's Mans liefste is zijn ergste vijand

Het was de schuld van Eva dat de mens uit het paradijs werd verdreven. Sindsdien heeft de angst van de man voor de vrouw er altijd diep ingezeten....

Na Adam vielen nog heel wat wijze en machtige mannen aan vrouwelijke verleidingskunsten ten prooi. Schaamte, schande of erger werd hun lot.

Koning Salomo liet zich door zijn heidense vriendinnen verleiden tot afgoderij, koning David beging een moord om Bathseba tot vrouw te kunnen nemen, Lot bezweek voor zijn dochters.

De dweepzieke Salomé maakte zelfs twee slachtoffers. Zij kreeg het hoofd van Johannes de Doper door haar stiefvader te verleiden.

Niet alleen de joods-christelijke moraal is doordrenkt van angst voor de macht die vrouwen over mannen hebben. Ook in de oudheid is daarvan sprake. In de klassieke mythologie zijn soms de sterkste mannen lachwekkende slachtoffers. De godenzoon Herakles werd de slaaf van de Lydische koningin Omphale, de filosoof Aristoteles kroop in het stof voor de onnozele Phyllis, de tovenaar Virgilius liep in de val van een Romeinse prinses.

Al deze bijbelse en mythologische verhalen lééfden voor de mannen in alle lagen van de bevolking tot diep in de achttiende eeuw. Zelfs de hedendaagse man, die de verhalen niet langer kent, voelt zich bewust of onbewust bedreigd door het beeld van de sterke vrouw. Sinds Freud hebben we daar een arsenaal van psychologische verklaringen voor; de angst zit in de man zelf.

In de middeleeuwen en in de vroegmoderne tijd leerden mannen uit geschriften en door afbeeldingen die hun als spiegel werden voorgehouden, dat ze op hun hoede moesten zijn. In haar proefschrift Hoe bedriechlijk dat die vrouwen zijn (Primavera Pers; fl 74,50) behandelt Yvonne Bleyerveld zulke voorstellingen, die in de kunst en kunstnijverheid vanaf de tweede helft van de veertiende tot in de zeventiende eeuw de listen van vrouwen uit de bijbel en de klassieke oudheid laten zien. Teksten uit deze periode ondersteunden de voorbeeldfunctie van de afbeeldingen, van morele verhandelingen tot puntige volkswijsheden, die vrouwen afschilderden als zowel de liefste en trouwste vriend van de man als zijn ergste vijand.

In de zestiende eeuw raakte het in Duitsland en Frankrijk in zwang om een hele reeks van afschrikwekkende vrouwenlisten in een groot stripverhaal, een 'vrouwenlistenreeks', onder te brengen. In de noordelijke Nederlanden was Lucas van Leyden de eerste die zulke reeksen graveerde, waarin taferelen met de zondeval, Simson en Delila, Salomo's afgodendienst en de deerniswekkende Virgilius werden opgenomen. Zijn voorbeeld is door vele kunstenaars in de zestiende en zeventiende eeuw gevolgd.

Vooral onder de stedelijke elite van de opkomende burgerij moeten deze prenten geliefd zijn geweest. Anders dan in het boerenbedrijf hadden man en vrouw in de stedelijke economie geen gelijkwaardige taak. Passiviteit, ingetogenheid en echtelijke trouw werden de voornaamste deugden van de vrouw. Maar de reeksen met vrouwenlisten hielden ook voor de man een waarschuwing in. In de burgerlijke cultuur draaide het om eer en betrouwbaarheid. Een man die zich aan zijn lusten overgaf, werd beschouwd als een dwaas, op wie je niet kon bouwen. Maar, waarschuwt Bleyerveld, de prenten waren er ook om de kijker te amuseren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden