Sam Rivers

POSTUUM - Een paar maanden voor zijn dood op Tweede Kerstdag belde Sam Rivers een Amerikaanse criticus: 'Ik heb jazz gespeeld met iedereen van T-Bone Walker tot Dizzy Gillespie, en nog nooit een beurs of subsidie gehad. That's all.' Daarna hing hij op. Het zat hem terecht dwars: weinig musici van zijn formaat zijn zo stelselmatig genegeerd of onderschat als de saxofonist, fluitist, pianist en componist die zijn eigen brug bouwde tussen de traditie en de avant-garde, en daarmee meerdere generaties beïnvloedde.


Samuel Carthorne Rivers werd op 25 september 1923 geboren in El Reno, Oklahoma, tijdens een tournee van zijn ouders die in een gospelgroep zaten. Blues en spirituals zijn altijd als een sterke onderstroom aanwezig gebleven in zijn werk, net als de big bands die hij zijn jeugd hoorde, met Duke Ellington voorop.


Na leerjaren en een conservato riumstudie in Boston begon hij in 1959 vrij te improviseren, vaak geïnspireerd door beeldende kunst, samen met de toen 13-jarige drummer Tony Williams. In 1964 haalde Williams zijn toenmalige werkgever Miles Davis over om Rivers, op tenorsax, in zijn kwintet op te nemen, een samenwerking die maar één album opleverde, Live in Tokyo.


Veel belangrijker zijn de platen die hij in de jaren '60 maakte voor Blue Note, toen dat label de grenzen van de jazzconventies verlegde met gematigd experimentele jazz: geen volledige abstractie maar wel meer vrijheid, gebaseerd op nieuwe, flexibelere structuren. Fuchsia Swing Song is de onbetwiste klassieker uit die tijd, met daarop de voor zijn vrouw geschreven ballad Beatrice, die een standard is geworden.


Niemand kende de regels zo goed als Sam Rivers, die de moeilijkste akkoordenschema's in iedere toonsoort kon spelen, en niemand kon ze daarom met meer autoriteit overboord gooien. Dat deed hij in de jaren zeventig in zijn non-commerciële Studio Rivbea in New York, in groepen met bassist Dave Holland, improviserend zonder enig thema, gaandeweg een vorm genererend, en in de formaties van Cecil Taylor en Chick Corea. Het evenwicht tussen individuele expressie en sturing streefde hij ook na in zijn orkestrale oeuvre, voor het eerst vastgelegd op Crystals uit 1974. Hij schreef stukken waarin alle instrumentalisten, bij voorkeur sterke persoonlijkheden, hun eigen lijnen uitzetten en bijeenkwamen in spontaan contrapunt, voortgedreven door overlappende ritmes met een altijd voelbare swing. Een eigentijdse uitbloei van de Afrikaanse wortels van de jazz.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden