Satire als waarheid

Na de aanslagen van 11 september leek de politieke humor taboe in de VS. Maar drie jaar later, in de aanloop naar de presidentsverkiezingen, zijn de humoristen niet aan te slepen....

Ted Alexandro, een onderkoelde stand-up-comedian in New York, heeft een idee voor een nieuw kerstspel. Om te beginnen wikkelen we het kindeke Jezus in de Amerikaanse vlag. 'Want hij is van óns!' En de drie wijzen moeten door een zware veiligheidscontrole, dat lijkt hem logisch. 'Oké, ze zijn wijs. Maar ze komen ook uit het Midden-Oosten. Hello! Ik bedoel, dit is niet de tijd om risico's te nemen.'

Het publiek in de stampvolle Gotham Comedy Club geniet. Grappen over patriottisme, vlagvertoon en 'de nieuwe discriminatie' kunnen de toegestroomde New Yorkers wel waarderen. Al Alexandro's salvo's over president Bush, Irak en de aanslagen van 11 september 2001 komen aan.

Politieke humor is terug in de VS. Niet alleen in de New Yorkse comedy clubs, waar scherpslijpers als Jerry Seinfeld en Chris Rock groot werden, waar de grappen het hardst zijn en taboes aan stukken gaan. Ook satirici, tv-komieken en schaamteloze filmmakers komen om in het werk. En hun materiaal bestaat grotendeels uit de ernstigste kwesties van deze tijd.

Kort na 11/9 leek dat onwaarschijnlijk. Humor was een landmijn geworden. Wie durfde nog een goede - of foute - grap te maken over chaos en ellende, vallende lichamen en gevallen helden, fundamentalistische moslims en terreur?

De culturele commentator Roger Rosenblatt deed in oktober 2001 een voorspelling: 'De horror kan één positief gevolg hebben: het einde van het tijdperk van de ironie.' Binnen de ironische blik is niets echt, schreef Rosenblatt. En als niets echt is, kun je overal om lachen. Die tijd was voorbij. 'De vliegtuigen die het World Trade Center doorkliefden, waren echt.'

Rosenblatt was niet de enige die voorzag dat het lachen ons was vergaan, zo niet definitief, dan toch de komende jaren. En na de aanslagen ontstond inderdaad een humor-vacuüm: de shock en het verdriet gingen te diep.

Een doorgaans lichtvoetige cartoonist tekende het Vrijheidsbeeld met een rouwsluier. Tv-komiek David Letterman kwam op 17 september nauwelijks uit zijn woorden tijdens zijn eerste, emotionele optreden na de aanslagen. Zijn collega Jon Stewart, de swingende meester van de keiharde politieke grap, had het al even moeilijk voor de camera.

Toch zat de 'einde van de ironie'-these er volledig naast, zegt Andy Borowitz. Zijn langwerpige gezicht en ludieke commentaartjes zijn deze dagen overal. Op CNN, de radiozender NPR, zijn eigen website en in weekblad The New Yorker beschouwt Borowitz de wereld met een satirische blik.

Zijn humor is goedmoedig, niet hard. 'Peiling: Amerikanen gelijk verdeeld over welke peiling ze geloven', luidde een kop op zijn website deze week. Borowitz zal Bush niet gauw een gevaarlijke leugenaar noemen, of John Kerry een richtingloze slapjanus. Hij wil alleen de gekte van het politieke circus illustreren.

Daar is meer dan ooit behoefte aan. 'Mensen zoeken naar lichtheid', zegt hij. 'Dat merkte ik kort na 11 september, en ook door de oorlog in Irak.'

Komiek Ted Alexandro stemt in. Twee, drie maanden durfde hij het podium nauwelijks op. Maar al snel merkte hij dat men dolgraag wilde lachen. Om wat dan ook. 'Ze lachten zelfs té hard; alsof ze eindelijk stoom konden afblazen.'

'Gek genoeg is het alleen maar makkelijker geworden', zegt Borowitz. 'Terwijl de wereld donkerder en dreigender werd, was er meer om over te schrijven. Het is moeilijk voor een satiricus als alles lekker loopt.' Voor zijn beroepsgroep is de president een zegen. 'De Bush-jaren hebben veel meer materiaal opgeleverd dan de Clinton-jaren.'

De toegevoegde waarde bestaat dit jaar uit de verkiezingen. Satire in de media kent elke vier jaar een piek. Maar tijdens de gepolariseerde strijd tussen Bush en Kerry, de eerste verkiezingen sinds 11/9, zijn humoristen in alle soort en maten niet aan te slepen.

En ze worden serieus genomen. Neem het succes van oer-ironicus Jon Stewart. Op kabelzender Comedy Central heeft hij een talkshow, The Daily Show. Onder het motto 'De vertrouwdste naam in nepnieuws (een kopie van CNN's slogan, plus het woord 'nep') nemen Stewart en zijn 'correspondenten' alles en iedereen in Washington en omstreken op de korrel.

Zo kwam deze week een bericht uit The Wall Street Journal aan bod. De Iraakse minister van Toerisme had zijn hoofddoel geformuleerd: toeristen weghouden. Dat nieuws was waar. The Daily Show kwam met een nieuw reisboek op de proppen: Let's Go Iraq, met een brandende auto op het omslag.

Even later was Bush aan de beurt. Die had in een toespraak écht gezegd: 'Ons leger zal niet uit vrijwilligers bestaan.' Stewarts verbijsterde blik in de camera bracht een slappe lach in de zaal teweeg. Uiteindelijk kwam Bush terug ik beeld. 'Ik bedoel, zal wel een vrijwilligersleger zijn!' Hmmm, kreunde Stewart. En het kijkende publiek wist genoeg.

Stewart is al jaren te zien op de zender die ook de vileine lol van tekenfilmserie South Park uitzendt. Dit jaar is hij uitgegroeid tot een cultfenomeen. The Daily Show is televisie die je móet zien, meer dan zijn collega's op de late avond David Letterman en Jay Leno.

Onder bezorgde cultuurcritici gaat een cliché rond: jongeren zouden alleen nog maar naar Stewart kijken en daar hun dagelijkse dosis nieuws en analyse halen. Het zou duiden op moreel verval onder de post-nix-generatie, of hoe de huidige 'verloren' generatie ook moge heten.

Er bestaat alleen geen bewijs vooor de stelling. De komiek valt alleen te volgen voor wie weet en snapt wat er echt speelt. De kijker ziet CNN of leest The New York Times. Om vervolgens te genieten van de sloophamer die Stewart loslaat op die establisment-media.

Stewart is fundamenteel onafhankelijk, iets wat slechts over een klein en slinkend aantal Amerikaanse media te zeggen valt. Die vrije blik op links en rechts, op 'de absurditeit van het systeem', spreekt aan. De belachelijkmakerij is intelligent en toont dat het politieke debat vaak niet veel meer is dan een eindeloze herhaling van zetten binnen de gevestigde orde.

De makers van The Daily Show buiten hun succes slim uit. Vorige maand kwamen ze met een boek dat boven aan de bestsellerlijsten staat. In America (The Book) - A Citizen's Guide to Democracy Inaction maakt Stewart een volslagen parodie van de politieke geschiedenis van zijn land.

Het begint al met het voorwoord van Thomas Jefferson, de derde president, die begin 19de eeuw regeerde. Naast alle neppeilingen, onzinnige grafieken, gefabriceerde foto's en hilarische uitleggerij van de scheiding der machten, is Jeffersons tekst een goed voorbeeld van Stewarts aanpak en humor.

Stewart alias Jefferson haalt uit naar de hedendaagse neiging de grondleggers van de republiek heilig te verklaren. 'We waren geen goden. We waren mannen.' Hij hekelt de absolutistische interpretaties van het Eerste Amendement op de Grondwet (vrije meningsuiting) en het Tweede (het recht om een wapen te dragen).

Wees een beetje flexibel, postmodernen! 'Weet je waarom ze amendementen heten? Omdat ze amenderen!' Om als een vermoeide schoolmeester toe te voegen: 'Als we hadden gewild dat de Grondwet in steen was uitgehouwen, dan hadden we 'm in steen uitgehouwen.'

Niet dat het allemaal zo serieus is, of te nemen valt. Jefferson zou Stewart niet zijn als hij geen seksueel getint P.S. zou toevoegen: 'O, en is het waar dat Halle Berry weer single is?'

Op tv is zijn geheim dat Stewart zichzelf noch zijn gasten en doelwitten serieus neemt. Maar het was vorige week een vergissing van Tucker Carlson en Paul Begala om hém niet serieus te nemen.

De presentatoren van het debatprogrammam Crossfire op CNN hadden Stewart uitgenodigd om leuk te doen. Dat viel tegen. Stewart verweet de heren een karikatuur van het politieke debat te maken. 'Jullie zijn slecht voor Amerika. Partijdig. Dit is theater, geen debat.' En hij meende het.

De tegenwerping dat Stewart zélf karikaturen schetst, hield geen stand. 'Ik was me er niet van bewust dat de nieuwsorganisaties naar Comedy Central kijken voor aanwijzingen over integriteit.' Hij keek Carlson aan. 'Jij bent op CNN. De show vóór mij gaat over poppen die neptelefoontjes plegen.'

Hij bedoelde South Park. De makers van dat programma hebben zich ook op de politieke satire geworpen. Hun nieuwe filmhit, Team America: World Police, wordt eind januari in Nederland verwacht en staat in Amerika hoog op de toptienlijsten.

Dat de film miljoenen naar de bioscoop trekt, is geen toeval. Het verhaal mag aan elkaar hangen van kotsende en copulerende poppen aan zichtbare touwtjes, het is ook een dodelijk-grappig, politiek verhaal over de toestand in de wereld, in de stijl van The Thunderbirds.

Al bij het begin van de film is de kijker gewaarschuwd. Taboes kent Team America niet. Een Broadway-ster brengt de swingende meezinger Everyone Has Aids ten gehore. Vervolgens moet deze jongen de wereld helpen redden als onderdeel van Team America. Dat blaast eerst half Parijs op nadat fundamentalisten een bom proberen te plaatsen.

Dan gaan de krachtpatsende cowboys de strijd aan met bommenleggers in Egypte en linkse Hollywood-types die omwille van de wereldvrede een pact sluiten met de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong Il. Naast de schreeuwerige actie van Bush cum suis, worden Hans Blix van de Verenigde Naties, Sean Penn ('maar ik ben in Irak geweest', zeurt die almaar) en een reeks anderen op de korrel genomen.

Niets of niemand is heilig in de film. In die zin staan bedenkers Trey Paker en Matt Stone in de traditie van Jon Stewart en van de stand-up-comedy. Het was immers komiek Tom Van Horn die zich in de Gotham Club verbaasde over alle zelfmoordaanslagen op Israëlische bussen. Niet de terroristen maar de slachtoffers waren zijn onderwerp: 'Sorry, maar wie pakt er nou nog de bus in Israël? Kijken die mensen niet naar het nieuws?'

Als 11/9 de Amerikaanse humor-industrie iets heeft geleerd, dan is het niet dat ironie niet meer kan. Integendeel. Alles kan, en moet, lijkt het motto drie jaar later. Andy Borowitz heeft een idee waarom: 'Veel mensen vertrouwen de mainstream media niet meer, en ze wenden zich tot satirici voor de waarheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden