Samen spelen op muziek

Vechtdansen is in. In steeds meer fitnesscentra, gymzalen en buurthuizen klinkt de muziek van de berimbau en leren Braziliaanse mestres hun Nederlandse publiek de beginselen van capoeira....

Capoeira is een uit Brazilië afkomstige schijngevecht sport die dateert uit de slaventijd. Voor de Afrikaanse slaven op de Braziliaanse plantages was alles wat op vechten leek verboden en daarom ontwikkelden ze een zelfverdedigingstechniek die leek op een dans. Om die indruk te versterken, bedachten en speelden ze er muziek bij. De gevechtsdans hielp veel slaven bij hun ontsnapping aan de koloniale onderdrukkers.

De negers die na afschaffing van de slavernij naar de grote steden trokken, werden vaak ingehuurd voor vechtpartijen. Om de orde te handhaven bleef capoeira daarom lange tijd illegaal. Totdat een capoeira-leraar in de jaren dertig van de vorige eeuw snellere muziek en hogere trapbewegingen introduceerde. Toen raakte ook de middenklasse enthousiast en ontwikkelde capoeira zich tot een van de populairste sporten van Brazilië.

Twintig jaar geleden kwamen de eerste leermeesters (mestres) naar Nederland, maar zij trokken geen volle zalen. De echte doorbraak kwam twee jaar geleden met het reclamefilmpje voor een bekend merk mobiele telefoons, waarin een jongen en een meisje op het strand aan capoeira doen. Nu gaan duizenden Nederlanders iedere week een acrobatisch schijngevecht aan.

De dans van getrainde capoeiristas is een fascinerend schouwspel. Capoeira-docent Pipa en zijn Nederlandse vriendin Jennifer maken radslagen en zwaaien met hun benen over elkaars hoofd. Vechtdansen doe je met zijn tweeën: je draait om elkaar heen, valt aan met trapbewegingen en verdedigt je door weg te duiken. De rest van de groep vormt een cirkel en maakt muziek met de berimbau (een houten boog met snaar), de batucada (een grote trommel) en de tamboerijn.

De choreografie lijkt geïmproviseerd, maar de bewegingen van de dans liggen min of meer vast. Iedere capoeira-docent laat daar zijn eigen creativiteit op los zodat een les bij mestre Marreta in Amsterdam afwijkt van een training van mestre Vladimir Frama in Den Haag.

Pipa, die in Brazilië een eigen capoeira-school heeft, kwam een maand geleden naar Nederland. Na een demonstratieles bij sportinstituut Van der Werff in Hoorn meldden zich meteen vijftig cursisten. Tijdens de eerste les leert de Braziliaan zijn publiek de jinga, de basisbeweging van capoeira, die wel wat weg heeft van de basis van de cha-cha-cha. De daarop volgende bewegingen blijken lastiger: hangend op een elleboog en een been ronddraaien, dan staand met een hand op de grond leunen, door de gespreide benen kijken en in een vloeiende beweging wegdraaien.

Soepel en gestroomlijnd gaat het aanvankelijk niet, maar dat wil niet zeggen dat de Braziliaanse vechtdans voor sporters uit de polder niet valt te leren, zegt Marianne Houben, al jaren een fanatiek beoefenaar. Ze heeft de geel-blauwe band, wat betekent dat ze mag lesgeven.

Houben verklaart de groeiende populariteit uit de combinatie van dansen, vechten en muziek. Dat vergt lenigheid, techniek en een goede conditie en biedt een speels element. Met name dat laatste blijkt aantrekkelijk voor sporters zonder prestatiedwang. Bij capoeira kan niemand winnen en wedstrijden worden niet georganiseerd. Elkaar onderuit halen, is niet de bedoeling. Het gaat, zegt Pipa, om de kunst van het samen spelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden