Saadi, de zoon van Kadhafi, wilde altijd op `10' spelen

Ruimte op links in de Volkskrant van dinsdag 22 februari

Is het voetbal van een land een afspiegeling van een politiek, sociaal, economisch of cultureel systeem? Misschien niet altijd, maar vaak wel. In Nederland heeft de creativiteit van het spel volgens velen te maken met vrijheid, de handige omgang met ruimte, vrijpostigheid en kunstenaars.


In België woedt ook bij de Rode Duivels de taalstrijd en in Nigeria kijkt de bondscoach of verschillende stammen zijn vertegenwoordigd. Italiaanse voetballers gaan het best gekleed. Maar Libië dan, het Noord-Afrikaanse land dat in brand staat en waar dictator Moammar Kadhafi met scherp laat schieten op de naar vrijheid smachtende bevolking?
Eerst een aanloopje. Een van de meest bizarre ontdekkingen in mijn journalistieke leven dateert uit 1991, toen we met een groep verslaggevers drie dagen sliepen in tentjes in de Sahara, onderweg van Parijs naar Kaapstad, in een monstrueuze rally. Een paar honderd meter van de plek in de Libische woestijn waar wij stukjes tikten, in de schaduw van een propellervliegtuig, was een groene oase.
Waarom liep daar niemand? De ontdekking na een wandelingetje door het rulle zand was verbijsterend. Alle gevechtsvliegtuigen op ware schaal bleken van plastic. Stel dat de Amerikanen bommen zouden gooien, dan gooiden ze rommel plat.


Fascinerend, raar land. Overal was bewaking. We finishten op een dag in de kustplaats Sirte bewust bij een megalomaan irrigatieproject waar overal foto’s hingen van de Leider, de dictator die al sinds 1969 aan de macht was.
Ook hier regeerde tevens de macht van de bal. Al-Saadi Kadhafi, een van de zoons van Moammar, voetbalde in de nationale ploeg en sloeg zijn vleugels uit. Hij stak oliegeld in Juventus, speelde even in de Serie A voor Perugia en haalde de strijd om de Italiaanse Super Cup naar Tripoli.


‘Hij was bezeten van voetbal’, aldus Piet Hamberg, eens trainer van topclub Al-Ahli, waarvan Saadi voorzitter en spelmaker was. Aan de telefoon praat Hamberg over Saadi, zoals hij werd genoemd. ‘Hij wilde altijd op 10 spelen’. Hamberg en zijn gevolg logeerden in 1999 in een vijfsterrenhotel zonder andere gasten, want het Westen boycotte Libië. ‘Zaten we met zijn drieën te eten.’
Saadi liet de aan lager wal geraakte sprinter Ben Johnson invliegen als persoonlijke trainer en Bilardo als bondscoach. Als hij zich verveelde, ontbood hij zijn werknemers om in zijn woning op het strand eindeloos te praten over voetbal. Of Hamberg de kolonel zelf heeft ontmoet? Nee. Eenmaal kwam senior eten in het luxueuze hotel. Bewakers met herdershonden struinden de daken af. Iedereen moest op zijn kamer blijven.


Het zijn bizarre trekjes van achtervolgingswaanzin. Ja, Hamberg had gehoord van die ene gebeurtenis in 1996, toen supporters van Al-Ittihad in woede ontstaken over een beslissing van de scheidsrechter, anti-Kadhafi-leuzen schreeuwden en het veld bestormden. De lijfwachten van Saadi openden het vuur, met ergens tussen de 8 (officieel) en 50¿(officieus) doden tot gevolg.
Hamberg: ‘Je voelde je nooit echt vrij.’ En dan was hij maar een ingehuurde trainer, die kon gaan wanneer hij wilde.


Willem Vissers

twitter: @vkwillemvissers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden