Rutte praat niet móói, hij babbelt

Mark Rutte zou 'ongrijpbaar' zijn, niet te doorgronden. Onzin, zeggen mensen die hem goed kenden en die Sheila Sitalsing sprak voor haar boek over de premier. Hij heeft gewoon een grote afkeer van het etaleren van emoties.

Mark Rutte.Beeld Hollands Hoogte

In een grijs verleden heb ik een collega gehad die voetballers interviewde. Het betrof meestal sporters van wie we doorgaans niet veel meer hoorden dan 'We hebben te veel ruimte achterin gelaten' en 'Hun hebben continu druk naar voren gezet', maar in voornoemde interviews bleken ze te beschikken over een bloemrijk vocabulaire en een rijk geestelijk leven. Veelal droegen ze een stil verdriet met zich mee, ze debiteerden levenswijsheden en citeerden filosofen alsof het niets was - en dat in een tijd dat Wikiquote nog niet bestond. Bij nadere lezing bleken de meanderende volzinnen en de verwijzingen naar de wereldliteratuur afkomstig van de ondervrager. De geïnterviewden konden volstaan met 'hmm' of 'ja' of 'huh?', de rest werd voor ze ingevuld, stil verdriet incluis.

Deze vraaggesprekken - juweeltjes waren het, stuk voor stuk - schieten mij altijd door het hoofd wanneer iemand zich teleurgesteld toont omdat Mark Rutte zich wederom niet heeft laten betrappen op grote emoties of op vertwijfeling. We dichten de premier van alle Nederlanders graag een getourmenteerd binnenleven toe, want achter die lach moet meer zitten, het zware ambt moet zijn sporen nalaten, het inleveren van principes moet pijn doen. Bovendien is hij alleenstaand, een verdachte status in een land waar de burgerlijke norm nog altijd het hebben van een gezinnetje is en waar het geluk pas af is wanneer de laatste alleen voortploegende boer aan een boerin is geholpen.

Eenzaamheid

'Er hangt een enorme eenzaamheid om die man', probeerde een talkshowgast de premier reliëf te geven bij Eva Jinek aan tafel in de tv-nabeschouwing van het Correspondents' Dinner, afgelopen februari. Het gepsychologiseer kwam de gast op luid gesnuif en een geïrriteerd 'wat een ónzin' te staan van de tegenover hem zittende Jort Kelder, die al een kwarteeuw vakanties met Mark Rutte doorbrengt en zich niet kon herinneren daarbij ooit op een deken van eenzaamheid te zijn gestuit.

Ook na zijn optreden in Zomergasten vorige week, waarin de premier voor zijn doen een scala aan emoties liet zien ('zeer geëmotioneerd bij Bach', 'gejankt' tijdens de afhandeling van de MH17 en nee, niemand om 's nachts thuis in bed toe te vertrouwen dat hij vandaag zo ontzettend heeft gelachen met Lodewijk) was het commentaar sip: is dit nu de totale Rutte? Of was hij weer 'ongrijpbaar', een etiket dat hem met enige regelmaat wordt opgeplakt en waar mensen die hem goed kennen om moeten lachen: veel makkelijker te doorgronden krijg je ze niet, zeggen ze dan.

De neiging om meer te willen dan de brokjes Mark Rutte die ons worden toegeworpen, de brokjes die hij zelf geschikt acht voor publieke consumptie, toont de veranderende opvattingen over de grens tussen werk en privé. Van Jan Peter Balkenende kende het grote publiek twee liefhebberijen: autoracen en de muziek van Jan Smit. Dat hij vrouw en dochter had, was genoeg; dat hij aan zijn vrouw was gekomen via Maxime Verhagen was eigenlijk al té veel informatie. Van Wim Kok wisten we nog minder: humeurig, een liefhebbende echtgenote, een gehandicapt kind. Over Ruud Lubbers werd veel informatie (de aanrakerigheid, de rokkenjagerij) zelfs bij de mensen in het land weggehouden. Daar schreef je niet over, toen.

Meer Mark Rutte

Hebben we nu de totale Rutte gezien? Na een jaar doorpraten met mensen uit zijn omgeving, op zoek naar 's mans drijfveren, liefhebberijen en ideeën voor een boek over het verschijnsel Mark Rutte, luidt mijn voorzichtige conclusie: nee, natuurlijk is er meer Mark Rutte. Wat evenwel veilig kan worden gesteld is dat de Rutte die we dagelijks zien, de tamelijk ongecompliceerde, sociaal vaardige meester in het politieke spelletje die met licht gemoed de ene opvatting inruilt voor de ander en de ene politieke vriend voor de ander, de ontzettend aardige en attente allemansvriend die buitengewoon dwingend kan zijn en die kan ontploffen als iemand een afspraak niet nakomt: die is echt en tamelijk grijpbaar.

Wat de man soms lastig te begrijpen maakt, is zijn afkeer van grote gebaren, van het etaleren van grote emoties. Mark Rutte praat vanuit zijn hoofd, letterlijk en figuurlijk. 'We zien een man wiens engagement voornamelijk cognitief is. Hij vergeet een laag die we verwachten bij een staatsman', zegt Marijn Moerman, theatermaker, docent retorica, filosoof en bestuurslid van Stichting De Retoricakamer. Voor het schrijven van Mark raadpleegde ik haar en haar collega-bestuursleden Thomas van Neerbos en Eugène Sutorius voor een analyse over de retorische kwaliteiten van de premier.

Hun conclusie is eensluidend: de drie overtuigingsmiddelen bij het spreken uit Aristoteles' Retorica zijn ethos, pathos en logos, en van deze drie ontbreekt bij Rutte het pathos. Het aanraken van het publiek, het laten landen van de woorden, het raken van het hart.

'Een baantje'

Dat is geen gering gebrek voor een minister-president, die als premier van alle Nederlanders ook een bindende functie heeft - een essentieel verschil met andere 'gewone banen'. Dat klemt des te meer in deze tijden van sociaal-culturele polarisatie.

Nu is het zijn van een staatsman - of een herder voor zijn volk, of een gids in het barre land - ook niet zijn taakopvatting. Mark Rutte spreekt bij herhaling over het premierschap als 'een baantje'. Een niet altijd even leuke baan, en 'een waanzinnige eer' bovendien, maar niettemin: een tamelijk normale betrekking. Met die woordkeuze plaatst hij zich nadrukkelijk tussen en niet boven al die andere hardwerkende Nederlanders. Die taakopvatting heeft gevolgen voor zijn manier van spreken: hij beperkt het emotionele geweld tot een minimum. Mark Rutte kiest altijd voor het middel van het argument.

Tijdens een van de grote, persoonlijke toespraken in zijn loopbaan, de door het weekblad Elsevier georganiseerde HJ Schoo-lezing die hij in september 2013 mocht verzorgen, vertelde hij over zijn ouders. Hij sprak, zegt Thomas van Neerbos, programmamaker bij het Amsterdamse debatcentrum De Balie, docent retorica en tekstschrijver, 'over die mensen alsof hij ze niet kende'.

Een premier ontkomt niet aan het houden van ceremoniële toespraken, waarin iets gevierd, herdacht of geëerd wordt. Zo'n ceremoniële toespraak is een buitenkans voor een regeringsleider; hij hoeft geen controversiële opvattingen of maatregelen te verkondigen. Wat hij wel moet doen: de emotie van het publiek verwoorden, de mensen een prettig gevoel geven, bevestigen in hun verdriet of hun vreugde, de toehoorders verrukken.

Dan is Rutte niet op zijn best. Neem het neerhalen van de MH17, het vliegtuig van Malaysia Airlines met 298 mensen aan boord dat op 17 juli 2014 boven Oekraïne uit de lucht werd geschoten. De premier sprak de nabestaanden toe in fraaie volzinnen waarin volop ruimte is voor rouw en hoop. Maar het beklijft niet. Niet één zinsnede.

Dat komt mede doordat er in zijn teksten weinig werk lijkt te zitten, zegt Van Neerbos. Het zijn keurige toespraken, daar niet van, maar altijd met dezelfde frames en metaforen, netjes binnen de lijntjes, alsof ze zo van de plank met generieke speeches komen. Al zes jaar analyseert Van Neerbos met groepen studenten toespraken die bijzonder zijn, of uitzonderlijk mooi geformuleerd, redevoeringen die een verhaal vertellen. 'We hebben nog nooit een speech van Mark Rutte uitgekozen.'

Probleem

Zijn tekortkomingen op het gebied van het pathos kunnen problematisch zijn, omdat politiek voor een groot deel gaat over normen en waarden, als basis voor wetgeving. Moerman: 'Die normen en waarden zijn deels gemaakt van emotie, dus daar moet je in een politiek betoog aan raken. Anders wordt het rekenen en dat maakt de ethische laag van de politiek vaak diffuus. Er moet een mate van invoelendheid en waarachtigheid zijn in betogen over de inrichting van onze samenleving, al is het alleen maar om frustratie werkelijk te erkenen en mensen met hoofd en hart achter besluiten te krijgen.'

Niet dat hij niet kan praten. Dat kan hij wel. Ontspannen, makkelijk. Hij staat, dat kun je zien, met plezier op het podium. Hij is beslist vaardig in het spreken in het openbaar. Hij doet het met de schijn van moeiteloosheid, met sprezzatura.

Móói praten is het niet. Het is babbelen. Voor de vuist weg. Als een ceremoniemeester die een bruiloft aan elkaar kletst.

In het debat komt deze vaardigheid hem uitermate goed van pas. Het debat is een genre apart, het debat heeft weinig met redevoeren te maken. Het debat gaat om winnen, om punten pakken; dat vergt andere technieken. En die beheerst hij uitstekend. Daarin bedient Rutte zich van ethos-powerplay: snel presenteren, in hoog tempo een grote hoeveelheid gegevens en cijfers debiteren. Rutte is een meester in het winnen van het debat door verwarring te zaaien met feiten - of met grote stelligheid als feit gepresenteerde semi-feiten.

Excuses

Sorry zeggen is een verhaal apart. Er gaan geregeld zaken fout in de politiek; het maken van excuses is relevant. Er zijn weinig politici die daarin uitblinken en Rutte is geen uitzondering. Vanwege dat rationele, puur cognitieve engagement komen zijn excuses, hoe royaal verwoord ook, zelden aan. Bij het maken van oprechte excuses, zegt Moerman, horen schaamte en nederigheid, het buigen van het hoofd en het vragen van vergiffenis. Daar zul je Mark Rutte zelden op betrappen.

Rutte opende het politieke seizoen met een groots mea culpa. Hij toog naar De Telegraaf en vervolgens naar De Wereld Draait Door om zijn spijt te betuigen over verbroken beloftes: geen cent meer naar de Grieken en handen af van de hypotheekrenteaftrek - hij was zo op dreef dat hij van de weeromstuit sorry zei voor de wel nagekomen belofte dat werkenden er 1.000 euro op vooruit zouden gaan. Hij hield zich keurig aan de regels voor het maken van excuses die zijn adviseurs hem hadden voorgelegd: benoemen, verantwoordelijkheid nemen, beloven dat het niet meer zal gebeuren.

Toch kwamen de excuses niet aan. Niet omdat Rutte 'een geloofwaardigheidsprobleem' zou hebben, zoals weleens geschreven wordt, maar omdat hij de schaamte en de nederigheid inruilde voor een rationeel argument: hij zei een goede reden te hebben gehad voor zijn handelen, maar vergeten te zijn de mensen daarvan op de hoogte te stellen. 'Ik baal ervan dat ik Nederland onvoldoende heb meegenomen in de argumentatie.'

Bij een sorry willen mensen niet 'meegenomen worden in een argumentatie'. Ze willen schaamte zien.

Wat ze te zien krijgen, is een heilig geloof in rationaliteit.

Mark - Portret van een premier van Sheila Sitalsing verschijnt op 13 september bij Prometheus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden