Sander Schimmelpenninck gelooft dat ontsporing van het corps komt door hbo'ers - en dat is sneu

Zijn bijdrage aan het gesprek begon braafjes. Nadat Lars Gierveld en twee 'nepfeuten' woensdag in De Wereld Draait Door hadden verteld waarom ze undercover voor het tv-programma Rambam ontgroeningen bij corporale studentenverenigingen hadden gefilmd, kwam Sander Schimmelpenninck, hoofdredacteur van Quote, aan het woord.

Als oud-corpslid herkende hij de verhalen van de undercover-aspiranten over vernederingen. In zijn tijd ging het er minstens zo heftig aan toe. Dat was nodig om een band te smeden, zei hij. Om 'verwende jongens en meisjes uit Wassenaar, zoals ik' mores te leren. Maar mensen slaan of hun medicijnen onthouden, dat kon niet. Dat 'fysieke' ontgroenen moest afgelopen zijn.

Het zijn gesloten bastions, zei Gierveld. Misstanden komen anders nooit naar buiten; hoog tijd om te kijken of corpora zich aan hun vrome beloften houden. Schimmelpenninck vond ook: er moest meer transparantie komen.

Maar ineens kwam de aap uit mouw. Het corps, zei Schimmelpenninck, was 'niet elitair genoeg meer'. Het was te groot geworden door de enorme toevloed aan hbo'ers, sinds de jaren zeventig. Dat waren geen 'getalenteerde en ambitieuze mensen'.

Wacht. Zei deze jongen nu echt dat de ontsporing van de ontgroening door de hbo-leden komt? Was dat een Jort-achtig onhandigheidje? Nee. Eerder deze week schreef Schimmelpenninck in Quote een column over de ontgroeningen, eindigend in een 'manifest', met als hoofdpunt het weren van hbo'ers, want 'een netwerk bestaat bij de gratie van exclusiviteit'. En: corpsleden moeten zich voortaan inhouden, want 'vroeger kwam je weg met dingen waarmee je nu niet meer wegkomt'.

Met dédain schrijft hij over 'autoschooljongens en Vesparijdende Schoeversmeisjes' die zich via het corps toegang tot de elite willen verschaffen. Het toelaten van zulk plebs heeft ertoe geleid dat de ontgroeningen 'knorrig' zijn geworden: 'Krampachtig vasthouden aan stompzinnige regeltjes, de onzekerheid van de sociale stijger op het gezicht.' Ja, humorloos en gewelddadig, zo gedragen laagopgeleide knorren zich nu eenmaal in hun snackbars en voetbalkantines. 'Het lijken verdomme de aanhangers van het FvD wel.'

Alsof de ontgroeningen met universitaire corpsbeulen minder wreed waren. Bekijk de Andere Tijden-aflevering over 'Dachautje spelen' in 1962 nog maar eens.

'De onzekerheid van de sociale stijger.' Dát is het dus. Het corps moet de gelederen gesloten houden voor sloebers die hogerop willen. Dat is behoorlijk in strijd met 'talent en ambitie' die doorslaggevend moeten zijn. In zijn eigen Quote-500-lijst wemelt het van de talentvolle, ambitieuze ondernemers, veelal geen bleekneuzige academici, sommigen met slechts een mavodiploma. Gelukkig weert het corps zulke patsers.

Corpora selecteren traditiegetrouw niet op 'talent en ambitie'. Het waren doorgaans geen overijverige studiebollen die kwamen zooien, maar kinderen van wie de ouders lid waren. De 20ste eeuw was de eeuw van de meritocratie. Dankzij de Mammoetwet konden ook jongeren uit minder bevoorrechte kringen studeren. Zo kregen we hoogleraren, ministers, Kamervoorzitters, burgemeesters en chirurgen van wie de vaders groenteman waren, of analfabete schapenhoeders. Niet dankzij de corpora. Die bleven voornamelijk rekruteren uit de economische en bestuurlijke (niet per se intellectuele) elite.

Schmimmelpennincks huiver voor 'sociale stijgers' in het corps heeft eenzelfde basis als Baudets angst voor 'homeopathische verdunning': het is angst voor nieuwkomers, binnendringers, voor verlies van privileges.

Dat jongeren denken vanzelf mee te tellen door corpslid te worden, is sneu. Maar nog zieliger is het om iemand met verstand en talent zich zo schijnheilig in bochten te zien wringen.

Aleid Truijens is schrijver, literatuurrecensent en biograaf.
Reageren? opinie@volkskrant.nl