Ruzie om het wonder van Dresden

Dresden is de enige schuldenvrije stad van Duitsland. Maar het grote geld brengt Dresden niet alleen voorspoed...

Van onze correspondent Sander van Walsum

DRESDEN Of hij er tróts op is dat zijn stad, Dresden, volledig schuldenvrij is? De zestiger – hij zou een gepensioneerde leraar Duits kunnen zijn – kijkt enigszins ongelovig. ‘Tróts?’, vraagt hij, met een enigszins honende ondertoon. ‘Moet ik er tróts op zijn dat het gemeentebestuur geen schulden maakt? Dat is toch helemaal geen verdienste?’

Maar daarin vergist hij zich. Want Dresden is sinds een paar weken de enige Duitse stad zonder schulden. En daarmee vormt ze in elk geval een uitzondering – zij het allang niet meer de enige – op de regel dat de nieuwe Duitse deelstaten (die tot 1990 de DDR vormden) de aansluiting bij de rest van Duitsland hebben gemist.

Maar daaraan heeft de leraar Duits geen boodschap. Als Dresden als enige stad vrij van schulden is, laat dat vooral zien dat het de modale stadsbestuurder aan verantwoordelijkheidsgevoel ontbreekt.

Hartmut Vorjohann, Dresdens christen-democratische wethouder van Financiën, is met deze zienswijze vertrouwd. ‘Wie op erkentelijkheid van de burgerbevolking hoopt, moet niet de politiek in gaan.’ Maar eigenlijk kan hij de leraar Duits geen ongelijk geven. Ook hij is van mening dat de kosten van de Duitse hereniging – die al tot ruim 1300 miljard euro zijn opgelopen – niet op het nageslacht mogen worden afgewenteld. Maar wie deze politieke platitude serieus neemt, ontkomt niet aan onorthodoxe maatregelen. In Dresden hebben ze dat, aldus Vorjohann, onderkend.

‘Elk jaar kostte het ons meer moeite een aanvaardbare begroting in elkaar te knutselen. In 2005 zagen wij ons voor onaangename keuzes gesteld: gaan we een theater of een ziekenhuis sluiten, of gaan we de energiebedrijven privatiseren?’

De gemeenteraad, waarin CDU en de postcommunistische PDS beide over ongeveer een derde van de zetels beschikken, kwam er niet uit. Dit had tot gevolg, zegt Vorjohann, dat uiteindelijk werd gekozen voor de optie die aanvankelijk het minst voor de hand lag: de verkoop van het complete bezit van de Dresdense woningbouwcorporatie Woba, ofwel 48 duizend woningen, 18 procent van het totale bestand.

Binnen de PDS-fractie leefden grote bezwaren tegen deze optie – nog afgezien van het feit dat vooral Amerikaanse investeringsmaatschappijen van hun belangstelling blijk gaven. Maar uiteindelijk won, aldus Vorjohann, het verantwoordelijkheidsgevoel het van de ideologische rechtschapenheid.

Althans: bij de helft van de post-communistische gemeenteraadsleden. Zij stemden voor de verkoop van de woningen, op voorwaarde dat de nieuwe eigenaar niet met het bezit zou gaan speculeren, en de bestaande rechtspositie van de huurders en de werknemers van de woningbouwcorporatie zou respecteren.

Daarmee trotseerden zij het dwingend geformuleerde stemadvies van de partijcentrale in Berlijn. Waaruit, aldus Vorjohann, maar weer eens blijkt dat de inwoners van Saksen (waarvan Dresden de hoofdstad is) van oudsher wat eigenzinniger zijn dan de Brandenburgers.

Toen de halve PDS-fractie ‘over haar eigen schaduw was heengesprongen’, ging het snel, zegt Vorjohann. ‘Ons woningbezit ging vorige zomer in de verkoop. Afgelopen april kon het contract met de Amerikaanse investeringsmaatschappij Fortress worden ondertekend. Vorige maand hebben we onze schulden, zo’n 750 miljoen euro, kunnen aflossen.’ Het wonder voltrok zich op een achternamiddag, vrijwel onopgemerkt door de op malaise ingestelde Duitsers.

De wederopbouw van Dresden – het ‘Florence aan de Elbe’ dat in februari 1945 door de Britse RAF goeddeels van de kaart werd geveegd – was toen al bijna voltooid. Maar nu verhult de fraaie façade, die vorig jaar door de Frauenkirche werd gecompleteerd, niet langer de armlastigheid van de stad. De verkoop van Woba, waarvoor de Amerikanen 1,7 miljard euro hebben betaald, spaart Dresden jaarlijks 60 miljoen euro aan rentelasten uit. Aan kinderopvang en onderwijs heeft de stad dit jaar respectievelijk 84 miljoen en 200 miljoen euro kunnen uitgeven. De lang verbeide opknapbeurt van de plaatselijke dierentuin kan eindelijk worden aanbesteed..

Maar de nieuwe weelde schept ook problemen en onenigheid. Het besluit van het gemeentebestuur om borg te staan voor de bouw van een nieuw stadion voor Dynamo Dresden – de plaatselijke voetbalclub die na een glorieus DDR-verleden ernstig in de versukkeling is geraakt – is buitengewoon omstreden. En niet iedereen in Dresden blijkt dezelfde consequenties te verbinden aan de bevolkingsgroei (waarmee Dresden zich van de algemene trend in Duitsland onderscheidt).

Het stadsbestuur meent dat de demografische ontwikkeling de bouw van een nieuwe verkeersbrug over de Elbe rechtvaardigt, en riskeert daarmee dat Dresden haar plaats op de werelderfgoedlijst van Unesco zal verliezen. Een groot deel van de bevolking (dat bij een referendum over dit onderwerp net geen meerderheid heeft kunnen verwerven) ageert al geruime tijd tegen de prioriteiten van burgemeester en wethouders. Ook binnen de gemeenteraad – die het bouwbesluit vorig jaar nog ondersteunde – is tweespalt ontstaan. Of de Waldschlösschenbrug er ooit zal komen, hangt af van het juridisch gewicht dat de rechter toekent aan de -bescherming door de Unesco, die de Elbe-oever geniet.

De slepende kwestie heeft een ernstige bestuurscrisis tot gevolg gehad. De liberale burgemeester Ingolf Rossberg – die zich eerder al moest verweren tegen het verwijt van nepotisme – werd in mei geschorst omdat hij Unesco zou hebben misleid over de ligging van de brug, en omdat hij aan escalatie van het conflict zou hebben bijgedragen.

Mogelijk hebben deze neveneffecten van het fortuin van Dresden andere Duitse steden er vooralsnog van weerhouden ook onroerend goed in de verkoop te doen. In Berlijn heeft de zojuist geformeerde rood-rode coalitie van SPD en PDS haar verantwoordelijkheid voor de volkshuisvesting in het ‘regeerakkoord’ vastgelegd. In Freiburg heeft de bevolking een poging van het stadsbestuur verijdeld om het voorbeeld van Dresden te volgen.

In de Saksische hoofdstad overheerst vooralsnog scepsis over de oplossing die hier voor het schuldenprobleem is gevonden. Veel Dresdenaren vragen zich af hoeveel respect hun Amerikaanse huisbaas – een exponent van het ‘sprinkhaankapitalisme’ – voor de Duitse regelgeving zal hebben als hij wat wil verdienen aan zijn investering.

Afgezien daarvan, is de verhouding tussen burger en bestuurder er niet beter op geworden sinds de miljardendeal met Fortress. ‘Waar geld is, ontstaat ruzie’, zegt een door levenswijsheid getekende man. ‘Dus met véél geld zijn we niet per definitie goed af.’ Geduldig schuifelt hij mee met de wachtenden die het wonder van de Frauenkirche, het sluitstuk van de wederopbouw, van binnen willen aanschouwen.

Dat Dresden altijd tot de meer welvarende steden van Duitsland heeft behoord, wordt mede in verband gebracht met de ondernemingszin en de eigenzinnigheid van de bevolking. Ze vormde het hart van de ‘werkplaats van Saksen’ en van het koninklijk mecenaat voor beeldend kunstenaars. De uitvinders van de televisie, de bh, Odol-mondwater en de Melita-koffiefilter woonden en werkten in Dresden.

Tijdens de DDR-dictatuur verloochende de stad dit verleden niet. Er waren relatief veel zelfstandige ondernemers actief, en er was ook enige tijd een bedrijf voor de productie van halfgeleiders gevestigd. In de jaren zeventig verijdelde de bevolking het streven van het stadsbestuur de restanten van de Frauenkirche te verwijderen. Na de Duitse hereniging, in 1990, ontwikkelde Dresden zich relatief voorspoedig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden