Schaduwen in de stad

Waren het eeuwenlang vooral Rome en Venetië die de aandacht trokken van Italië-gangers, vanaf de Romantiek deed ook Florence, met zijn middeleeuwse karakter, serieus mee....

NATUURLIJK was het de fotograaf te doen om het zestiende-eeuwse trio van beeldhouwer Giambologna. Het drietal, dat ook in de hedendaagse reisgids voor Florence tot de 'sterattracties' hoort, bepaalt niet alleen het hart van de foto; vanuit de donkerte van de loggia dringt het zich automatisch op, alsof er een spotlight op staat gericht.

De pas de trois verbeeldt een klassieke vertelling, de roof van een Sabijnse maagd: zij wordt weggevoerd in de dwingende greep van haar kidnapper, terwijl een derde figuur gehurkt klem zit tussen zijn benen. Als een dansscène is de beeldengroep, die uit één blok marmer werd gehakt (sla de reislectuur er maar op na). Een hoogtepunt in de kunstgeschiedenis - en Giorgio Sommer maakte er rond 1868 op de Piazza della Signoria dus die foto van.

Waarschijnlijk was hij daarna ergens in een galerietje te koop als aandenken voor de toerist, zodat die er thuis van kon nagenieten of ermee kon pronken: kijk toch eens, die compositie!, en uit één enkel stuk steen gemaakt! Maar waar je nu de loep zou willen leggen, is niet meteen bij de naar de natuur gehouwen bilpartij van de ontvoerder of het dramatische armgebaar van de maagd. Nee, al die mensen er omheen! De mannen, jongens, die op een enkele uitzondering na vage schaduwen zijn, die wil je bestuderen, beter leren kennen. Vlekkerige geestesverschijningen zijn het in de onvolmaaktheid van de vroege fotografie.

Giorgio Sommer maalde er niet om, toen hij het beeld maakte. De uit Frankfurt afkomstige fotograaf, die eerst in Rome en Napels een atelier had en pas later naar Florence kwam, toog aan het werk op een tijdstip dat het lekker druk was bij de Loggia dei Lanzi. Een plek om te lanterfanten, die bescherming bood tegen zon en regen, waar kinderen speelden en volwassenen koutten. Sommer trok de aandacht met zijn apparatuur en legde hen vast: gewoon volk, heertjes ook, ze keken recht in de lens, nieuwsgierig. Wat er van hen overbleef, was niet meer dan een licht befje van een overhemd of de contouren van een hoed en een zittende gestalte. Wel scherp, in het wit, tekent zich links naast de sokkel waarop de beeldengroep staat een slapend kind af. Aan de andere kant ervan blikt een joch in kleermakerszit in de camera.

De techniek was er nog niet naar, maar deze Duitse fotograaf, die in de tweede helft van de negentiende eeuw heel Italië afschuimde, had al iets van een verslaggever met gevoel voor couleur locale. Sommer wilde juist ook iets van de daagse levendigheid van Florence laten zien, naast de aanblik van eeuwenoude schoonheid - op de achtergrond staat nog een Giambologna: Hercules met kentaur (1599).

Welke uiteenlopende vormen de 'sculptuurfotografie' in die jaren al kon aannemen is goed te zien op de tentoonstelling Florenz und die Toskana - Photographien 1840-1900 in het B.C. Koekkoek-Haus in Kleef. De fascinerende foto van Sommer maakt deel uit van de negentiende-eeuwse Italiaanse collectie van Dietmar Siegert, de belangrijkste fotoverzameling op dit gebied in Duitsland.

Waar Sommer mensen als decor gebruikte bij een kunsthistorisch monument en feitelijk twee genres door elkaar husselde (het groepsportret en de sculptuurfoto), werd Cellini's Perseus met het hoofd van Medusa door de Engelse fotograaf John Brampton Philpot (1857) helemaal van zijn omgeving losgeweekt. Op een afstandje van onder af genomen baadt zijn Perseus in het pikzwart - Brampton Philpot dekte de achtergrond van de loggia op het negatief af.

Weer een andere benadering verbeeldt Menelaos met het lijk van Patroklos van de gebroeders Alinari (1865). Die tonen het klassiek Romeinse beeld van dichtbij op ooghoogte, waarbij de achtermuur van de Loggia dei Lanzi duidelijk herkenbaar blijft. En hoe die drie beeldengroepen ten opzichte van elkaar zijn geplaatst, is na te gaan aan de hand van een, eveneens prachtige, overzichtsfoto van de Loggia dei Lanzi van Sommer; wederom mét spookachtige figuranten.

Zo is het alsof je snippers van een film over de Loggia dei Lanzi vindt, waarin niet alleen perspectief en tijdstip, maar ook de cameraman en regisseur voortdurend wisselen. In die paar close-ups en totalen krijgt de stad al reliëf.

Nog steeds heeft Florence dat geweldige magnetisme, maar de hunkering van de vroegste Italië-gangers gold op de eerste plaats Rome. Rome! Eerst Rome zien, dan sterven. In de achttiende eeuw was Florence voor dichters en schilders en gegoede burgers die een 'Grand Tour' maakten hooguit een tussenstation op weg naar Rome. De belangstelling ging bovenal uit naar de restanten van de klassieke oudheid, de bakermat van de beschaving. Maar ook Venetië en Napels waren populair. Pas in de Romantiek kreeg men oog voor het middeleeuwse karakter van Florence (tot ver in de negentiende eeuw bleef de stad ommuurd), in combinatie met de architectuur en kunstschatten uit de Renaissance en het lieflijke omringende landschap.

Al snel vond in Florence een kennismaking met het nieuwe medium plaats. Werd in Parijs in 1839 de vinding van de 'daguerreotypie' openbaar gemaakt, in het najaar vond ook in Florence een presentatie plaats: de eerste in Italië. Binnen een maand was het principe van de fixatie van licht en donker op een zilverplaat ook onderwerp van aandacht op een wetenschapscongres in Pisa.

De eerste jaren waren het vooral buitenlanders, reisfotografen, die Toscane vastlegden. Engelse fotografen als Calvert Richard Jones en William Robert Baker deden al in de jaren veertig Florence aan. Het middeleeuwse karakter was nog intact; smalle, schaduwrijke stegen bepaalden niet alleen het aanzien van de oude stad maar ook de fotografische mogelijkheden. Op gepaste afstand, vanaf de omringende heuvels, liet Florence zich van haar lichte zijde zien.

Grofweg twee genres deden meteen opgang: de (idyllische) panoramafoto, die de traditie van het geschilderde of geëtste stadsgezicht voortzette en ermee concurreerde, bedoeld als souvenir, en de bij studie en onderwijs behulpzame architectuur- en sculptuurafbeelding.

In 1845 kwam de Engelse kunsthistoricus en tekenaar John Ruskin naar Florence; de daguerreotypen die hij door zijn assistant liet maken dienden niet alleen voor detailstudie, in de jaren zeventig verscheen van zijn hand Mornings in Florence - een vademecum voor de Engelse Italië-reiziger. Voor de herwaardering van de Renaissance-kunst van Florence is Ruskin van grote betekenis geweest.

De belangstelling van Florence was ook in fotografisch opzicht gewekt, maar toen etser Leopoldo Alinari - grondlegger van het gerenommeerde bedrijf van de drie 'fratelli' Alinari - zich wilde bekwamen in de fotografie, moest hij daarvoor naar Venetië en Rome. Alinari legde zich toe op de architectuurfotografie - en hoe. In 1854 opende hij zijn eerste studio (met hulp van de beroemde uitgever Luigi Bardi), in 1855 stuurde hij zijn foto's naar Parijs en viel hij op de wereldtentoonstelling meteen in de prijzen.

De gebroeders Alinari - Leopoldo, Giuseppe en Romualdo - maakten carrière in een tijd waarin Florence haar provinciaalse trekken meer en meer kwijtraakte en zelfs hoofdstad van Italië werd (tussen 1865 en 1871). Uit die jaren stamt ook het begin van de grote stadsvernieuwing onder architect Giuseppe Poggi.

Reisgidsen verschenen en het vreemdelingenverkeer trok aan, niet in de laatste plaats door de modernisering van de Toscaanse infrastructuur. Wegen werden geplaveid en uitgebreid, een verfijnd spoorwegstelsel kwam tot stand waarin Florence als knooppunt op de Noord-Zuid-as van Italië kwam te liggen. Dankzij de stoomlocomotief werden het verleden en de idylle van het platteland beter bereikbaar. Er was, kortom, een markt voor de fotografie.

Dorothea Ritter, samensteller van de catalogus bij de Duitse expositie, haalt in haar boek die andere Italiëkenner en fotografieverzamelaar, cultuurfilosoof Jacob Burckhardt aan. Die schreef in 1881 vanuit Florence: 'Nadat ik in de meest uiteenlopende fotografiewinkeltjes zwaar heb gebloed, is nu de kille bezinning ingetreden.' Burckhardt kon intussen aan de 'begeerlijkste fotografieën' voorbijgaan, zonder dat hij bevangen werd door een dwangmatige kooplust.

De eerste verwondering om het tover achtige principe was toen alweer voorbij, schrijft Ritter, er was een veelheid aan afbeeldingen beschikbaar. Liefhebbers konden zich gek kopen aan overzichten of details van bouwkundige monumenten, aan foto's van sculpturen, kunstreproducties en stadspanorama's.

De Alinari's en Giacomo Brogi waren de twee Florentijnse fotobedrijven die de markt bepaalden: de gebroeders Alinari op het gebied van kunstreproducties en architectuur, Brogi aanvankelijk vooral als portretspecialist. Later zou hij een bijzondere, je zou haast zeggen: modernistische stijl ontwikkelen in landschappelijke taferelen. Doet de Alinari-benadering van gebouwen en sculpturen streng en objectiverend aan, met een sterk ontwikkeld gevoel voor symmetrie en dieptewerking, het Brogi-kenmerk is eerder suggestief, theatraal, sfeervol. Niet alleen zijn de onderwerpen van 'Edizione Brogi' (na de dood van Giacomo in 1881 bouwde zoon Carlo de firma met succes uit) bij voorkeur pittoresk of idyllisch, ze zijn zo uitgekookt trefzeker 'genomen' in compositie en verdeling van licht en donker dat ze neigen naar abstractie.

Zo ongericht als de figuranten in het goed geproportioneerde decor van Giorgio Sommer nog waren - ze zeiden niets meer dan: kijk, het mag hier in Florence dan om de kunst gaan, maar er wonen ook echte mensen. Zo uitgekiend is de functie van passanten, voertuigen, straatmeubilair, ja alles wat naar het gewone leven verwijst, in het stads- of landschappelijke beeld van Brogi. Ze horen er thuis, ze zijn essentieel voor de compositie. Ze zijn wat ze zijn, maar misschien wel op de eerste plaats kleur en vorm. Ze staan er in elk geval nooit bij als pottenkijkers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden