Rwanda, herrezen maar vreugdeloos

Precies twintig jaar geleden was Rwanda het toneel van de 'snelste volkerenmoord uit de geschiedenis', die van de Hutu's op de Tutsi's. Het land wist zich weer op te richten.

Denk aan de olympische vlam. Die gaat tegenwoordig zelfs de ruimte in. Omdat het kan, omdat men de wereld wil laten zien waartoe trots, menselijk vernuft en levenskracht in staat zijn. In Rwanda is, voorafgaand aan de herdenking van de genocide van 1994, een Vlam van Rouw door het land gegaan. Natuurlijk: dat is gepast. De 'snelste volkerenmoord uit de menselijke geschiedenis' dient herdacht te worden. Maar tussen 'vlam' en 'rouw' zit ook een tegenstelling die het kleine Afrikaanse land bijzonder kenmerkt.


De wereld was druk met andere zaken, en Afrika maakte zich op voor de viering van - eindelijk dan - de bevrijding van Zuid-Afrika, toen in de vooravond van 6 april 1994 in de Rwandese hoofdstad Kigali een presidentieel vliegtuig neerstortte. De ochtend erna kwam de zon op, en ging het land bijna ten onder in een nationale orgie van geweld, dat even gruwelijk als nauwgezet georganiseerd bleek.


In zo'n honderd dagen kwamen volgens onderzoekers een half miljoen mensen en volgens Rwandese geschiedschrijvers bijna een miljoen mensen om het leven. Het waren bijna allemaal Tutsi's, leden van de bevolkingsgroep die maar zo'n 15 procent van de bevolking vormde. Zij werden -het woord is helaas volledig gepast - afgeslacht door Hutu's met wie zij tot die tijd ongemakkelijk hadden samengeleefd.


Sommigen noemen de slachtoffers van de genocide 'Tutsi's en gematigde Hutu's'. Maar de officiële lijn in het land is dat het ging om een volkerenmoord op Tutsi's, waarbij ook Hutu's om het leven kwamen die 'per vergissing' voor Tutsi's werden aangezien, of die hun eigen dood over zich afriepen omdat zij hun Tutsi-broeders en -zusters wilden beschermen.


Wie deze versie wenst te betwisten, of wie ook aandacht wil voor de circa 30 duizend Hutu's die de dood vonden toen het gewapende Tutsi-verzet onder leiding van Paul Kagame erin slaagde het Hutu-bewind van Habyarimana omver te werpen en de genocide op Tutsi's ten einde te brengen, die kan in Rwanda tot op de dag van vandaag ervan beschuldigd worden een 'negatieve ideologie' aan te hangen. Voor vrijdenkers, werkelijk oppositionele politici en onafhankelijke journalisten is in het land geen plaats.


Maar daar staat veel, heel veel tegenover. Rwanda heeft zich de afgelopen twintig jaar in een bijna onvoorstelbaar tempo, en voor een groot deel aan de eigen haren, uit het moeras omhoog getrokken. De successen heten soms 'bijna on-Afrikaans' te zijn: het vrijwel uitroeien van corruptie, het verbeteren van de levensstandaard voor álle burgers, de garantie van fysieke veiligheid (behalve voor vrijdenkers), en een al jaren gestage, forse economische groei.


Die resultaten zijn de successen van zo'n tien miljoen Hutu's en Tutsi's die weten dat zij op het eigenlijk te kleine oppervlak van hun land tot samenleven en -werken zijn veroordeeld. Maar het zijn ook de successen die door één man niet alleen mogelijk zijn gemaakt, maar bijna zijn afgedwongen: Paul Kagame.


De man die staat voor de triomfen van een land dat vrijwel letterlijk uit de as is herrezen, zei onlangs in een interview met dagblad Trouw: 'Ik ben niet populair.' Het klopt. Sterker nog: Kagame zou zich waarschijnlijk niet effectief weten als hij wel populair zou zijn. In hem komt de tegenstelling binnen het huidige Rwanda op een krachtige manier samen: nog nooit ging het zo goed als nu ('de vlam'), maar echt gelukkig is niemand ('de rouw').


Een portret van Paul Kagame is als een portret van zijn land. Hij heeft het uiterlijk van een iele, te magere man, maar de energie van een cheeta. Hij is voorkomend, even intelligent als beschaafd, maar schrikt er niet voor terug om in zijn onvermoeibaar streven naar een sterk en soeverein Rwanda ook te (laten) moorden. Als president past hij nog altijd de lessen toe die hem - de briljante student - tijdens een Amerikaanse militaire opleiding zijn geleerd.


Wie meent dat 'moorden' een te sterke term is, hoeft slechts te kijken naar de daden van Rwanda in de afgelopen bijna twintig jaar in het buurland Congo. Of naar de gewelddadige dood, begin dit jaar, van de in Zuid-Afrika in ballingschap levende dissident Patrick Karegeya.


'Nooit meer', zeiden de leiders van de nieuwe staat Israël na de holocaust. Kagame zegt het hen na. En net als die leiders is hij bereid om voor zijn land tot het bittere uiterste te gaan.


Zoals de president is, zo is zijn land. Moedig, maar vreugdeloos. Energiek, maar nog nauwelijks bereid tot zelfrelativering. Elke dag weer groeiend en successen boekend, maar nog niet in staat daarvan onbezorgd te genieten.


Wie een visum voor Rwanda krijgt, wordt tegenwoordig niet meer welkom geheten in het klassieke 'Land van de Duizend Heuvels', maar in het 'Land van de Duizend Glimlachen'. Maar de echo van de lach klinkt soms hol en haast angstwekkend. Alsof wel het leven, maar nog niet de levenskracht, de vitaliteit is hervonden.


Alsof de sterke vlam die is ontstoken, een vlam van rouw is.


De komende week zal Rwanda opnieuw stilstaan bij het verleden dat het nog maar nauwelijks een generatie geleden achter zich heeft gelaten. Het zal de wereld opnieuw te kijk zetten als die internationale gemeenschap die in 1994 niet in actie kwam, die daarna om het hardst 'nooit meer' riep, en die vervolgens elders - zoals in Darfur en de Centraal-Afrikaanse Republiek - de demonen van de geschiedenis weer alle ruimte bleek te geven.


Vanuit Zuid-Afrika zal een andere Rwandese dissident, de vroegere stafchef van de Rwandese krijgsmacht Kayumba Nyamwasa, in ballingschap de herdenking van de genocide volgen. Hij zal mogelijk denken aan zijn eerder hardop uitgesproken woorden: 'In Rwanda hebben we geen engelen en geen duivels, maar een situatie die daartussen het midden houdt.' En hij zal in stilte weten: het is nog ingewikkelder. In Rwanda is de engel een duivel, is de duivel een engel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden