Rwanda trekt lange neus tegen Frankrijk

Je moet maar durven. Je bent president van een klein Afrikaans ontwikkelingsland en je verbreekt je diplomatieke betrekkingen met een machtige Europese natie....

Paul Kagame, de president van Rwanda, staat bekend als iemand die zijn woorden zorgvuldig weegt, maar zich door niemand het zwijgen laat opleggen. Dat bleek onder meer in april 2004, toen zijn land de genocide van tien jaar eerder herdacht. Tijdens een toespraak in het Amahoro-stadion pakte Kagame flink uit.

Natuurlijk draaide die dag om de herinnering aan de afschuwelijke volkerenmoord, die in een periode van honderd dagen aan zeker een half miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s het leven kostte. En natuurlijk kwam Kagame, de Tutsi-president, daarbij terug op de schuldvraag. De monden van zijn toehoorders vielen open.

Het was misschien ongebruikelijk, zo kondigde Rwanda’s sterke man zelf aan, maar hij wilde van de gelegenheid gebruik maken om nog eens met naam en toenaam een land te noemen dat de genocide mogelijk had gemaakt. Frankrijk dus. De vertegenwoordiger van dat land stapte briesend op van de tribune.

Het was niet de eerste ruzie. Kagame heeft nooit gezwegen over de in zijn ogen destructieve band die het Hutu-bewind van zijn voorganger Juvénal Habyarimana had met het Frankrijk van François Mitterrand. Rwanda hoorde in die tijd tot de ‘francophonie’, de koloniale erfenis van Parijs.

En juist daarmee heeft Kagame radicaal gebroken. De president, die als banneling in Oeganda opgroeide, gaat er prat op geen Frans te spreken, iets wat voor zijn voorgangers wel gold. Nadat hij in 1994 aan de macht was gekomen, is zijn koers veeleer een pro-angelsaksische geworden, met de Verenigde Staten en het Groot-Brittannië als nieuwe, loyale bondgenoten.

De definitieve breuk met Parijs kwam eind vorige week, toen een Franse rechter Kagame medeschuldig verklaarde aan het neerhalen, op 6 april 2004, van een toestel met een Franse bemanning, dat Habyarimana aan boord had. De aanslag vormde het startsein tot de volkerenmoord, die het Hutu-bewind echter al maanden had voorbereid.

De waarheid zal wel nooit achterhaald worden. Het even cynische als intrigerende argument, dat de toenmalige Tutsi-rebellenleider Kagame zelf de genocide in gang zette om zijn overwinning te bespoedigen, zal waarschijnlijk altijd dat blijven: een argument, geen bewijs.

Rwanda heeft zich in de jaren na de Afrikaanse holocaust deels aan de eigen haren uit het moeras getrokken. Ruim twaalf jaar na de genocide is het een autoritair bestuurd land geworden, waar de inwoners zich hebben bekeerd tot het mogelijk maken van een spectaculaire economische groei, die wel degelijk duurzaam lijkt te zijn.

Dat laatste draagt bij aan het zelfbewustzijn van het huidige Tutsi-bewind en het zelfvertrouwen van leiders aan wie een gezonde dosis arrogantie toch al niet vreemd is. Ook in Afrika doet het kleine land van zich spreken, met onder meer de directeur van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en het plaatsvervangend hoofd van de Veiligheidsraad van de Afrikaanse Unie.

Een trots Afrikaans land, dat er ogenschijnlijk geen moeite mee heeft de diplomatieke banden met een vooraanstaand westers land te verbreken. Het is een gebaar dat binnen het continent bepaald niet onopgemerkt blijft en dat, wie weet, op termijn zelfs navolging zal vinden.

Op de eerste plaats weet Rwanda zich natuurlijk gesterkt door de steun van de VS en Groot-Brittannië, twee landen die zelf ook graag een lange neus tegen het post-koloniale Frankrijk trekken. In dat opzicht is Rwanda nog steeds stevig in het westers kamp verankerd. Maar daarbij hoeft het niet te blijven.

Zoals andere Afrikaanse landen, kent Rwanda de potentie van een nieuw soort beweging van niet-gebonden landen. In Afrika geldt daarbij vooral Zuid-Afrika, Rwanda’s goede vriend, als een powerhouse. Nieuwe vriendschapsbanden worden gesmeed met landen als Brazilië, India en China. En als het moet ook met ‘lastpakken’ als Venezuela en Iran.

Het is een verschuiving waarvan men zich in Parijs, maar ook in Washington en Londen, wel degelijk bewust is. Elk niet-Afrikaans land wil in het continent eigenlijk maar één ding: grondstoffen. Maar de saus van democratie, mensenrechten en goed bestuur die het Westen over dit verlangen giet, wordt in Afrika steeds minder appetijtelijk gevonden.

Ook in die context dient de ruzie tussen Kigali en Parijs te worden gezien. Paul Kagame heeft niet alleen iets gedaan wat hijzelf al veel langer wenste, maar ook een gebaar gemaakt dat andere Afrikaanse landen als zeer bemoedigend opvatten.

Kees Broere

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden