Samen noodzakelijk

Er is of was de al enkele jaren smeulende woede om het verdwijnen van S. Vestdijk uit wat ik maar het literaire circuit noem....

Die woede is natuurlijk vergeefs, al hoop ik niet dat ze over enkele jaren alleen maar nasmeult. Tegen het wegglijden van een auteur de geschiedenis in is geen verweer mogelijk. De krachten erachter zijn trouwens moeilijk te omschrijven. Maar die stille woede heeft een grotere reikwijdte: de Nederlandse letterkunde zelf, of beter de omgang daarmee. Hier wordt met een bijna verbijsterende snelheid afgeschreven. Schrijvers of boeken uit zelfs het recente verleden bestaan niet, ook niet voor de schrijvers. Wij hebben een literatuur en literaire cultuur zonder wortels. De enige plaats voor figuren uit het literaire verleden is de urnengalerij van de universiteit.

Ik herlas de poëziekritieken van Vestdijk, bijeengebracht in het tweede deel van Muiterij tegen het etmaal. Ik herlas dus ook het vorige week genoemde stuk over P.C. Boutens. Wat mij in alle stukken bijzonder trof, was niet alleen Vestdijks vermogen tot karakteriseren en situeren, maar ook wat ik zou willen noemen het surplus aan ideeën. Vestdijk is een der minst zuinige essayisten. In het stuk over Boutens verraste mij de compleetheid: alles lijkt erin te staan. Die schijn van compleetheid, elke belangrijke studie of groot essay of schitterende kritiek eigen, geeft het stuk iets definitiefs. En dat kan elke poging tot herneming van een onderwerp, een schrijver, een boek, overmoedig en ijdel maken.

Zo werkt dat althans bij mij. Het kan de schijn hebben dat daarmee elke discussie wordt afgesneden. Natuurlijk niet. Laat het stuk van Vestdijk maar functioneren binnen de Boutens-studie, als die bestaat. Maar dat lijkt een ijdele wens. Want de literatuurstudie laat het beste liggen van wat de Nederlandse literatuur aan essayistiek heeft voortgebracht. Ik vind dat een groot gemis, al wil ik de verschillende niveaus waarop essayistiek en literatuurwetenschap zich bewegen, natuurlijk erkennen. Misschien passen de twee niet in elkaar. Maar men kan veel schrijven over Bloems latere poëzie zonder Vestdijks bondige omschrijving 'klacht zonder aanklacht' te overtreffen.

Het essentiële verschil tussen de twee is waarschijnlijk dat het waarheidsgehalte van het essay mede bepaald wordt door de formuleringskracht van de schrijver. Zijn gelijk is ook zijn taal of zijn literatuur; de literatuurwetenschap kan en mag geen literaire pretenties hebben, hoe goed, helder en vaak schitterend sommige studies ook zijn geschreven.

Dat laatste is natuurlijk vrij zeldzaam. Maar dat beste, dat ook altijd vanuit een persoonlijke betrokkenheid (want persoonlijke visie) is geschreven, geeft, als het om de Nederlandse literatuur gaat, de neerlandistiek niet alleen aanzien, maar geeft ook het belang van de studie van de eigen literatuur aan, onweerlegbaar, ook als bijdrage aan de geschiedenis of het inzicht in de eigen cultuur. Er is uit de publicaties van de laatste tien, vijftien jaar een lijstje te maken met indrukwekkende, nu al onvervangbare studies in de neerlandistiek (als ik me tot de literatuur beperk), en dat voor alle perioden van onze literatuur. Het valt niet te ontkennen dat met name de mediëvistiek veel aan het aanzien van de neerlandistiek heeft bijgedragen.

Waar ik me vorige week tegen verzette is de triomf van de kwantiteit van de publicaties, 33 duizend per jaar. Ik meen dat een dergelijke hoeveelheid niet alleen een devaluatie is, maar tenslotte een failliet zal betekenen, zoals de door George Steiner gehekelde Amerikaanse proefschriftfabrieken - met dissertaties over steeds miniemere kleinigheden, die geen geest, hoogstens vlijt verraden - de wetenschap naar beneden halen. Het grote getal moet ook de mogelijkheid tot concurrentie met de exacte en medische vakken bewijzen. En achter die hang tot naijver zit weer de angst niet ernstig te worden genomen, in de politiek en in de maatschappij, die in getallen rekenen. En achter die angst gaat de grote angst schuil voor opheffing, of beter: uitroeiing. Maar alle begrijpen rechtvaardigt toch niet alles.

Als ik stel dat het allergrootste deel van de 33 duizend onbelangrijk en dus overbodig is, verdient dat een nuancering, niet die van een waardeschaal - het een is minder onbelangrijk dan het ander, dat alles geordend tot een soort flora van overbodigheden; Vestdijk was in zulke ordeningen een meester -, maar van een uitbreiding: wat ik voor de neerlandistiek stelde, geldt voor alle wetenschappelijke publicaties, uit alle disciplines dus. De over bodige meerderheid is het noodlot. Maar misschien maken de vele snel vergetenen wel de enkele groten mogelijk, zoals dat in de literatuur zelf ook gaat. Het overbodige als voedingsbodem - dat is mooi, want het is meteen niet meer overbodig. Een slecht gedicht kan een ander tot een beter, misschien wel onsterfelijk gedicht inspireren.

Bij de stichting Collage in Kortenhoef is zojuist een bijzonder mooi uitgevoerd boek verschenen. Het heet Nooit zag ik Awater zo van nabij en dat was ook de titel van het omvangrijke boek waarin Dirk Kroon in 1981 alle tot dan verschenen interpretaties van Nijhoffs gedicht Awater bijeenbracht. In het boek is werk van acht beeldende kunstenaars opgenomen, geïnspireerd door het gedicht of door regels eruit. Het werk is te zien in het kerkje van Kortenhoef, waar de literatuur tot de liturgie behoort. Alle kunstenaars worden ingeleid door de theoloog Henk Abma. De afsluitende vrij omvangrijke tekst is een interpretatie van het gedicht door Theo de Boer.

Het wemelt in het boek van nieuwe inzichten, of varianten op bekende. En het werk van de kunstenaars kan ook nog verrassende inzichten geven: men kan zijn lectuur ook tekenen of schilderen.

De twee boeken met dezelfde titel kunnen samen de ontelbare intepretatiemogelijkheden van Nijhoffs gedicht laten zien. De twee kunnen ook de onmogelijkheid van de ene interpretatie tonen. De verzameling scherven, dat is samen de interpretatie. En zo krijgt de veelheid kracht, blijkt zelfs de noodzaak ervan. Kwantiteit als bewijs van de kwaliteit van het gedicht. Afzonderlijk overbodig, samen noodzakelijk. Dat kan ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden