Salim werd gemarteld in Syrië. Nu wil hij geld zien, van Qatar, via Nederland

Syrische vluchteling Salim: 'Drie uur lang klopten we op de gesloten deur. We willen met jullie leider spreken, zei ik. Maar er gebeurde niks.' Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

‘Degenen die terreur ondersteunen, moeten het ook maar eens voelen’

Namens slachtoffers van de Syrische strijdgroep Al Nusra eist een groep internationale juristen schadevergoeding van de oliestaat Qatar, die de groepering zou helpen financieren. 'Ik werd geslagen met elektriciteitskabels.'

‘We werden in een kamer gezet. Samen met vier andere gevangenen. Ik vroeg: waar zijn we? Welke partij doet dit? Het Vrije Syrische Leger, of anderen? Niemand zei iets. Drie uur lang klopten we op de gesloten deur. We willen met jullie leider spreken, zei ik. Maar er gebeurde niks. Geleidelijk begon het me te dagen: we waren echt ontvoerd’, zegt Salim (54). 

‘Na drie dagen hoorde ik islamitische gebeden, toen wist ik dat we gevangen waren genomen door een islamitische groepering. Na acht dagen concludeerde ik dat we het slachtoffer waren geworden van terreurgroep Al Nusra en dat de plek waar we werden vastgehouden ook dienst deed als islamitische rechtbank.’

Eind 2012 werd Salim samen met zijn zwager meegenomen door vreemden terwijl hij zijn ingenieursbedrijf aan het leegruimen was. ‘Ons kantoor, waar ik één van de acht partners was, stond in gevaarlijk gebied. We wilden verhuizen.’

Brief naar Qatar

Maandag stuurde een internationaal advocatenteam namens Salim en andere, in Nederland wonende, slachtoffers van Al Nusra een brief naar Qatar. Ze eisen genoegdoening. Want, stellen ze, wat ons is overkomen, kon gebeuren omdat de rijke oliestaat terreur financiert. Misschien niet officieel, maar, stellen zijn advocaten, er is genoeg bewijs dat de Qatarese overheid weet heeft van geldstromen naar Al Nusra.

‘Degenen die terreur ondersteunen, moeten het ook maar eens voelen’, zegt Salim. Achttien nachten werd hij vastgehouden. Lange tijd wist hij niet wat zijn ontvoerders van hem wilden. ‘Ik werd ondervraagd in mijn boxershort, mijn handen waren op mijn rug gebonden. Tijdens de ondervraging werd ik geslagen met elektriciteitskabels.

‘Ze stelden allemaal vragen, en namen mijn identiteitspapieren af. Wat was onze positie? Hoe dachten we over de oppositie? Ik dacht eerst dat ze me wilden testen en ik gaf toe dat ik voor de oppositie was. Later bleek dat het ze ging om mijn geloof. Ik ben een Druze, en dat betekent dat ik in de ogen van extremistische moslims een zondaar ben.

‘Het ergste was de keer dat ik werd meegenomen, samen met twee andere gevangenen. We moesten in een auto stappen. Na een rit van 10 minuten moesten we weer uitstappen. We waren in een soort tuin. De leider haalde mijn blinddoek weg. Ik zag dat de kuilen al waren gegraven. Ik moest toekijken hoe drie strijders met kalasjnikovs de twee andere gevangenen doodschoten. Vervolgens moest ik op de lijken gaan staan. Eén strijder zette een kalasjnikov op mijn hoofd. Hij zei: jouw familie moet 150 miljoen Syrische pond (ruim 1,5 miljoen euro, red.) betalen, anders ga je dood. Ik antwoordde: we hebben dat geld niet. En de strijder schoot, de kogels vlogen rakelings langs mijn hoofd. Ik dacht dat ik doodging.

Ontsnappen

‘Vanaf toen wist ik waar ze het om te doen was: ze wilden geld. Zoveel geld – dat hadden we helemaal niet. De dagen erna onderhandelden ze met mijn familie. Ik hoorde hoe ze mijn vrouw onder druk zetten aan de telefoon: als ze niet zou betalen, zouden ze me in stukken snijden. Maar mijn zwager en ik wisten ook dat het niet uitmaakte of onze familie zou betalen. Ze zouden ons hoe dan ook executeren. Onze enige mogelijkheid was proberen te ontsnappen.

‘De achttiende nacht hadden we geluk: we waren de enige gevangenen die waren overgebleven in de cel. De anderen waren verdwenen. Dood of vrijgelaten – dat weet ik niet.

‘Je moet je voorstellen: we zaten vast in een soort huis, het was geen echte gevangenis. De bewakers hadden de deur naar de aanpalende wasruimte vergeten af te sluiten. In het plafond van die ruimte zat een gat voor de ventilatiekoker, groot genoeg om doorheen te kruipen. We klommen omhoog, via het dak wisten we weg te komen. De bewakers sliepen nog, en omdat het regende en onweerde hoorde niemand ons.

‘Na mijn ontsnapping moest ik uit het gebied vertrekken. Sinds 2015 woon ik in Nederland. Via een vriend ben ik in contact met Liesbeth Zegveld gekomen.

‘Wat ik verwacht van de procedure? Qatar zegt wel dat het een goed land is, en dat het terrorisme niet ondersteunt. Maar uit bewijs van mijn advocaten blijkt het tegendeel. Ook de financiers uit Qatar moeten weten dat het recht zal zegevieren.’

De naam van Salim is gefingeerd omdat hij nog familie heeft in gebied waar Al  Nusra actief is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.