Scepsis troef in EU, maar Balkan richt zich nog steeds op Brussel

door Paul Brill..

Clare Boothe Luce was een getalenteerde Amerikaanse schrijfster en journaliste, die in de jaren veertig van de vorige eeuw de overstap naar de politiek maakte en voor de Republikeinen een zetel bemachtigde in het Huis van Afgevaardigden, waar ze zich onderscheidde door haar eruditie en gevatheid. Politici van kleiner formaat konden rekenen op haar hoon en spot. Toen een bekende, maar door haar niet bijster gewaardeerde Republikein zijn partij de rug toekeerde en zich aansloot bij de Democraten, luidde haar commentaar: ‘Mooi zo, nu gaat het intelligentiequotiënt van beide partijen omhoog.’

Zou iets soortgelijks opgaan wanneer Servië en Montenegro elkaar straks vaarwel zeggen? Wordt door deze staatkundige scheiding de stabiliteit in beide landen bevorderd?

Stabiliteit is een moeilijk meetbaar begrip, maar er worden tegenwoordig manhaftige pogingen gedaan om het toch in cijfers uit te drukken. Zoals het Freedom House jaarlijks de mondiale stand van de vrijheid en de democratie opmaakt, zo poogt het Fund for Peace de cohesie en weerbaarheid van staten in kaart te brengen. En dat gebeurt bepaald niet met de natte vinger. Elk land wordt beoordeeld op de aanwezigheid van twaalf fenomenen, variërend van ‘ongelijke economische ontwikkeling’ en ‘voortschrijdende verslechtering van openbare dienstverlening’ tot ‘opkomst gefragmenteerde elites’. Op basis hiervan wordt een ranglijst van de zwakste gevallen gemaakt: de Failed States Index.

Het tijdschrift Foreign Policy publiceerde deze index van mislukte (of mislukkende) staten in zijn jongste editie. Bovenaan de lijst van de landen die worden geteisterd door ontbindingsverschijnselen, staat Sudan. De nummers twee tot en met tien zijn: Congo, Ivoorkust, Irak, Zimbabwe, Tsjaad, Somalië, Haïti, Pakistan en Afghanistan. Minstens zo saillant zijn de veranderingen ten opzichte van vorig jaar, toen de index voor het eerst werd opgesteld. Een paar landen wisten hun score duidelijk te verbeteren, dus stabieler te worden: Venezuela, de Dominicaanse Republiek en Bosnië-Herzegovina. Enkele grote landen beleefden juist een opmerkelijke terugval. Nummer één in deze categorie: Pakistan, dat er vele duizenden ontheemden bij heeft gekregen door de aardbeving in Kashmir, terwijl de centrale regering hopeloos onmachtig blijft om haar gezag te vestigen in de grensstreek met Afghanistan. Andere markante dalers (of stijgers – het is maar net hoe je het bekijkt): China (vooral vanwege de talrijke boerenprotesten) en Nigeria (toenemende spanningen in de olierijke delta van de Niger).

De index maakt een zeer beredeneerde indruk, maar de werkelijkheid blijkt altijd weer grilliger dan verwacht. Nog geen tien dagen nadat Foreign Policy de lijst had gepubliceerd, werd de wereld opgeschrikt door de gewelddadige gebeurtenissen in Oost-Timor, dat vergaand werd ontregeld door muitende militairen. Maar de naam van Oost-Timor komt op de Failed States Index, die zestig landen telt, niet eens voor.

Wel Servië en Montenegro, dat op de 55ste plaats staat, tussen Eritrea (54) en Bolivia (56). Voornaamste boosdoeners: een hoge mate van groepsfrustraties en het optreden van onderling vijandige elites.

Aangenomen mag worden dat de twee gebieden apart veel lager zullen scoren op beide punten en dus het volgend jaar uit de top-zestig zullen verdwijnen. Bovendien ondervinden ze baat bij nog een factor die bij het opstellen van de index geen rol speelt, maar die eigenlijk wel in de overwegingen zou moeten worden betrokken: de bemoeienis van een buitenlandse mogendheid die zich geroepen voelt de helpende hand te bieden.

De mogendheid in kwestie is geen afzonderlijke staat, maar de Europese Unie. In de loop der jaren is de EU steeds nauwer betrokken geraakt bij de verwikkelingen op de Balkan. Met Roemenië, Bulgarije en Kroatië lopen onderhandelingen over toetreding. Sinds vorig jaar heeft de EU de leiding over de vredesmacht in Bosnië. Er hoeft niet aan te worden getwijfeld dat ook Montenegro zich op afzienbare termijn zal melden in Brussel, eerst voor burenhulp, vervolgens voor het lidmaatschap. De lokroep van Europa’s welvaart speelde een niet onbelangrijke rol bij het referendum over onafhankelijkheid. Bij sommigen leeft onmiskenbaar de hoop dat Montenegro op eigen kracht sneller aansluiting zal vinden bij de Unie dan als aanhangwagen van Servië – wat overigens te betwijfelen valt, want vanwege de delicate kwestie-Kosovo kan Brussel zich geen voorkeursbehandeling veroorloven.

Voor devote pleitbezorgers van de Europese integratie zijn de rooksignalen van de new kid on the block reden om opnieuw een lans te breken voor de Grondwet, die door de Franse en Nederlandse kiezers zo hardhandig van tafel is geveegd, maar die inmiddels door zestien lidstaten is geratificeerd. Zonder een nieuwe constitutie kan een nog grotere EU domweg niet functioneren, wordt eens te meer betoogd. In een interview met The Financial Times opperde oud-president Valéry Giscard d’Estaing dat na de Franse verkiezingen van 2007 de Grondwet best ten tweede male aan de kiezers kan worden voorgelegd.

Hoe hardleers kun je zijn. Niets rechtvaardigt een herkansing voor precies hetzelfde monsterverdrag. Een veel simpelere tekst met een paar heldere verbeteringen in de EU-besluitvorming, ja dat is mogelijk een begaanbare weg – maar dan moeten de belangrijkste Europese leiders daarvoor resoluut kiezen. In het besef dat versterking van Europa’s politieke en economische werfkracht meer vruchten afwerpt dan het institutionele bellenblazen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden