee maakt wit het zichzelf opnieuw onnodig moeilijk. Na 44.34-29! (pointe: 44...12-17 45.30-24!! en 46.28-22 +) was zwart regelrecht overspeeld, bij voorbeeld 44...8-13 45.39-33! 12-17 46.29-23! 18x29 47.33x24 met een slotstand die als twee druppels water lijkt op die van de eerste partij!

44...14-20 45.33-29! 20-25 46.28-23!!

Alleen zo.

46...19x28 47.32x23 21x41 48.36x47 8-13 49.30-24 16-21?!

Eén van de laatste zetten in tijdnood. Met 49...6-11 50.23-19 11-17 51.19x8 12x3 52.24-19 en nu 52...18-22(!) had zwart echter veel feller van zich af kunnen bijten.

50.23-19! 25-30 51.19x17 30x19 52.29-24! 19x30 53.34x25 21x12 54.25-20

Zwart geeft het op.

Positiespel om van te smullen - de schoonheidsfoutjes in de slotfase doen daar niets aan af!

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden