Schaarste en overvloed: sancties voor werklozen

Het is een merkwaardige combinatie: terwijl enerzijds 's lands werkgevers steeds mallere capriolen uithalen om mensen te verleiden voor hen te gaan werken - een collega ter redactie claimt de uitvinding van het mooie woord sollicitainment - , staan anderzijds ruim een miljoen Nederlanders werkloos aan de kant....

Frank Kalshoven

Het Centraal Planbureau publiceerde vrijdag onder de saaie titel Arbeidsbemiddeling en -reïntegratie van werklozen een superspannend rapport over deze kwestie. De beleidseconomen raden het kabinet met klem aan het sanctiebeleid voor uitkeringsgerechtigden te verscherpen.

Menig lezer van deze prachtkrant zal geneigd zijn deze conclusie af te doen als rechtse borrelpraat. Maar de aanbeveling van het Planbureau stoelt niet alleen op theorie, maar ook - en vooral - op een empirische analyse van de kaartenbakken van de arbeidsbureau's. Lees mee en oordeel zelf.

Het startpunt van de analyse is de markt voor arbeidsbemiddeling en -reïntegratie. De plannen van het kabinet met de uitvoering van de sociale zekerheid voorzien in het opengooien van deze markt. De CPB'ers vragen zich naar goed economengebruik eerst af welke problemen zich zullen voordoen als de overheid afziet van enige vorm van inmenging, om vervolgens te analyseren hoe de overheid deze problemen kan oplossen.

Een vrije markt zou op vier punten falen. Ten eerste zou er op die vrije markt te weinig vraag zijn naar reïntegratie en arbeidsbemiddeling. Dit komt door het stelsel van sociale zekerheid. 'Werklozen met relatief aantrekkelijke uitkeringsalternatieven hebben een zwakke financiële prikkel tot werkhervatting', schrijven Ben Vollaard en Pierre Koning, de opstellers van het rapport. 'De uitkeringsverstrekkers hebben weinig financieel belang om hiertegen actie te ondernemen: de baten van reïntegratie in de vorm van bespaarde uitkeringsgelden komen grotendeels aan het collectief ten goede.' De intermediairs op de arbeidsmarkt tenslotte 'hebben geen prikkel om in deze situatie verandering te brengen'. De belangen van alle betrokkenen wijzen dus in dezelfde, ongewenste, richting: maak niet te veel werk van werkhervatting.

Deze vraaguitval - dit is het tweede aspect van het falen van die vrije markt - wordt versterkt door allerlei secundaire factoren. Het Planbureau-duo wijst onder meer op de armoedeval, die uitkeringsgerechtigden demotiveert om werk te zoeken, maar ook op de 'werkloosheidscultuur' die bestaat in 'achterstandswijken'. Deze secundaire factoren versterken de vraaguitval van de kant van de werklozen.

Ten derde faalt de vrije markt als het gaat om dienstverlening aan werklozen voor wie betaalde arbeid voorlopig niet aan de orde is. Private reïntegratiebedrijven worden afgerekend op de plaatsing van een werkloze, en als zo'n plaatsing er voorlopig niet inzit, zullen die bedrijven zich geen inspanningen getroosten. Dit is een cruciaal punt: de werklozen in kwestie behoren immers tot de zwaksten in de samenleving.

Tenslotte faalt de vrije markt in het wegnemen van vooroordelen van werkgevers tegen bijvoorbeeld allochtonen, vrouwen en ouderen. Intermediairs op de markt leveren wat gevraagd wordt en sluiten zich dus bij de vooroordelen van hun klanten aan. Geen wonder dat die markt faalt, hoor ik u brommen. Reïntegratie en arbeidsbemiddelling horen gewoon bij de overheid. Maar het zou flauw zijn als u in dat vooroordeel bleef hangen.

Want het marktfalen, betogen de CPB'ers, kan zeer wel worden opgelost. Twee instrumenten volstaan: subsidiëring van intermediairs en sancties voor werklozen.

Die subsidiëring van werklozen moet de vorm krijgen van plaatsingsbonussen. Voor het aan het werk helpen van een goed opgeleide, werkwillige dertiger volstaat de prijs die de intermediar krijgt van de werkgever. Voor mensen die moeilijker aan de slag te helpen zijn, kan de overheid subsidie geven. Deze subsidies corrigeren de derde en vierde vorm van marktfalen.

Sanctiebeleid corrigeert de eerste twee vormen van marktfalen. 'Het sanctiebeleid stelt actief zoeken naar werk als norm. Wanneer de werkloze daar niet aan voldoet, heeft dat voor hem of haar financiële consequenties, bijvoorbeeld korting op de uitkering.'

Deze aanbeveling wordt kracht bij gezet door een empirische studie naar de effecten van reïntegratieinstrumenten als beroepskeuzetests, sollicitatietraining, scholing en werkervaringsplaatsen.

De effectiviteit van deze goedbedoelde scholingsactiviteiten is volgens het CPB bedroevend laag. Anders gezegd: de kans dat werklozen een baan vinden, wordt door het inzetten van deze instrumenten nauwelijks groter.

Dit heeft volgens het CPB alles te maken met de motivatie van werklozen. 'Een lage motivatie hangt samen met het ontvangen van een uitkering.' Vrouwen en jongeren zijn goed gemotiveerd en hebben vaak geen uitkering; ouderen, laag opgeleiden en allochtonen hebben vaak wel een uitkering en zijn slecht gemotiveerd.

De motivatie van werklozen blijkt niet alleen van grote invloed op de kans op een baan, maar ook op de effectiviteit van de aangeboden cursussen: 'Het blijkt dat de effectiviteit van cursussen duidelijk lager is voor werkzoekenden met een uitkering en zelfs negatief wordt.'

Gezien deze spectaculaire empirische resultaten mag van een scherp toegepast sanctiebeleid, in combinatie met de plaatsingssubsidies voor intermediairs op de arbeidsmarkt, veel effect worden verwacht op de werking van de arbeidsmarkt.

Geeft toe: met borrelpraat heeft het niets te maken. Dit zijn harde, goed onderbouwde conclusies.

En zou het niet heerlijk zijn als aan de merkwaardige schaarste aan sollicitanten in tijden van hoge inactiviteit, spoedig een einde kwam?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden