'Sancties tegen Iran hebben geen enkel nut - integendeel'

Economische sancties tegen Iran hebben geen enkel nut, betoogt Ferdows Kazemi. Integendeel: ze geven het regime alleen maar een extra middel om de bevolking op te zetten tegen het westen.

Marineschepen tijdens een militaire oefening door Iraanse militairen in de straat van Hormuz, eind vorig jaar. Beeld afp
Marineschepen tijdens een militaire oefening door Iraanse militairen in de straat van Hormuz, eind vorig jaar.Beeld afp

Iran en het Westen lijken een evenwichtige strijd te voeren. Iran dreigt de straat van Hormuz te sluiten en Europa chanteert het land met een olieboycot. Het doet me denken aan een Perzische uitdrukking: 'de intelligenten maken ruzie en de naïeven geloven het'.

Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat Iran en Europa daadwerkelijk tot actie overgaan. Beiden zijn immers afhankelijk van elkaar. Een groot deel van de westerse bondgenoten kan niet zonder Iraanse olie. Dus Europa kan niet zonder grote negatieve consequenties de Iraanse olie boycotten. Als dat zo simpel kon dan had zij dat dertig jaar geleden wel gedaan.

Aan de andere kant is Iran afhankelijk van het buitenland voor de invoer van geraffineerde olie. Tijdens de oorlog met Irak zijn de twee belangrijkste olieraffinaderijen van Iran ernstig beschadigd en die zijn nog steeds niet hersteld, vanwege de internationale boycot.

Het grootste deel van de ruwe olie van Iran kan niet ter plekke geraffineerd worden. Het olierijke land is dus zelf afhankelijk van de geraffineerde olie uit het buitenland, die via de straat van Hormuz aangevoerd wordt. Het sluiten van deze straat betekent dan vooral geen benzine naast andere olieproducten meer voor Iran.

Onrust

Ondertussen zorgt de olieruzie voor onrust onder de Iraanse bevolking en een rampzalige economische situatie die slechts het volk raakt, en het land een stap terugdringt in het democratiseringsproces. Direct nadat de Iraanse centrale bank geboycot werd en de bedreiging en chantage tussen Iran en Europa begon daalde de Iraanse valuta aanzienlijk. Een euro die voorheen 1500 toeman waard was, werd in korte tijd 2050 toeman waard.

Daarmee steeg de inflatie onmiddellijk. De stijgende prijzen van de dagelijkse levensmiddelen in Iran zorgen ervoor dat de bevolking alleen bezig is met de primaire behoeften; brood op de plank en een dak boven het hoofd. Wie van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat met dubbele banen bezig is om monden te voeden, heeft geen energie meer om zich actief met de politiek te bemoeien. Vooral als het om een vader of een moeder gaat die ooit tegen een andere dictatuur in opstand kwam en vervolgens van de regen in de drup viel.

Middenklasse

Het is de middenklasse die voor politieke veranderingen kan zorgen. In Iran is deze groep steeds kleiner aan het worden. De kloof tussen rijk en arm is de laatste decennia aanzienlijk gegroeid. Naast de regeringsbeambten, die zichzelf behoorlijk verrijkt hebben, is een groep speculanten ontstaan met een zeer opportunistisch wereldbeeld. Deze groep vulde tijdens de oorlog met Irak zijn zakken en probeerde met omkoping van de regeringsfunctionarissen zijn status te verduurzamen. Het is niet in het belang van deze speculanten dat er een andere regering aan de macht komt. De rest van de bevolking bestaat uit zeer lage middenklasse met dubbele banen of arme mensen die aan de rand van de grote steden of op het platteland leven.

Tijdens het bewind van de Sjah bestond de Iraanse bevolking grotendeels uit de hoge middenklasse. Vanuit die groep begon de opstand, en het duurde lang voordat de armere lagen van de maatschappij zich daarbij aansloten. Het is dus een illusie om te bedenken dat het Iraanse volk onder de economische druk in opstand komt tegen de islamitische bewind. Hoe armer de bevolking hoe trager een politieke beweging. Ik geef toe dat deze benadering afwijkt van de klassieke theorieën over revoluties. Maar we leven ook niet in de 20ste eeuw.

Onderdrukt

Iraanse jongeren kwamen ruim twee jaar geleden in opstand tegen het regime. Hun groene revolutie werd met harde hand onderdrukt. Sindsdien zijn duizenden studenten, docenten, kunstenaars, advocaten enz. opgepakt. Zij zitten nu in de gevangenissen en ondergaan barbaarse martelingen. Tientallen opstandelingen zijn geëxecuteerd of spoorloos verdwenen. De opstand is onderdrukt, maar dat betekent niet dat de beweging voorgoed verdwenen is.

Het is een begin geweest van een langdurig proces. Door de opstand zijn de taboes doorbroken, de geestelijken hebben hun charismatische macht verloren. Wie tot die tijd geen kritiek uitte op de leider ayatollah Khamenie, doet het nu wel. Sociale media leveren daar een enorme bijdrage aan. Daarnaast zijn er conflicten ontstaan tussen Khamenie en zijn aanhang aan de ene kant en Ahmadinejad en zijn aanhang aan de andere kant.

Het regime zoekt wanhopig een uitweg uit deze situatie. Wie kan haar beter helpen dan een gemeenschappelijke vijand om de aandacht van de bevolking af te leiden? 'Heb je geen medicijnen om je doodzieke dochter te genezen? Dat heb je te danken aan de westerse sancties. Heb je jouw familieleden verloren als gevolg van vele vliegtuigen die neergestort zijn? Wij kunnen er niets aan doen.

We moeten het doen met oude vliegtuigen die met lijm aan elkaar geplakt zijn, vanwege de westerse sancties. Wij willen onafhankelijk zijn van het westen, daarom verrijken we uranium voor onze kerncentrales. Maar het westen beschuldigt ons van het maken van een atoombom, omdat ze ons graag afhankelijk ziet.' En het gaat zo door.

Keuze

De bevolking die, na de val van de Iraanse premier Mossadeq in 1953 door de ingreep van de VS en de onvoorwaardelijke westerse steun aan de Sjah, geen goede ervaringen heeft met westerse intenties en bemoeienissen, heeft geen andere keus dan de autoriteiten in geval van een buitenlandse bemoeienis te steunen.

Dit werkt in het voordeel van de regering en maakt de kansen van jongeren om hun beweging voort te zetten steeds geringer.
De laatste weken draait de propaganda van het Iraanse regime tegen het westen heftig door. De islamieten die tot voor kort niets moesten hebben van de nationale symbolen, spelen op de nationalistische gevoelens van de bevolking. Het is niet meer de islam die verdedigd moet worden, maar Iran. Ze weten de vinger te leggen op de zere plek van een groot deel van de bevolking en dat is de nationalistische geest van het volk dat het bij elkaar houdt tegen de gemeenschappelijke buitenlandse vijand.

De islamitische autoriteiten zullen hun spelletje uitstekend spelen. De straat van Hormuz zal open blijven en de olieboycot zal ook niet doorgaan. Maar de winnende kaart die ze in de hand hebben kan niemand van hen afpakken. Ze zullen zich neerzetten als helden die het land gered hebben van de buitenlandse bemoeienissen en nog meer zielen winnen onder het deel van de bevolking dat hard bezig is met het overleven, onder de overige economische sancties.
Het boycotten van de centrale bank zal niets opleveren. Zulke sancties heeft Iran in het verleden ook overleefd. De rijken onder de bevolking, waaronder de regeringfunctionarissen, hebben allang hun geld in veiligheid gebracht. Wie aan de sancties schade zal overhouden is de arme bevolking.

De jongeren van de groene revolutie kunnen ook niets anders dan de zucht van teleurstelling slaken. De autoriteiten onderdrukken hun beweging met harde hand en de buitenlandse machten met zachte hand, al dan niet bewust.

Ferdows Kazemi (twitter: @FerdowsKazemi) is een in Iran geboren publiciste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden