Column

's Nachts lig ik te tobben: hoe moet het straks?

Soms tob ik over de bezittingen die ik achterlaat: losse, domme, dode dingen.

Hoe moet dat met mijn moeders meubels? Moet ik ze - nu al, nu al?! - verdelen? Beeld anp

'O, als ik dood zal, dood zal zijn', dichtte J.H. Leopold. Toen ik nog geregeld poëzie las, stond dit vers bovenaan mijn toptien. Vooral vanwege de regels die volgden: 'Kom dan en fluister, fluister iets liefs'.

Ik was dan degene die iets liefs zou fluisteren. Met bevende stem en trillende wimpers waarin tranen glinsterden. En met lange lokken die, terwijl ik me troostend vooroverboog, het voor eeuwig slapende gezicht van mijn geliefde streelden.

Als vanzelf moet ik denken aan een oneliner uit een van die moppen over Moos en Saar als (v) echtpaar door de eeuwen heen. Zegt Saar (vaak nog net iets opportunistischer dan Moos): 'Als een van ons tweeën komt te overlijden, ga ik weer in Zandvoort wonen.'

Ooit woonde ik in Zandvoort in een huis met een tuintje. Bij de herinnering word ik weer 'wit van schrik'! (P.N. van Eyck: De tuinman en de dood).Terwijl ik boven mijn macht 'loot na loot' trachtte te snoeien, viel ik bijna van een kantelende ladder. Hierbij werd ik vanachter de heg gadegeslagen door een mij onbekende engerd met een brede grijns. Zou ik de kustplaats zijn ontvlucht om in Amsterdam mijn Ispahaan te vinden?

Inmiddels spoken bovengenoemde dichtregels van Leopold meer dan eens door mijn hoofd. Maar nu ben ik zelf degene die hoopt dat iemand iets liefs zal zeggen aan mijn laatste sponde. Of zal dóén, zoals Jules de Corte schreef in zijn prachtliedje: 'Als je overmorgen oud bent / Zo oud dat je oren tuiten / Wie zal je neus dan snuiten / En wie helpt je op te staan? / En wie zal je ogen sluiten / Als ze niet vanzelf dichtgaan?'

's Nachts lig ik nog al eens wakker; 'Denkend aan de dood kan ik niet slapen / En niet slapend denk ik aan de dood.' (J.C. Bloem) En aan mijn testament. Dan tob ik over de bezittingen die ik achterlaat: dan geen bezittingen meer, maar losse, domme, dode dingen.

Hoe moet dat straks? Dit zinnetje doemt meerdere malen op. Hoe moet dat met mijn moeders meubels? Moet ik ze - nu al, nu al?! - verdelen, om na mijn heengaan onenigheid tussen mijn zonen en schoondochters te voorkomen?

'De pleuris breekt toch wel uit!', hoor ik geregeld om me heen. En ook dat je als stervende in spe juist geen codicil met roerende goederen en lijfsieraden moet maken, want dat de belasting zich er dan 'mee gaat bemoeien'. Hierover gesproken, successierecht heet tegenwoordig erfbelasting. En om die te ontduiken ten bate van je kinderen kun je beter je kleinkinderen wat 'centjes' nalaten. Maar hoe moet dat met al die boeken, brieven, documenten, om maar te zwijgen van alle overdaad aan kleren en opschik, brillen, gehoorapparaten, futiele snuisterijen? Bij de gedachte word ik overweldigd door diep zelfmedelijden.

Maar mededogen met mijn nazaten neemt de overhand: zielig dat zij zich een weg moeten banen tussen al die rompslomp. Moet ik er niet zelf -nu al, nu al! - rigoureus de beuk in zetten? Hoe ben ik alles vóór? 'Als ik er niet meer ben' (Robert Long)

En nu óp naar de bioscoop. Lekker kijken hoe Leonardo DiCaprio bijna wordt opgepeuzeld door een beer. Eerst nog maar even blijven leven.


Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden