Schaatsen kijk je zo

In onze serie kijkcursussen: een klein college van schaatscoach Jillert Anema, de 'tovenaar van Bontebok'.

De allereerste pas is heel belangrijk op de 500 meter.

Anema: 'Wordt die direct over de lijn gezet of komt de schaats terecht waar hij al stond? Wennemars was er een kei in. Die had, door zijn voet vooruit te gooien, altijd een decimeter voorsprong op zijn tegenstander. Bij de start moet de beweging naar voren zijn gericht en niet omhoog. De eerste drie meter zijn grotendeels bepalend voor de uitslag.'


Let eens op de eerste 100 meter van Jesper Hospes.

'Hospes is kortebaankampioen van Nederland. Wat hem onder meer zo snel maakt, is zijn overgang van rennen naar schaatsen. Vaak als zijn tegenstander nog rent, zit hij al heel diep.'


Je moet 'onder de lucht doorschaatsen'.

'Hoe horizontaler het bovenlichaam, hoe sneller. Tien graden verschil van de romphoek scheelt zeker één seconde in rondetijd. Daarom is Bob de Jong zo goed. Die is van rubber.


'Kijk naar de bochten van de Koreanen. Van Sjoerd de Vries. Van Stefan Groothuis. Van Shani Davis als-ie goed is. Ik heb dit in een eerder interview al eens zo verteld: een bocht begint met de laatste slag van het rechte stuk. Je rijdt op je rechterbeen naar buiten de bocht in, met andere woorden bij het begin van de bocht ga je nog één slag rechtdoor, je gaat met je hele gewicht in je schaats hangen en zet dan pas je linkerbeen de bocht in. Veel schaatsers doen het verkeerd en beginnen op links. Dat kan wel een tiende seconde per bocht schelen. En vervolgens kijk ik waar de schaatser op het blad zit. Waar rust zijn zwaartepunt, daar gaat het om. Hoe is zijn houding. Hij moet achter op de schaats staan, en niet te ver voorover leunen.'


In de bochten maak je snelheid.

'Dat denkt men, ja. Door de middelpuntvliedende kracht moet je meer kracht leveren en dat geeft in elk geval het gevoel dat je sneller gaat. Maar als je de statistieken erbij pakt zie je dat heel veel schaatsers langzamer uit de bocht komen dan ze erin gaan.'


Met dat 'wieggebaar' geeft een trainer het ritme aan.

'Als er nog energie in het lijf zit, zal ik dit doen: 'Zet af! Zet af! Zet af!' Later, als de rijder geen energie meer heeft, roep ik: 'Glij! Glij! Glij!' Soms worden schaatsers onrustig in hun hoofd, en dat veroorzaakt onrust in het schaatsen. Dan gaan ze al afzetten voor hun glijsnelheid vermindert, wat energieverlies betekent. Het glijden moet je optimaal benutten. Als een 5 of 10 kilometer-rijder over de finish komt en hij zou in dezelfde lichaamshoeken blijven zitten, zal hij op twee benen zeker nog een rondje doorglijden. Zonder iets te doen. Soms zie je een ander gebaar: de trainer zwaait met één hand naar voren. Ook dat heeft met het tempo te maken: als de schaatser het ritme waarmee hij zijn arm zwaait verhoogt, verhoogt hij ook zijn beentempo. De benen komen er als het ware vanzelf achteraan.'


Aan de eerste tien meter op de 1500 kun je zien hoe graag een schaatser wil.

'De 1500 meter is een adrenaline-afstand, die kun je niet 'ja, maar-rijden'. De felheid op de eerste tien meter is bepalend voor de motivatie of vice versa. Je moet starten als op de 500 meter. Na 10 meter moet er slagverlenging optreden, elke slag moet langer zijn dan de vorige. Rakatakakata-kaa-taak--taaaak-taaaaaak. En vol de bocht in. Pas na de eerste bocht hoor je verschil te zien met een rit op de 500 meter.'


Na het uitkomen van de eerste bocht op de 1500 meter, moet er rust in de slag zijn.

'Nu heb je je topsnelheid al. Als je blijft rennen verknoei je je rit, dat wil vooral bij sprinters nog wel eens voorkomen. Die slagen er, hoewel ze al op topsnelheid zijn, niet in rust te vinden. Toch harder willen, terwijl dat niet kan. Als iemand bij de eerste doorkomst niet diep zit en niet ontspannen rijdt, is de eindtijd slecht. Dat kun je dan al weten.'


In de laatste ronde van de 1500 moet je vooral op de klok kijken.

'Dan zegt de tijd het meest. Hoewel ze moe zijn, kunnen sommige rijders toch hun techniek goed houden. Bij anderen ziet het er niet goed uit maar ze gaan toch hard. Thuis voor de televisie kun je niet zien hoe hard, de snelheid kun je alleen ervaren in het stadion. Daarom let ik voor de televisie puur op de klok. In de laatste ronde van de 1500 meter is een goede journalist een scorebordjournalist.'


Een opening boven 24,2 op de 1500 meter is in Thialf een slechte opening.

'Dat is een ingehouden opening. Dan is de rijder niet gemotiveerd en kun je koffie gaan zetten. De eerste doorkomst voor een sprinter zou rond de 23,7 moeten liggen, voor een all rounder 24 blank. De mijl is een tempo-afstand, die zich kenmerkt doordat hij op topsnelheid wordt gereden. Elk rondje produceer je meer afvalstoffen dan je kunt afvoeren. De hoeveel afvalstoffen hoopt zich dus op, vandaar het toenemende verval in de rondetijden.


Bij de sterke jongens is het verval groter, die produceren meer afvalstoffen. Bij de rijders met meer duurvermogen is het verval kleiner. De rondetijden moeten gelijkmatig oplopen. Bij de mannen bijvoorbeeld kan het verval 0.6 seconde zijn: 26,9, 27,5, 28.1. Als je zit te kijken neem je de middelste rondetijd en vermenigvuldigt die met drie. De eerste heb je nog onthouden - zo kun je snel bepalen wat de tijd zou moeten zijn en of er niet te veel verval is opgetreden.'


Tijdens afstanden tot en met de 1500 meter moet je je als coach nergens mee bemoeien.'

'Behalve als er echt iets mis gaat. 'Meer achterop zitten!' Zoiets kun je nog wel roepen. Maar als het goed is, verplaatst het lichaam zich op zijn snelst. Elke invloed die je er dan op uitoefent werkt vertragend. Trainers roepen wel eens wat om hun eigen spanning kwijt te raken. Op de korte afstanden zien rijders de trainer trouwens meestal niet eens staan.'


Heather Richardson is een fenomeen.

'Ze komt van het skeeleren, ze had een enorme technische achterstand. Twee jaar gelden zag ik haar voor eerst trainen, met een enorme focus om de techniek onder de knie te krijgen. Haar verbetenheid kan haar tot een topper maken. Die meid kan lomp hard rijden.'


Sprint in het langebaanschaatsen bestaat helemaal niet.

'Sprint is iets fysiologisch, alle inspanningen boven de dertig seconden zijn helemaal geen sprint. Daarom moet het mogelijk zijn dat iemand alle afstanden wint. Een nieuwe Eric Heiden. Zo iemand moet heel gedreven zijn.'


Schaatsen, Wereldbeker in Heerenveen, zaterdag vanaf 16.30 uur en zondag vanaf 13.10 uur, Nederland 1, NOS.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden