'Schaamte is vaak een goed teken'

Een popsterrenstatus verwierf Karl Ove Knausgård in Scandinavië met Mijn strijd, zijn rauwe, gevoelige, komische autobiografie in zes delen. Wij zijn toe aan de vertaling van deel 2: Liefde. Een gesprek in Zweden, waar hij woont, over roem, schrijven, babygymnastiek en Anders Breivik.

Het leven kent geen theorie, alleen praktijk. Dat verzucht de verteller in Liefde, het tweede deel van de cyclus Mijn strijd van Karl Ove Knausgård (43). Met een ongekende vaart heeft de Noorse auteur tussen 2009 en eind 2011 maar liefst zes dikke autobiografische romans geschreven, een kleine vierduizend pagina's, die hem de status van een popster hebben bezorgd.


Lang kan hij zich voordoen als een gemoedelijke prater, om na honderd bladzijden met lange zinnen vol wissewasjes (de boodschappen, het nieuws, telefoontjes) de diepte in te gaan en op harde, gevoelige materie te stuiten: de vader, de dood, de liefde. De cadans van het proza wordt verslavend en krijgt ineens een enorme lading.


Terwijl in 2008 het schrijven aan zijn derde roman over zijn vader (die tien jaar daarvoor was overleden) niet wilde lukken, omdat de schrijver aldoor werd afgeleid door de obstakels die de levenspraktijk in petto heeft voor een echtgenoot en vader van drie jonge kinderen (Vanja is nu 8, Heidi 5 en John 3 jaar oud), welde het idee op om die hindernissen zelf tot thema te maken.


Knausgård: 'Ja, omdat het niet ging. Ik geloofde niet meer in fictie, in een verzonnen verhaal. Dus ik gooide het over een andere boeg, en begon spontaan te schrijven over van alles waar ik me wel eens voor schaam, of waar ik tegen anderen weleens over lieg. Eerlijk zijn, wilde ik. En ik verbaasde me zelf over de energie die van dat materiaal spatte.'


Nu het werk erop zit, en overal ter wereld de vertalers druk bezig zijn, kan de auteur - rijzige gestalte in wit T-shirt, afgeknipte spijkerbroek, sportschoenen - ontspannen terugblikken. We hebben afgesproken in het restaurant van de Konsthallen in het Zweedse Malmö, op een uurtje rijden van het gehucht Glemmingebro waar hij woont. Hij verkiest de tuin, om de eerste van een lange reeks sigaretten op te steken. Innemende glimlach. Hij praat bijna verlegen, in bedachtzaam Engels: 'De eerste elfhonderd pagina's schreef ik achter elkaar, en liet die aan mijn uitgever lezen. Toen kwamen we uit op dit project van zes boeken; snel geschreven, direct gepubliceerd. Niet denken, maar doen. Het werkte plezierig om een mes op de keel te voelen.'


Knausgård gaat graag tot het uiterste. Nietsontziend, rauw, met gevoel voor humor of juist uiterst sensibel zoekt de auteur de schaamte op, in zijn cyclus die hij brutaalweg Mijn strijd noemde, ofwel in zijn moedertaal Min kamp, net als het verboden tweedelige autobiografische manifest van Adolf Hitler uit 1925-1927.


Toen de sluizen eenmaal opengingen, stroomde alles naar buiten: de bipolaire stoornis van Knausgårds vrouw Linda, het verborgen alcoholisme van zijn vader, de ruzies, liefdes, genietingen en ergernissen in vele gradaties, van zijn vroegste jeugd tot het jongste heden. 'In een literair boek ga je niet over kleine schaamtevolle dingen beginnen, dacht ik voorheen. Maar dit bleek te werken: van de ervaringen als muzikant in een bedroevend slecht bandje tot mijn vader, die nadat hij was gescheiden zijn leven heeft vergooid en zich dood dronk. Over hem had ik nooit durven schrijven als hij nog in leven was geweest - ik was bang voor hem. Nog steeds heb ik nachtmerries waarin mijn vader weet heeft van Vader, het eerste deel van Mijn strijd. Razend is hij.


'Niets houd ik achter. Ook luchtiger belevenissen niet, zoals het mee huppelen in een kring met mijn dochtertje Vanja op de arm en tussen allemaal moeders op babygymnastiek, en dan opgewekt liedjes zingen. Volgens mij ziet de hel er zo uit: lief en aardig en vol vreemde moeders met baby's.'


Deze opmerking staat ook in Liefde.


Knausgård: 'Inderdaad, en die is me bepaald niet in dank afgenomen hier in Zweden, waar feminisme ideologisch in de maatschappij is verankerd. Vaders zijn wettelijk verplicht verlof te nemen en mee te huppelen op die verdomde babygymnastiek. Vroeger werd ik vrouwelijk genoemd, omdat ik als puber bijvoorbeeld met meisjes praatte en met hen danste, wat niet de bedoeling was. Maar nu kreeg ik de wind van voren omdat ik vrouwonvriendelijk zou zijn. Blijkbaar raakte ik aan een taboe. Zweedse mannen ja, díe kwamen me op straat opgelucht bedanken. Maar het hoort eigenlijk niet dat je zoiets hardop zegt.


'Schrijven wordt pas interessant als je schaamte voelt; dat kan een goed teken zijn, want je gaat dan grenzen over. Maar ik moest ook vechten tegen de opspelende onzekerheid, namelijk of die schaamte niet toch terecht was. Zo ja, dan zou mijn project in één waardeloze manische bekentenis veranderen.'


Voor de gereserveerde Noren is zijn openhartigheid nieuw. Er zijn 450 duizend exemplaren van Min Kamp verkocht, ongekend in een land met 5 miljoen inwoners. Knausgård kan er niet over straat zonder toegeroepen te worden en opgestoken duimen te zien. Maar hij was ook onderwerp van heftige discussies in blogs, in kranten, op tv: of dit wel was toegestaan.


'Als je fictie schrijft, bestaat er een pact met de lezer. Die weet dat het verhaal weliswaar echt kan lijken, maar dat het verzonnen is. Met dat pact breek ik, door te zeggen: hier, dit is allemaal echt. Mijn vaders familie heeft na het boek Vader met mij gebroken, want ze ontkennen gewoon dat hij alcoholist was. Ze roepen dat ik het heb verzonnen. Er zijn meer tegenstemmen. Eén criticus heeft zelfs een compleet anti-Knausgårdboek geschreven. Toch een bewijs van fascinatie. Omdat mijn boeken zo veel teweegbrachten ben ik blij dat ik niet in Noorwegen woon. Hier aan de Zuid- Zweedse kust kan ik het rumoer makkelijk ontwijken.'


Het kleine zo uitbouwen tot het overweldigend en onontkoombaar wordt, dat is Knausgårds specialiteit. Die kunst ontwikkelde hij in zijn tweede roman uit 2004, vertaald als Engelen vallen langzaam. In dat boek vertelt hij de bekende Bijbelverhalen over Kaïn en Abel, Noach en de zondvloed na en zet ze fabuleus naar zijn hand. God is teleurgesteld, is de stelling in die roman (die tevens een essay en een allegorie is), omdat de mensen niet meer in een ondoorgrondelijke orde willen geloven die alles bij elkaar houdt.


Desalniettemin is Engelen vallen langzaam het vitale bewijs dat het alles overkoepelende verhaal nog altijd levensvatbaar is en kan bedwelmen. Knausgård knikt. 'Voor mij is dat het wezen van literatuur: zij kan mij de wereld laten zien vanuit verschillende perspectieven. Vroeger was dat lezen voor mij. Er bestond geen tijd of plaats meer, ik was verzonken. Die momenten vind ik nu terug in het schrijven. Als ik mijn zelfkritiek eenmaal heb overwonnen, kan ik de verlangde vrijheid verkrijgen.


'Een paar jaar geleden mocht ik als consultant meewerken aan de nieuwe Noorse vertaling van de Bijbel. De vorige vertaling was uit de jaren zeventig en verouderd. Die legde te veel uit. Maar de tekst zelf, ontdekte ik toen pas goed, is allesbehalve abstract, maar zeer beeldend en krachtig. Zelfs de metaforen zijn fysiek. Er komt geen spiritualiteit, zoals wij die kennen, aan te pas. Over één zin kon ik met theologen een dag delibereren. Dat vergt nauwkeurig lezen.


'Het Bijbelverhaal van Kaïn en Abel beslaat twaalf regels. Als je daar diep in duikt, ga je van alles zien. Dat kun je gebruiken als je jezelf permitteert er vrij mee om te gaan. In Engelen vallen langzaam breid ik die twaalf regels uit tot 125 pagina's. Die techniek van je ingraven en dan beginnen met uitbouwen herken ik in het werk van Marcel Proust, die ik hogelijk bewonder.'


In het zesde deel van Min Kamp schrijft hij eerst veel over het alledaagse leven, ogenschijnlijk richtingloos, maar ook over publiceren en de gevolgen daarvan, over identiteit, moraal, de samenleving, en dan vooral over Adolf Hitler en Anders Breivik.


Knausgård: 'Hitler had een onopvallende jeugd, en toen schreef hij Mein Kampf. Wat zou ik hebben gedaan als ik toen jong was in Duitsland, vraag ik me hardop af. Omdat ik wilde vermijden dat de pers er achter zou komen, had ik een vriend gevraagd of hij clandestien een exemplaar van Mein Kampf voor mij wilde kopen, in de Noorse vertaling uit 1942. Ik kende dat boek van vroeger, het was destijds aangetroffen in de woonkamer van mijn grootmoeder, na haar dood. Waarom zij het na de Tweede Wereldoorlog in haar bezit heeft gehouden, is in de familie altijd een mysterie geweest. Ook dat wilde ik uitzoeken.


'Anders Breivik, de massamoordenaar, is totaal bezeten door zijn mannelijke identiteit - hij haat feminisme -, en door die van Noorwegen, dat hij puur en schoon wil houden. Ik heb grote delen van zijn manifest gelezen: 1.100 bladzijden. Mijn laatste boek heeft ook 1.100 bladzijden. Breivik leefde de laatste jaren afgewend van de maatschappij; ik ook. We zijn allebei geobsedeerd door identiteit.


'Breivik is geen vreemdeling, hij is een van ons. Wat mij tijdens het proces verbaasde, is dat er weinig tot niets over zijn jeugd en de omgang met zijn ouders werd gezegd, of over zijn seksualiteit.


'Via een bevriende journalist kreeg ik inzage in het geheime politierapport. Daar vond ik veel sensationeels in. Ik mag niet zeggen wát, maar het heeft met zijn jeugd te maken: wat er in die vroege jaren in dat gezin is voorgevallen.


'Iemand die het gezin al van lang geleden kent, zei me meteen niet verbaasd te zijn: 'Vanaf zijn vierde jaar is Anders Breivik verwond.'


'Als je Breiviks psychologie en karakter analyseert, kán het lijken of je hem wilt excuseren. Dat vinden veel mensen ongemakkelijk, want er zijn natuurlijk geen excuses voor zijn gruweldaden aan te voeren. Bepaalde feiten zijn weggehouden uit het Breivik-proces, feiten waardoor je hem zou kunnen gaan begrijpen, en begrijpen wordt gezien als een stap in de richting van vergeving. Daarom hebben sommigen dat liever niet.


'Ik ben bekritiseerd omdat ik niet veel zeg over Breiviks politieke denkbeelden. En dat klopt; ik denk namelijk dat zijn ideologie niet zo belangrijk is als hij zelf meent. Volgens mij gaat het vooral om zijn psychologie.


Die kan verklaren wat hij heeft gedaan, na twee jaar zorgvuldige voorbereiding, en waarom. Begrijp me goed: ik ben blij dat de rechter hem vorige week toerekeningsvatbaar verklaarde, en hem de maximale gevangenisstraf van 21 jaar oplegde.'


Knausgård twijfelt er niet over of hij de cyclus zal voortzetten. 'Toevallig suggereerde een collega van me dat laatst nog, dat ik Mijn Strijd zou kunnen voortzetten, ook na deel zes. Gewoon door blijven gaan. Als begeleiding van de rest van mijn leven.


Het is denkbaar. Maar nee, het zou slopend zijn. Ik werk nu aan een essaybundel, en wil daarna weer aan een roman beginnen. Iets fantastisch, iets heel anders, in de trant van Borges of Calvino.


'Sinds een jaar woon ik met mijn gezin op het platteland. Daar is geen afleiding van welke aard. Er is niets. Ik heb ook hoegenaamd geen sociaal leven en dat bevalt me uitstekend - anders dan mijn vrouw en oudste dochter, die graag naar Stockholm willen. Ik weet dus niet hoe lang ik dit weldadige isolement kan rekken.


'Mijn vrienden bereik ik toch wel. Vanochtend nog kreeg ik post van een goede vriendin, die me schreef: 'Bedankt voor je brief uit november, die van elfhonderd kantjes. Je hebt me weer helemaal bijgepraat.''


Karl Ove Knausgård

Liefde (Mijn strijd deel 2)

Vertaald uit het Noors door Marianne Molenaar.


De Geus; 576 pagina's; € 25,-.


CV Karl Ove Knausgård

1968 geboren in Oslo op 6 december studeert kunst en letteren aan de Universiteit van Bergen (Noorwegen)


1998 Ute av Verden (roman, 'Niet van deze wereld'), prijs van de Noorse critici


2004 En tid for alt (roman, Engelen vallen langzaam, vertaling 2010)


2009 -2011 Min Kamp (zes autobiografische romans, 'Mijn strijd'), deel 1 won de Noorse Brage prijs.


2010 de Noorse ELLE roept Knausgård uit tot meest sexy man van het jaar


2010 de Noorse krant Dagbladet brengt een speciale zaterdagbijlage Knausgård for dummies (23 januari)


2011 Nederlandse vertaling van deel 1: Vader


2012 Nederlandse vertaling van deel 2: Liefde. De Engelse vertaling van deel 1, A Death in the Family, wordt geprezen door criticus James Wood in The New Yorker.


KNAUSGåRD FOR DUMMIES

Op 23 januari 2010 bracht het magazine van de Noorse krant Dagbladet 'Knausgård for dummies' uit, een gids voor iedereen die wilde weten waarop de hysterie rond Mijn strijd was gebaseerd. Waarom waren zo vele lezers zo verknocht aan de reeks, was het project niet te privé, wat vonden collegaschrijvers ervan, en de feministen?


KINDERWAGEN

'De lichtelijke verachting waarmee ik mannen beschouwde die achter de kinderwagen liepen, was op zijn zachtst gezegd ambivalent aangezien ik er zelf meestal een voor me had als ik hen zag. Dat ik de enige was met dit soort gevoelens betwijfelde ik, soms meende ik bij een paar mannen op de speelplaats de onrustige blik en de rusteloosheid in hun lijf te herkennen, dat zich terwijl de kinderen aan het spelen waren, zomaar een paar keer kon optrekken aan de speeltoestellen.'

Uit Knausgård: Liefde

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden