Ruud Lubbers was de koning van het compromis

Bert Wagendorp

Ruud Lubbers, net 34, trad op 11 mei 1973 aan als minister van Economische Zaken in het kabinet van Joop den Uyl. Op 22 augustus 1994 kwam er een einde aan het derde kabinet van premier Lubbers (55) - 21 jaar en 3 maanden politiek leven in het volle licht van de schijnwerpers. Gisteren overleed hij. Publieke personen maken deel uit van het decor van je leven. Doorgaans verschuiven ze in de loop van de tijd van de voorgrond richting coulissen, maar zo lang ze er nog zijn bevestigt dat de continuïteit van je eigen leven. Daarom schrok ik dinsdagmiddag van het bericht van Lubbers' dood.

Mijn vriendin vroeg waaraan ik moest denken, bij de naam Ruud Lubbers. 'Premier', zei ik. 'Akkoord van Wassenaar, Ria, Den Uyl, de autoloze zondag, het Verdrag van Maastricht en de euro. En natuurlijk aan Huub Stapel.'

Huub Stapel zette een prachtige Ruud Lubbers neer in Het land van Lubbers - wat dacht de echte Lubbers toen hij zichzelf terugzag als filmpersonage? Weet je dat je leven op z'n eind loopt, wanneer het in een scenario wordt gevat? Johan Cruijff was er niet over te spreken, toen hij zichzelf zag nagespeeld - ook toen bleek het een slecht omen.

Ik dacht bij 'Ruud Lubbers' ook aan Dries van Agt. Beiden katholieke CDA'ers, beiden voor het eerst voor het voetlicht getreden in het kabinet van premier Den Uyl, beiden leider geworden van hun partij en allebei doorgestoten naar het premierschap. En allebei, nadat ze ouder, wijzer en misschien ook wel bedroefder waren geworden, naar links opgeschoven in het politieke spectrum.

Maar toch totaal anders: Van Agt de roomse, bourgondische katholiek, Lubbers de calvinistische Rotterdamse.

Ruud Lubbers, van het Lubberiaanse taalgebruik; 'lubberiaans' staat in Van Dale, zonder verwijzing naar de herkomst of de naamgever - een begin van onsterfelijkheid, ook al zal Lubbers er vermoedelijk niet trots op zijn geweest. 'Vaag en omslachtig taalgebruik', betekent het.

Het is te verleidelijk om hier het mooiste stukje lubberiaans te citeren dat ooit werd vastgelegd, en wel door de voormalige notulist van de CDA-fractie in de Tweede Kamer, Joop van Rijswijk. 'Voor de voet weg moet dit probleemveld worden neergetunneld in een motie, om langs deze weg in lijn met de afspraken met het kabinet al zwaluwstaartend de pijnpunten snelstens ten bestens af te ronden.' Het citaat is veel langer, maar het volstaat als hommage aan Lubbers en teken van medelijden met degenen die dag in dat uit naar hem moesten luisteren - vermoedelijk zijn er medewerkers krankzinnig geworden.

Sommigen weten Lubbers' wollige taalgebruik aan zijn opleiding bij de Jezuïten, maar vermoedelijk had het meer te maken met zijn manier van politiek bedrijven. De koning van het compromis schept in zijn zinnen ruimte voor talloze interpretaties. Het werkte vaak wel, maar soms ook niet. Het mislukken van Lubbers' internationale carrière viel deels ook terug te voeren op zijn vage taalgebruik. De Duitse kanselier Kohl (die voorkwam dat Lubbers voorzitter werd van de Europese Commissie) en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Warren Christopher (die besliste dat Lubbers geen secretaris-generaal van de Navo kon worden) ergerden zich beiden aan de sfinxachtige wijze van redeneren van Lubbers. In 2004 sneuvelde hij, als baas van de UNCHR, op nonverbale communicatie - een #MeToo avant la lettre.

De fantastische, duivelse Ruud Lubbers van tekenaar Peter van Straaten, met zijn five o'clock shadow, daar moest ik ook aan denken; alles gaat voorbij en keert niet weerom.