Saai? Akkoord, maar dat ligt niet aan haar

Marianne Vos kan het niet helpen dat zij de sterkste veldrijdster is en dat het WK in Koksijde, na een voor haar doen aarzelende start, een eentonige wedstrijd wordt.

Eerste ronde

Een schicht is vertrokken in de West-Vlaamse kou. Steeds vaker stijgen er pluimpjes adem op uit de mond van Marianne Vos. Steeds sneller klopt haar hart, tot wel 180 slagen. Toen ze 's ochtends het parcours verkende, stokte de teller nog bij 150. Maar nu is het anders. Nu is ze bezig het WK veldrijden naar haar hand te zetten.

Er is geen houden aan na haar aanval. Nog geen halve ronde duurt het, of het WK is al beslist. Van de 38 vrouwen hebben de meesten na de eerste bocht weinig meer van haar vernomen. 'Goed je terug te zien', onthaalt een tv-presentator haar aan de finish.

Het is een demarrage die iedereen voelde aankomen. Tegelijk sticht Vos er verwarring mee. Want haar start is voor haar doen ronduit belabberd geweest. Als de rest allang is vertrokken, staat zij aan de grond genageld. En op het moment dat Daphny van den Brand een van de talloze zandvlakten aangrijpt om tempo te maken, lijkt Vos zelfs naar adem te happen.

Het blijkt een schijnbeweging. Koude spieren en te vroeg te veel willen. Dat is geen gelukkige combinatie. Waar Van den Brand stilvalt, vindt Vos haar benen terug. De benen waarmee ze dit seizoen al vijftien wedstrijden op rij onklopbaar is.

Van den Brand had het kunnen weten. 's Ochtends is de paniek groot als er wat mis lijkt te zijn met haar fiets. Rond de camper van Vos heerst juist een serene rust. Moeder Vos steekt een sjekkie op en vraagt of haar dochter misschien een trekje wil. Die kan er wel om lachen.

Tweede ronde

Een goed uur later is ze uit het zicht van de anderen verdwenen. Vos heeft zichzelf met een (verlate) bliksem-start gelanceerd, precies zoals haar carrière van start ging. 24 is ze pas en nu al op weg naar haar achtste wereldtitel bij de senioren. Leontien van Moorsel deed er zeven jaar langer over.

Als Vos omhoog kijkt naar het tv-scherm, kan ze de concurrentie zien die op het tandvlees bijt. Het is niet wat ze wil bereiken. Anderen hoeven geen pijn te lijden, omdat zij zo hard kan fietsen. Maar wie de beste wil zijn, mag geen mededogen hebben.

Vos wil controle over zichzelf en over de koers krijgen en dat kan alleen door zo veel mogelijk afstand te nemen. Vandaag slaagt ze met vlag en wimpel in haar missie. Per ronde groeit haar voorsprong op nummer twee Van den Brand met minstens tien seconden.

Derde ronde

Als de Belgische tv na afloop een samenvatting vertoont met alles wat vandaag is misgegaan, wendt Vos haar hoofd af. Ze hoeft niet te zien wat ze fout heeft gedaan. Dat weet ze allang.

Stierlijk baalt ze van alle misstappen en schuivers die ze maakt. Een keer tuimelt ze in het mulle zand van haar fiets. Boven op een heuvel moet ze voet aan de grond zetten en de hekken rondom het parcours zijn soms nodig om zichzelf weer even op gang te slepen.

Kampioen worden is hard werken. Ten onrechte wordt vaak gedacht dat het Vos is komen aanwaaien. Een natuurtalent is ze volgens haar ploegleider Jeroen Blijlevens niet. Haar zo noemen zou afbreuk doen aan de arbeid die ze in haar sport stopt.

Vandaag zal ze de afwezige Hanka Kupfernagel als de succesvolste veldrijdster aller tijden aflossen, dat wel. Met speels gemak zelfs. Maar Vos is niet vergeten welk verleden er achter haar ligt.

Het ene WK is het andere niet. Bij haar eerste deelname, in Zeddam in 2006, hing ze aan het elastiek bij Kupfernagel. In Hoogerheide was drie jaar geleden ook geen sprake van overmacht. Bovendien blijft er die onvervulde wens om weer de beste te worden op de weg, na vijf zilveren WK-medailles op rij. Niet alles wat ze aanraakt, verandert automatisch in goud. Ze is zich er goed van bewust.

'Hoe ouder je wordt, hoe zwaarder het is om kampioen te blijven worden', zegt Vos. Op de training is ze steeds strenger voor zichzelf. Het zetten van stappen vooruit kost steeds meer moeite voor iemand die al zo lang aan zichzelf schaaft. Het moet later dit jaar resulteren in haar eerste olympische titel op de weg.

Vierde ronde

Een wereldkampioen denkt liever nergens aan. Zoiets leidt alleen maar af. Wie zich te vroeg al rijk rekent, verliest zijn scherpte.

Vandaag kijkt Vos daarom niet te ver vooruit. Het moet in haar hoofd vooral overzichtelijk blijven. Ze hoeft allang voor niemand meer te vrezen, maar dat maakt haar nog geen wereldkampioen. 'Geen gekke dingen doen' is wat ze tegen zichzelf blijft zeggen. Kampioen worden is wat deze zondag telt, maar een WK is voor haar in tientallen doelstellinkjes opgedeeld.

Steeds streept ze er eentje weg. Komt ze de bocht goed door, dan verlegt ze haar gedachten naar de heuvel die daarop volgt.

Zelfs haar ademhaling maakt deel uit van een tactisch plan. Op de lange, rechte stukken probeert Vos de kille lucht drie keer op te zuigen. Dan heeft ze precies genoeg longinhoud over op de fysiek zware korte draai- en klimstukken, waar ademhalen het zwaarst is.

Pas als ze de finish tot een meter of vijftien is genaderd, staat ze zichzelf toe haar armen in de lucht te gooien en te juichen. Eerder beslist niet. Dat zou de goden verzoeken zijn.

Vijfde ronde

Saai noemt iemand het, om te moeten kijken naar een WK dat na een paar keer knipperen met de ogen is beslist. Bondscoach Johan Lammerts denkt er anders over. Voor hem telt het professionalisme waarmee Vos haar sport bedrijft. Als ze daarmee de rest overklast, is dat dik verdiend. Kun je het Pete Sampras verwijten dat hij zoveel aces sloeg, omdat hij zo in zichzelf investeerde?, werpt hij op.

Dertig minuten schijnt het te duren voordat een orkest het beroemdste werk van Beethoven in zijn geheel heeft uitgevoerd. De beste veldrijdster heeft elf minuten langer nodig voor haar eigen symfonie die ze eveneens in vijf delen opvoert. Haar vijfde wereldtitel is de Vijfde van Vos.

België heerst bij profs, Nederland bij de jeugd

Niels Albert groeide zondag in Koksijde uit tot de grote held op een Belgisch volksfeest. Voor ruim 60.000 uitzinnige fans veroverde hij voor de tweede keer in zijn loopbaan de wereldtitel bij de profs. Opvallend was de enorme overmacht van de Belgische renners, die de plaatsen 1 tot en met 7 veroverden. De Nederlandse veldrijders figureerden in de belangrijkste wedstrijd van het jaar.

Wel was er zaterdag succes voor junior Mathieu van der Poel en Lars van der Haar bij de beloften. Van der Haar prolongeerde zijn wereldtitel door de Belg Wietse Bosmans en de Nederlander Michiel van der Heijden achter zich te houden. Hij veroverde eerder dit seizoen ook al de Europese- en de nationale titel en pakte de eindzege in het wereldbekerklassement voor renners tot 23 jaar.

Met zijn wereldtitel bij de junioren (renners tot 18 jaar) trad Mathieu van der Poel in de voetsporen van zijn vader Adrie, die in 1996 het goud bij de profs veroverde. Voor Van der Poel junior was het ook bijzonder om net als zijn vader de regenboogtrui om de schouders te krijgen. 'Al heeft hij er heel wat langer op moeten wachten dan ik.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden