Samenwerking bij identificatie

De Libiërs hebben de lichamen goed behandeld. Het Nederlandse verkenningsteam wil samenwerken bij de identificatie...

Amsterdam Na een vliegtuigongeluk zoals in Libië is het vaak lastig de slachtoffers te identificeren. Forensische onderzoekers speuren tussen de brokstukken van het vliegtuig in Tripoli naar details die identificatie mogelijk maken. Veel lichamen zijn waarschijnlijk verminkt maar ze bevatten aanwijzingen, zoals tatoeages, brillen en kledingresten.

Nederland heeft verkenners gestuurd die namens het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO) de situatie hebben ingeschat. Volgens teamleider Daan Noort zijn de lichamen boven verwachting goed behandeld. Zo zijn de stoffelijke overschotten goed gekoeld opgeslagen. Het LTFO wil samenwerken met de Libiërs om de slachtoffers te identificeren.

Pieter Wiersinga (57), voormalig hoofd van het Rampen Identificatie Team dat sinds enkele jaren onderdeel is van het LTFO heeft goede hoop. ‘De techniek is zo ver gevorderd dat het vrijwel altijd lukt om slachtoffers te identificeren’, zegt hij. Wiersinga is in 2007 gestopt, na 18 jaar werk in de praktijk. Hij was actief na onder meer de Bijlmerramp (1992), vliegtuigongelukken in Faro (1992) en Eindhoven (1996) en de tsunami (2004).

Als een vliegtuig is neergestort, doen bergers het eerste werk. Ze brengen de omgeving stukje voor stukje in kaart, stellen sporen veilig en registereren persoonlijke bezittingen, zoals ringen, horloges en portefeuilles. ‘Alles helpt’, zegt Wiersinga. ‘We noteren alles: de schoenmaat, de soort veters, of nagels gelakt zijn en of er een knuffelbeest naast ligt.’

Elk lichaam, of deel daarvan, dat wordt geborgen, wordt afgevoerd naar een afgesloten ruimte. Daar gaan forensisch rechercheurs, tandartsen en pathologen aan de slag. Ze verzamelen nog meer zogeheten post mortem gegevens, zoals littekens, piercings en moedervlekken.

Indien mogelijk nemen ze vingerafdrukken, ze onderzoeken het gebit en maken röntgenfoto’s. Van elk lichaamsdeel wordt dna-materiaal afgenomen. Het doel is om de lichamen compleet te krijgen en iedereen te identificeren.

‘We proberen te zorgen dat mensen die onderzoek doen naar lichamen, geen contact hebben met de nabestaanden’, zegt Wiersinga. ‘Soms lukt dat niet, zoals in Thailand na de tsunami. Daar kreeg een collega het moeilijk omdat hij net nadat hij een kind had geïdentificeerd, moest praten met een wachtende vrouw. Dat was de moeder van het kind. Op zo’n moment, en dit zeg ik met alle respect, kreeg het ‘voorwerp’ waaraan hij had gewerkt ineens een gezicht.’

Nabestaanden horen in eerste instantie slechts dat een dierbare op de passagierslijst staat en dat het team onderzoekt of hij daadwerkelijk is overleden. Dat werk wordt gedaan door tactische rechercheurs, meestal op grote afstand van de rampplek. Zij verzamelen zo veel mogelijk gegevens over vermoedelijke slachtoffers. Na een vliegtuigongeluk heeft het LTFO dankzij de passagierslijst redelijk zicht op het aantal doden en hun identiteit. ‘Helaas zijn er altijd problemen met deze lijsten’, stelt Wiersinga. ‘Er zijn overboekingen, mensen die niet kwamen opdagen, spelfouten op de lijst, misverstanden over de meisjesnaam van iemand die getrouwd is. Het is hard werken om daar zekerheid over te krijgen. Voor nabestaanden gaat het nooit snel genoeg maar we kunnen pas contact opnemen als we zekerheid hebben.’

Er wordt een stevig beroep gedaan op vermoedelijke nabestaanden. Alles helpt: foto’s, informatie over horloges, kettingen, een inscriptie in de trouwring, breuken na een skiongeluk. Mensen kunnen worden gevraagd om dna-materiaal af te staan en het team gaat op zoek naar achtergebleven haren in een kam van hun dierbare, of speeksel in zijn tandenborstel. Bij de tandarts wordt een actuele gebitsstatus opgevraagd.

Wiersinga: ‘Het is een erg langdurig proces. Om vingerafdrukken van een kind te achterhalen zijn we eens naar een school gegaan voor onderzoek naar vingerverftekeningen.’

De informatie wordt verwerkt in een computerprogramma. Als de dossiers van voor en na het overlijden overeenkomen, is er een positieve identificatie. ‘In mijn carrière lukt het heel soms niet om iemand te identificeren. Dan kun je denken: er staan twee namen op de passagierslijst, hier liggen twee lichamen, dus ze zullen het wel zijn. Maar zo werkt het niet, want niemand mag een verkeerd lichaam begraven.’

‘Je went nooit aan dit werk, maar het is wel bevredigend. Het team wil iedere dierbare teruggeven aan de nabestaanden. Niets is erger dan onzekerheid, dat mensen altijd blijven twijfelen of iemand misschien toch niet in het vliegtuig zat.’

‘Pas na de identificatie kan het lichaam worden vrijgegeven en kunnen nabestaanden met de verwerking beginnen. Dan is het de vraag of ze naar het lichaam, of de resten, moeten kijken. Door de jaren heen hebben we geleerd dat je nooit voor iemand moet beslissen. Soms kiezen mensen ervoor alleen naar een lichaamsdeel te kijken, of hun dierbare onder een laken te laten leggen. Het kan enorm helpen om zo’n laken te strelen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden