Schaapherders en rietsnijders dreigen uit te sterven. Hoe kunnen we deze ambachten redden?

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil ambachten als schaapherders, molenaars en rietsnijders behoeden voor uitsterving. Het CDA ziet mogelijkheden met geld uit Europese potjes. Waaraan heeft de verdwijnende ambachtsman zelf behoefte?

Wout van de Belt snijdt riet: 'Van riet alleen kan de kachel niet roken, zelfs nu de economie aantrekt. Foto Simon Lenskens

Wout van de Belt (56): Rietsnijder in Belt-Schutsloot (Overijssel)

'Van riet alleen kan de kachel niet roken, zelfs nu de economie aantrekt. Naast zelfstandig rietteler ben ik ook natuurbeheerder. De rietteelt begint rond de kerstperiode en duurt tot half april. In de rest van het jaar hooi ik, maai ik het veld of ben ik binnenvisser.

'De rietprijs staat enorm onder druk door goedkope import vanuit China. Normaal gesproken kost een bos riet met een omtrek van 55 centimeter 3 tot 3,25 euro. Nu is de prijs gezakt naar 2,50 euro. Daarmee kunnen de ongeveer driehonderd Nederlandse rietsnijders niet concurreren. Van die driehonderd rietsnijders zijn maar zo'n vijftig beroepsmatig rietteler, de rest doet het in zijn vrije tijd.

'Rietsnijden is natuurbeheer. Zonder rietsnijders vervalt het rietland in de meeste gevallen in vijf jaar tot moerasbos. Dat is ook natuur, maar het wordt wel eentonig zo.

'Van overheidssubsidie ben ik niet zo'n fan. Er is al een subsidieregeling voor het maaien van riet, maar het volgende kabinet kan de subsidie weer afschaffen en dan zit je echt aan de grond. De overheid zou invoerrechten kunnen heffen op Chinees riet. Of stoppen met het heffen van btw op binnenlandse riet. Dan bescherm je de eigen markt.

'Dat het Chinese riet goedkoper is komt door marktwerking, dat klopt. Maar is dat eerlijke marktwerking? Bovendien is het Chinese riet zes weken per boot onderweg naar Europa, dat is niet bepaald duurzaam.'

Chris Grinwis (59) Schaapherder in Epe

'Een schaapherder krijgt zijn inkomsten uit beheervergoedingen. Mijn vierhonderd schapen onderhouden de hei. Dat grondbeheer is al heel lang niet meer commercieel rendabel, onder andere door de opkomst van prikkeldraad. De schapen ergens tijdelijk vastzetten is goedkoper dan de kudde los te laten lopen, zoals ik doe.

'Mijn schapen zelf leveren weinig op. Mijn kudde is van een speciaal ras, dat niet tegen de productierassen op kan: ze krijgen niet zoveel lammeren en leveren niet zoveel vlees.

'Vakman word je door je vak jarenlang te doen en dat kost geld. Alles valt of staat met een goede betaling. Ik wil ook wel een keer uit eten kunnen of mijn auto kunnen vervangen.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Chris Grinwis is schaapherder. Foto Marcel van den Bergh

'Het besef moet ontstaan dat het ambacht van schaapherder een toegevoegde waarde heeft. Heidegrond met schapen is cultuurgrond.

'Het is leuk dat het CDA nu de ambachten wil helpen, maar Staatsbosbeheer - een van mijn klanten - lijdt nog steeds onder de bezuinigingen van vooral staatssecretaris Henk Bleker van het CDA. Hij heeft het natuurbeheer in Nederland kapotbezuinigd.

'Als de schaapherders verdwijnen is het uiterlijk van de heide wel visueel in stand te houden. Maar je verliest het ecosysteem en de diversiteit. En dat is nog los van het verlies aan vakmanschap.'

Jan Schreur (56) Bouwer van punters in Giethoorn

'Vroeger werkten hier in Giethoorn allemaal punterbouwers. Het vak ging over van vader op zoon. Nu zijn er nog twee bedrijven die de boten bouwen, en dat in heel Nederland. Ik ben zelf tiende generatie punterbouwer. De elfde generatie werkt ook in het bedrijf. In totaal werken we op mijn scheepswerf met z'n drieën.

'De zaken gaan moeizaam. Een authentieke punter is van eikenhout. Boten van aluminium en polyester zijn goedkoper. In één houten punter zitten 360 manuren en het hout moet je blijven onderhouden. Een boot van aluminium las je zo in elkaar.

'We hebben nog een paar opdrachten, daarna staat er niets meer op de planning. Nu al draait de helft van het bedrijf om de bouw van andere boten, zoals rondvaartboten. Twintig jaar geleden maakten we punters voor elke boer hier in de buurt - een stuk of acht per jaar. Ze gebruikten de punters voor hun vervoer over het water. Nu maken we er twee of drie per jaar.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Jan Schreur bouwt punters in Giethoorn. Foto Simon Lenskens

'Wat zou helpen is financiële steun om onze 380 jaar oude werkplaats in stand te houden. Ook zou het helpen als er mogelijkheden komen om mensen op te leiden tot ambachtelijk scheepsbouwer. Nu is er helemaal geen opleiding.

'Verder zou de overheid kunnen helpen om mensen lekker te maken voor punters. We zouden in Giethoorn moeten tonen hoe we in Nederland vroeger leefden. Daarbij hoort ook te laten zien hoe boten vroeger gebouwd werden.'