Sarajevo leeft van beetjes macaroni

SARAJEVO Het lot heeft beschikt dat de familie Rasidovic op de elfde verdieping woont. Elke dag loopt een van de dochters zes keer de trappen op en af om water te halen....

Van onze correspondent

Bart Rijs

In Sarajevo is de slechte ouwe tijd teruggekeerd. Terwijl in allerlei hoofdsteden druk wordt vergaderd over het lot van de stad, zijn de 280 duizend inwoners door de Serviërs afgesneden van elektriciteit, gas, water en voedsel.

Geen wonder dat ze maar matig zijn geïnteresseerd in de zoveelste internationale vergaderronde. Veel mensen wonen op de dertiende, veertiende en zelfs op de twintigste verdieping.

De familie Rasidovic lijkt het niet te horen dat de sirenes algemeen alarm loeien. Ze blijven rustig doorpraten en geven hun laatste sigaret ondertussen aan elkaar door. Hun flat staat op slechts driehonderd meter van de frontlijn, maar zoals iedereen hebben ze het te druk met het dagelijks leven om veel aandacht te besteden aan de schietpartijen en explosies.

'Overleven is een dagtaak in Sarajevo', zegt Safija Rasidovic. Nu er geen gas is, moet ze elke dag een paar uur op zoek naar brandbaar materiaal. De familie heeft het geluk dat Beba, de jongste dochter, bij de bibliotheek werkt. Ze hebben bijna een week kunnen koken op het verzameld werk van Edvard Kardelj, de ideoloog van het Joegoslavisch communisme.

Nu bestaat de brandstofvoorraad nog uit een kluwen stroomdraad, dat ze uit een kapotgeschoten gebouw hebben gesloopt, en een oude eierdoos.

Safija en Beba kunnen alleen via achterweggetjes naar hun werk. De Servische sluipschutters hebben hun werk hervat en in de meeste hoofdstraten heerst een onbehaaglijke rust.

Op de kruispunten hangen verkeersborden: 'Opgepast sluipschutter' Op de gevaarlijkste plaatsen zijn containers en oude stadsbussen neergezet om overstekende voetgangers uit het vizier van de sluipschutters te houden. Soms schieten ze toch, om te pesten, dwars door de barricades heen.

Een enkeling heeft besloten de sluipschutters te negeren. Ze kuieren op hun gemak over de weg die bekend staat als de sluipschutterslaan, een schouwspel dat een knoop in ieders darmen legt.

Langs de weg staan de witte pantserwagens van de VN om de mensen te beschermen. De blauwhelmen durven niet naar buiten te komen, behalve voor een snel plasje in de dekking van hun voertuig. In het pinksterweekend werden weer drie mensen door sluipschutters neergeschoten.

Toch gaan Safija en Beba er elke dag op uit; om te werken, maar vooral ook om betaalbaar eten en brood te vinden. Nu de Serviërs de omsingeling weer hebben aangesnoerd, raakt het voedsel op. De stadsbakkerij heeft meel voor vier dagen en voorziet alleen de ziekenhuizen en de gaarkeukens nog van brood.

Vanwege de beschietingen ligt de marktplaats verlaten. Iedereen herinnert zich hoe een enkele granaat hier vorig jaar meer dan vijftig mensen fataal werd. Een paar kraampjes staan nu in een oud badhuis en in een overdekte passage. Ze zijn schemerig verlicht door kaarsen, wat er feeëriek, maar ook Middeleeuws uitziet. Hier ligt nog genoeg eten - chocoladerepen! bananen! zelfs vlees! - maar het is dure smokkelwaar die alleen mensen met harde valuta zich kunnen veroorloven.

De internationale hulporganisaties hebben hun programma's opgeschort. Volgens het VN Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen zijn de reservevoorraden 'gevaarlijk geslonken'.

Sarajevo leeft op hulppakketten, van beetjes macaroni en rijst. Mevrouw Rasidovic kweekt op haar balkon tomaten en komkommers in een oud boodschappenmandje dat ze heeft gevuld met aarde. Het is bepaald geen ongevaarlijk balkonnetje. Ze wijst op het spoor dat een kogel door het hout van de balustrade heeft getrokken; haar plantjes liggen net in het schootsveld van de Serviërs in de heuvels.

Als ze 's avonds samen bij een stompje kaars of gewoon in in het donker zitten, gaat het gesprek merkwaardig vaak over eten. Mevrouw Rasidovic vertelt over oude Bosnische recepten, met vlees, met druivebladeren en eigenlijk met veel van alles, die iedereen het water in de mond doen lopen.

Even verderop, op het VN-hoofdkwartier, wordt nagedacht over een manier om de toestand in de stad te verbeteren. De VN willen een corridor instellen waarover voedselkonvooien veilig in de stad kunnen komen. De enige mogelijkheid is de onverharde weg over de Igman, de berg die in het westen boven de stad oprijst. De weg over Igman wordt voortdurend door de Serviërs met tanks, luchtdoelgeschut en mortieren bestookt.

De VN-staf breekt zich het hoofd hoe ze die tot zwijgen moeten brengen zonder dat er een woedende reactie van de Serviërs volgt. De Bosnisch Servische leider Karadzic heeft gezworen dat er geen VN-konvooi de stad inkomt als hij dat niet wil.

De zitkamer van de familie Rasidovic kijkt op de frontlijn. Vanavond gaat het daar hard aan toe. Een van de partijen heeft een fakkel aan een parachute afgeschoten die de heuvel in een griezelig scherp ligt zet. Er klinken explosies, lichtspoormunitie trekt vurige strepen door de lucht.

De familie Rasidovic valt even stil. 'Eén hele grote bom erop', zegt Safija verlangend. 'Gewoon een hele grote bom en dan is het allemaal eindelijk voorbij.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden