Sam en Joe maken het in Brooklyn

TOEN HIJ in 1988 debuteerde met zijn roman Mysteries of Pittsburgh was Michael Chabon op slag het literaire snoepje van de week....

Een beetje overdreven was het allemaal wel, want Geheimen van Pittsburgh, zoals de Nederlandse titel luidde, was welbeschouwd een tamelijk conventionele roman over het afscheid nemen van de jeugd en 'de eerste zomer van mijn nieuwe leven' van hoofdpersoon Art Bechstein.

Maar het boek hield ook een belofte in: Michael Chabon was immers pas 25. Hij nam dan ook ruim de tijd voor zijn volgende roman, een uiterst ambitieus project. Fountain City heette het: een boek gesitueerd in Florida en Parijs, voorzien van een zeer uiteenlopende cast aan personages (van utopische dromers tot Israëlische geheim agenten), met als rode draad een architect die het ideale honkbvalveld probeert te ontwerpen.

Het geheel liep uit op een daverende mislukking. Twee stukgelopen relaties, zes verhuizingen en duizenden onbruikbare manuscriptpagina's verder, besloot Chabon van arren moede maar aan een geheel nieuwe roman te beginnen. Onderwerp: een schrijver die na een zeer succesvolle roman geheel met zichzelf in de knoop raakt. Dat werd Wonder Boys (1995), een levendige, humoristische en met veel kennis van zaken geschreven persiflage op het Amerikaanse literaire bedrijf. Beslist een aardig boek (vorig jaar verfilmd met Michael Douglas in de hoofdrol), maar toch niet de inlossing van de belofte van zeven jaar eerder. Dat schreef ook Jonathan Yardley, criticus van de Washington Post, in zijn bespreking van de roman. En Chabon deed iets ongebruikelijks: hij vatte deze conclusie op als een aansporing en ging aan de slag.

Het resultaat werd The Amazing Adventures of Kavalier & Clay, onlangs bekroond met de Pulitzer Prize en nu ook in vertaling verkrijgbaar als De wonderlijke avonturen van Kavalier & Clay. Met dit epos bewijst Chabon definitief dat de hooggespannen verwachtingen omtrent zijn talent op hun plaats waren, en trouwens ook dat hij volstrekt niets te maken heeft met de toenmalige bratpackers tot wie hij overhaast werd gerekend.

The Amazing Adventures of Kavalier & Clay vertelt het verhaal van twee neven: de in Praag opgegroeide Josef Kavalier, en de in Brooklyn wonende Sammy Klayman, die zijn naam heeft verengelst tot Sam Clay. Alleen al de gebeurtenissen in het eerste, ruim vijftig pagina's lange deel, zouden voldoende zijn om een lijvige roman mee te vullen. Bij Chabon is het slechts de opmaat tot het eigenlijke verhaal dat hij wil vertellen.

In dat eerste deel wordt uit de doeken gedaan hoe de jonge Josef door zijn leermeester Bernard Kornblum wordt opgeleid tot 'ontsnappingskunstenaar' in de traditie van Houdini. Tot in detail lezen we over spanstiften, sleutelklavieren, minilopers, Rätselsloten, dreadnoughts en andere parafernalia van de ontsnappingskunst, en hoe aankomend boeienkoning 'Josef K' (we schrijven tenslotte Praag) groeit in zijn vak. Het is 1935 en Josef lijkt een veelbelovende toekomst te hebben.

Drie jaar later loopt Hitler Tsjechoslowakije onder de voet en wordt snel duidelijk dat voor de joodse inwoners van het land helemaal geen sprake zal zijn van zoiets als een toekomst. Voor de meesten is ontsnappen inmiddels zo goed als onmogelijk geworden. Niet voor Josef. In samenspraak met een groepje vertrouwelingen wordt een plan beraamd om hem het land uit te smokkelen, en hem niet alleen. Ook de legendarische golem, de ooit door rabbi Löw in de zestiende eeuw uit het klei van de Moldau vervaardigde kunstmens en beschermer der joden, moet het land worden uitgevoerd. Gezien de geweldige omvang van de golem is dat geen sinecure, maar na de nodige verwikkelingen en één mislukte poging, lukt het Josef om samen met de golem in een gigantische kist de grens met Litouwen over te trekken, waar de kunstmens voorlopig achterblijft. Josef reist verder. Met de Transsiberië Express, via Tokio en San Francisco belandt hij uiteindelijk in Brooklyn, waar hij wordt opgevangen door de familie Klayman.

Eenmaal in de Verenigde Staten aangekomen, is het Josefs hoogste doel zo snel mogelijk voldoende kapitaal bijeen te brengen om de Praagse autoriteiten te kunnen omkopen en zijn moeder en zijn jongere broer Thomas te kunnen laten overkomen. Die ambitie blijkt prima aan te sluiten bij de grote plannen van zijn neef Sam, die tekstschrijver is voor een handelaar is feestartikelen. De handelaar adverteert in stripbladen, maar de twee neven weten hem ertoe over te halen zijn eigen stripblad op de markt te brengen en zo advertentiekosten uit te sparen. Voor de invulling zorgen zij wel. Joe - zoals hij zich voortaan noemt - blijkt immers prima te kunnen tekenen en Sam heeft een uitstekend gevoel voor wat de Amerikaanse markt verlangt. De comic is bezig tot wasdom te komen en in het kielzog van Superman en Batman verschijnen overal zogeheten superhelden, elk met hun eigen supereigenschappen en bijbehorende superkledij.

Joe en Sam bedenken de Escapist, een held die zelfs uit de meest uitzichtloze positie weet te ontsnappen en vervolgens zijn tegenstander met nobele spierkracht te lijf gaat. De grote vijand die de Escapist in al zijn avonturen tegenkomt heet Atilla Haxoff - of gewoon Adolf Hitler - aanvoerder van de Razi-keurtroepen uit Zothenië, Gothsylvanië, Draconië 'en andere pseudonieme duistere bastions van het IJzeren Kruis'. Hoewel de handelaar in feestartikelen als de dood is voor rechtszaken en andere moeilijkheden, gaat hij met Kavalier & Clay in zee. De Escapist wordt een enorm succes en een grote reeks andere Kavalier & Clay-superhelden volgt.

Chabon vertelt zijn verhaal in een hoog tempo en met een rijkdom aan details. Zijn kennis van zaken, of het nu het straatleven van Manhattan, de politieke situatie of de Amerikaanse uitgeverswereld betreft, is fenomenaal. Zijn verbeeldingskracht is onstuitbaar. Zo onstuitbaar dat je als lezer soms in acute ademnood dreigt te raken. Elk nieuw personage, elke nieuwe stripheld, elke nieuw verwikkeling gaat namelijk gepaard met het opentrekken van een nieuw register, een nieuwe la met feiten en anekdotes, een nieuwe doos van Pandora. Alle bewondering voor Chabons verbeeldingskracht ten spijt, voel je soms de roep opwellen om een sterke arm, bij voorkeur met een rood potlood aan het uiteinde. Met een wat strengere redactie had deze roman nog aan kracht kunnen winnen.

Als Kavalier en Clay de striphemel succesvol hebben bestormd en het geld - ondanks het schandelijke wurgcontract dat hun is opgedrongen - begint binnen te stromen, is de roman pas goed op dreef gekomen. Er ligt nog een overweldigende hoeveelheid gebeurtenissen in het verschiet, die de lezer tot in Antarctica zullen voeren. Want geloof het of niet: zelfs daar is tijdens de Tweede Wereldoorlog in bescheiden mate strijd geleverd. Tenminste, dat schrijft Chabon, en hij geeft je het gevoel een sukkel te zijn wanneer je aan zijn woorden twijfelt.

Dit is een typische plot driven-roman. Als we iets van Joe en Sam te weten komen, geschiedt dat via de gebeurtenissen waartoe ze de aanzet geven, of waardoor ze worden meegesleurd. Chabon houdt zijn personages op een afstand. Welbeschouwd kennen we ze zelfs na vijfhonderd pagina's nog steeds slechts oppervlakkig. Daarmee is het voornaamste manco van de roman genoemd. Kavalier en Clay zijn meer personificaties dan personen. Een voorbeeld: als Sam ontdekt dat hij homo is, maar besluit daar niet aan toe te geven omdat het te veel maatschappelijke complicaties oplevert, trouwt hij gewoon met de zwangere vriendin van de op dat moment verdwenen Joe en voedt hij met haar het kind op. Over de hemeltergende verscheurdheid die dat zowel bij Sam als de vriendin teweeg moet brengen, lezen we nagenoeg niets.

Chabon is een verteller, geen psycholoog. Misschien geldt voor hem wat ook van John Dos Passos werd gezegd: 'He loves man, not men.' Het gaat in The Amazing Adventures of Kavalier & Clay om vooral de wonderlijke avonturen, en veel minder om de twee neven die ze beleven. In dat opzicht leest de roman als een stripboek. Een heel dik en goed stripboek, waarin je de plaatjes geen moment mist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden