Schaduw spits

Hij speelde met Bob Dylan, toch bleef gitarist Michael Bloomfield een onbekende. Nu is er een intrigerende cd- en dvd-box die zijn talent opnieuw openbaart.

Een tijdens zijn optredens spraakzame Bob Dylan kwam ook in 1980 weinig voor. Maar op 15 november 1980 nam hij in het Warfield Theatre in San Francisco uitgebreid de tijd voor het inleiden van een gastmuzikant. Gitarist Michael Bloomfield, zo vertelde hij, kende hij al sinds de vroege jaren zestig, toen die hem in Chicago opzocht. Bloomfield wilde laten horen wat hij kon en Dylan was onder de indruk.


Een paar jaar later, zo vervolgde Dylan, toen hij voor plaatopnamen een gitarist zocht, vroeg hij Bloomfield. Die zou vervolgens een glansrol vervullen op het album Highway 61 Revisited uit 1965, vooral op het beroemdste nummer van die plaat Like A Rolling Stone.


'Hij is hier vanavond, geef hem een warm applaus, Michael Bloomfield.' Maar Bloomfield was er nog niet, dus begon de band The Groom's Still Waiting At The Altar zonder hem. Het was de eerste keer dat Dylan dit nummer live speelde. Bloomfield kende het ook nog niet, maar toen hij zich wat later toch bij de band voegde, voelde hij het nummer direct aan en begon te spelen zoals alleen hij dat kon. Hij liet zijn snaren zingen en soleerde onnavolgbaar op het strakke bluesschema van het nummer, soms dwars door de zang van Dylan heen.


Deze opname vormt samen met Dylans inleiding het dramatische hoogtepunt van het fraaie carrièreoverzicht van Michael Bloomfield dat nu is verschenen. From His Head To His Heart To His Hands bevat drie cd's en een dvd waarop de veel te korte loopbaan van Bloomfield (1943-1981) voorbeeldig in kaart wordt gebracht. De box is samengesteld door zijn vriend Al Kooper. Bloomfield en Kooper leerden elkaar kennen in 1965 tijdens de hierboven gememoreerde Dylansessies in New York. Ze hadden veel gemeen, zoals een bijzondere voorliefde voor bluesmuziek.


Kooper bleek ook belangrijk voor het verloop van Bloomfields loopbaan, die eigenlijk met de Dylansessie begon. Bloomfields gemene, maar altijd soepel swingende gitaar floreert vervolgens in 1965 op de eerste plaat van de ook uit Chicago afkomstige zanger en harmonicaspeler Paul Butterfield.


Hij stichtte een eigen band in San Francisco, Electric Flag, maar zou zijn plek nooit echt vinden, totdat hij in 1968 met Kooper het album Super Session opnam. Gitarist en organist zouden samen het hele album vol soleren, maar de labiele Bloomfield was halverwege de opnamen ineens verdwenen, zodat Kooper op kant twee moest worden bijgestaan door een andere vriend, zanger/gitarist Stephen Stills.


Super Session groeide uit tot een rock-klassieker. Een van de eerste rockplaten die het resultaat was van uitvoerige jamsessies. Bloomfield liet zich van zijn inventiefste kant horen. Zijn spel was vurig, maar altijd gecontroleerd. Onder collega's als de dan net opkomende Eric Clapton en Jimi Hendrix werd dat niet alleen bejubeld, maar zou het ook model staan voor hun eigen werk.


Bloomfield kreeg eind jaren zestig alle erkenning die hij zich kon wensen, maar wist er moeilijk mee om te gaan. Hij leed aan chronische slapeloosheid en raakte aan de heroïne. Eigenlijk voelde hij zich eigenlijk in geen enkele band thuis. Niet bij Bob Dylan, die hij had begeleid op diens beruchte Newport-optreden in 1965 - waarop Dylan voor het eerst met 'elektrische' band speelde. Niet bij Paul Butterfield, niet in zijn eigen Electric Flag en niet bij Al Kooper die het vaak met hem probeerde.


Van deze bands is het beste werk op de box terug te vinden, maar na 1970 droogden de bronnen op. Bloomfield wilde of kon niet inhaken op het enorme succes van gitaargoden als Clapton en Hendrix en zijn naam raakte langzaam in de vergetelheid. Eigenlijk is alleen het livealbum I'm With You Always uit 1977 nog de moeite waard.


Michael Bloomfields loopbaan duurde maar kort, misschien ook wel omdat hij een handicap had: hij kon eigenlijk niet zo goed zingen.


Begin jaren zestig leerde hij in Chicago het vak. Dat deed hij door veel op te trekken met zijn grote voorbeelden Muddy Waters en B.B. King. Hij kon ermee volstaan zich louter op zijn gitaar te bekwamen.


In 1964 werd hij ontdekt door John Hammond, dezelfde man die ook Billie Holiday en Bob Dylan onder contract had. De auditie die Bloomfield in 1964 voor Hammonds Columbialabel deed, is (voor het eerst) ook op de box opgenomen. Daarop valt naast Bloomfields knappe melodieuze bluesspel vooral op hoe matig hij zingt.


Dat wist de gitarist van zichzelf, nooit voelde hij zich prettig in de soms opgedrongen rol als frontman. Ook Hammond zal dat hebben geweten, al heeft hij nooit echt zijn plannen met Bloomfield ten uitvoer kunnen brengen.


Toen hij zijn eerste plaatopnamen maakte, was Hammond herstellende van een hartaanval.


Het was Bob Dylan die zich als een van de eersten echt realiseerde wat de kwaliteiten van Bloomfield waren. Hij haalde hem naar New York, een gelegenheid waarvoor Bloomfield speciaal een nieuwe Fender Telecaster had aangeschaft. Hij speelde prachtig, steeds even spontaan en precies de juiste noten producerend. Dat valt ook op de box te horen in afwijkende plaatversies van Like A Rolling Stone en Tombstone Blues.


Met Bob Dylan begint en eindigt de box. De eerste echt legendarische Bloomfieldopnamen waren voor Dylans meesterwerk Highway 61 Revisited. Het laatste vastgelegde optreden vond plaats op die 15de november 1980, toen Dylan hem ten tonele riep om Like A Rolling Stone en The Groom's Still Waiting At The Altar mee te spelen.


Drie maanden later werd Bloomfield, 37 jaar oud, dood in zijn auto aangetroffen. Een overdosis.


In 2009 suggereerde Dylan in een interview dat de door hem zeer bewonderde Bloomfield wellicht nog had geleefd als hij bij hem was blijven spelen. Het is ook Dylan niet gelukt Michael Bloomfield een plek in de schaduw te geven, die het best bij hem zou hebben gepast. Al tijdens zijn leven raakte de eeuwig zoekende Bloomfield vergeten. Deze box bewijst dat Bloomfield beslist tot de groten behoorde, al was het maar kort.


Goede afkomst


Gitarist Michael Bloomfield was de zoon van Harold Bloomfield, de man achter Bloomfield Industries. Het bedrijf patenteerde, ontwierp en vervaardigde restaurantbenodigdheden. Michael toonde weinig interesse in het bedrijf, maar profiteerde wel van het feit dat het Bloomfieldhuishouden in Chicago diverse zwarte bedienden op de loonlijst had staan. Door hen kwam hij in contact met verschillende muziekstijlen, van blues tot gospel. In het zuiden van de stad begaf hij zich tussen de zwarte muzikanten en deed hij zijn eerste ervaringen op als professioneel gitarist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden