Column

Sam is eigenlijk, excusez le mot, nogal een klootzak

Witteman heeft iets gelezen

Ik heb altijd een zwak gehad voor het naturalisme. Mensen zijn nu eenmaal over het algemeen geen helden of verheven dromers (zoals in de romantische literatuur), maar gewone of zelfs (geestes)zieke sukkels, veroordeeld tot het noodlot, in een op zijn best platvloers, maar vaker nog ellendig bestaan.

Gezellig is anders, zult u zeggen, maar er kwamen fijne boeken van, in de late 19de en vroege 20ste eeuw. Zola, Maupassant, Flaubert; in Nederland hadden we Emants, Couperus, Van Deyssel, boeken vol nerveuze dames (Eline Vere), neurotische heren (Een nagelaten bekentenis) of ook wel complete families waar het slecht mee afloopt (het verrukkelijke Boeken der kleine zielen). Call me old fashioned, maar ik lust van dit alles wel pap.

Een van de allerfijnste romans uit die tijd is Pijpelijntjes. Jacob Israël de Haan schetst het leven van twee studenten, Sam en Joop, rond 1900 op kamers in de Amsterdamse pijp. Dat alléén al is heerlijk om te lezen: roddelende hospita's, verjaardagsfeestjes in benauwde kamertjes, verhuizen met behulp van een kruier, het slachten van een kip, alles beschreven met de curieuze neologismen die het naturalisme zo eigen zijn, de 'warmwitte geur' van jenever, 'Een grijze zwijging loomde in de kamer, in de hoeken verstarde het bruinzwart van den avond', dat werk.

Sam en Joop zijn een homostel. Joop, dolverliefd op Sam, heeft vrede met zijn geaardheid, zo ís hij nu eenmaal, een beetje raar ('malle jongensvent' noemt Sam hem), maar wat doe je eraan? Sam, daarentegen, worstelt. De seks gedoogt hij, maar zelf neemt hij nooit het initiatief, bovendien houdt hij er ook een 'meid' op na.

Hij beschouwt zichzelf daarom als 'normaal', wat hij trouwens allerminst is. Sam is eigenlijk, excusez le mot, nogal een klootzak. Hij pijnigt met veel genoegen dieren, en is gemeen tegen mensen, onder wie ook Joop. Soms verdwijnt hij dagen of weken, en hij kiest uiteindelijk voorgoed voor zijn vriendin.

Dit alles was in 1900 wellicht niet geheel ongebruikelijk, maar een en ander ook nog ópschrijven was wat anders. Er kwam dan ook, zoals te verwachten viel, heibel van. De Haan had het (in feite autobiografische) boek opgedragen aan zijn vriend Arnold Aletrino (Sam), die de vriendschap prompt opzegde en bovendien vrijwel de hele eerste druk van het boek opkocht en liet vernietigen.

De Haan, onderwijzer en journalist, werd zowel door de school als de krant ontslagen.

Het interessante aan Pijpelijntjes is dat de schrijver op geen enkele manier een oordeel velt over homoseksualiteit. Dat laat hij over aan de lezer. Wie een eeuw geleden Pijpelijntjes las, zal vooral medelijden met Joop gehad hebben, omdat zijn homoseksualiteit 'ongeneeslijk' bleek. De lezer van nu bekommert zich meer om Sam, die zich zelf voorhoudt dat hij 'normaal' is, zijn gevoelens ontkent en verloochent, met allerlei neurotisch gedrag van dien.

In een eeuw kan verschrikkelijk veel veranderen, dat weten we nou wel. Maar de werkelijke impact van die veranderingen begrijp je pas als je dit soort boeken leest. Als ik door de Pijp fiets, langs die indertijd zo armoedige woninkjes, denk ik altijd even met deernis aan Sam en Joop.