Schaf de confessionele school af

De ongewenste verzuiling in het onderwijs kan worden opgeheven met behoud van de vrijheid van onderwijs, betoogt Lousewies van der Laan....

Is vrijheid van onderwijs het recht van ouders en kinderen zelf een school te kiezen? Of is het een recht van stichtingen, kerken en moskeebesturen scholen te stichten? Alleen dat laatste is gewaarborgd in de Grondwet. Sterker: scholen mogen dankzij artikel 23 kinderen juist weigeren op grond van hun ‘identiteit’.

Toen de onderwijsvrijheid in 1917 werd vastgelegd, gebeurde dat in een verzuilde samenleving. Een katholiek kocht bij de katholieke bakker en was lid van de katholieke sportclub of katholieke paardenfokkersvereniging. Tegen die achtergrond was het niet zo’n vreemde gedachte kinderen naar ‘eigen’ scholen te laten gaan. Door de individualisering en de immigratie ontstond de huidige multiculturele samenleving. Katholiek of protestant sporten, lijkt inmiddels een idioot concept en weinig mensen zullen stilstaan bij de vraag of hun supermarktmanager katholiek, protestants of joods is. Als wij vandaag het bijzonder onderwijs zouden uitvinden, zou niemand het in zijn hoofd halen dit op levensbeschouwelijke grondslag te organiseren.

Er is niets mis mee kinderen op te voeden in een bepaalde levensbeschouwelijke traditie, thuis, in de moskee of op de zondagsschool. Als enkele scholen zaken aanleren die in strijd zijn met de Nederlandse rechtsorde, kan de onderwijsinspectie daar redelijk adequaat tegen optreden. Hoewel ik de gescheiden ingangen en aparte leslokalen voor jongens en meisjes bezwaarlijk vind, weet ik dat ook de meeste islamitische scholen niet verder gaan dan gescheiden gymlessen.

Toch vind ik het belangrijk de discussie over artikel 23 op de agenda te zetten. 10 Procent van de Nederlanders noemt zichzelf racist, ruim de helft van de Nederlanders heeft een negatief oordeel over moslims en discriminatie op de arbeidsmarkt is aan de orde van de dag. We moeten mensen bij elkaar brengen in plaats van ze uit elkaar te drijven. Het onderwijs speelt daarin een belangrijke rol.

De school moet een plaats zijn waar kinderen kunnen kennismaken met diversiteit en verschillen. Als kinderen niet op jonge leeftijd met elkaar in contact komen, wordt het later alleen maar moeilijker. Natuurlijk zijn er veel religieus-bijzondere scholen waar volop diversiteit is, zeker op die scholen waar de identiteit al flink is verwaterd. Maar er zijn ook scholen die artikel 23 nog precies zo invullen zoals dit ooit is bedoeld. Daarmee dragen zij bij aan het wij-zijdenken in de samenleving.

Dat probleem is vooral urgent in het islamitisch onderwijs. Dat heeft niets met dat geloof op zich te maken, maar wel met zijn positie in de Nederlandse samenleving. De islam kan in deze tijd niet worden losgezien van etniciteit, sociaal-economische achterstanden en integratieproblemen.

Minister Pechtold voor Bestuurlijke Vernieuwing verwelkomt een ‘tijdelijke islamitische zuil’ als model voor integratie. Ik vind zijn analyse niet sterk. Werd de samenleving honderd jaar geleden gedragen door verschillende zuilen, ik ben bang dat die islamitische zuil vandaag niet in, maar eenzaam naast onze ontzuilde samenleving staat. Ook de tijdelijkheid is een illusie. De islamitische zuil is een verbinding tussen een heel diverse groep Nederlandse moslims en een wereldwijde, dynamische godsdienstige richting. Als er al integratie plaats vindt, is het nog maar de vraag in welke richting dat zal zijn.

Ouders willen vooral één ding: de beste school voor hun kind. Bijzondere scholen zijn vaak goede scholen, maar ik ben er van overtuigd dat dit niet voortvloeit uit de levensbeschouwelijke identiteit. Ik denk veeleer dat de organisatievorm het verschil bepaalt. Zonder de vele excellente openbare scholen iets te kort te willen doen, zijn ouders en leraren in het bijzonder onderwijs vaak nauwer bij de school betrokken.

Daarom stel ik voor artikel 23 te vervangen door een moderne variant. Om een school te mogen oprichten, heb je niet langer voldoende leerlingen en een bij wet vastgestelde ‘richting’ nodig, zoals de grondwet nu voorschrijft. In plaats daarvan zijn voldoende leerlingen en een goed onderwijskundig concept voldoende. Het karakter van een school wordt niet bepaald door een bordje ‘katholiek’ of ‘islamitisch’ op de deur, maar door mensen. Ouders, docenten en leerlingen kunnen kiezen voor veel ruimte voor sport of muziek, of bijvoorbeeld voor bètavakken. Voor een strenger regime of juist een lossere school. Kinderen kunnen kiezen uit verschillende godsdienst- of levensbeschouwelijke vakken. Die diversiteit moet actief worden gestimuleerd door de overheid, opdat ouders echt wat te kiezen hebben.

Juist de segregatie op grond van levensbeschouwing, op dit moment de kern van het bijzonder onderwijs, moet worden tegengegaan. De overheid moet aan de bekostiging van een school de eis stellen dat alle kinderen worden toegelaten. Integratie komt van twee kanten: islamitische kinderen hebben recht op niet-moslimvriendjes in de klas, en andersom. Scholen moeten concurreren op grond van kwaliteit en pedagogische meerwaarde. Zo’n vorm van niet-verzuild bijzonder onderwijs zal niet alleen bijdrage aan het slechten van tegenstellingen in de samenleving, maar ook aan echte vrijheid van onderwijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden